Tragisch levensbesef

Het geluk is niet maakbaar. Al die zelfhulpboekjes met hun stappenplannen en lijstjes van vijf P’s of tien A’s  (ik verzin het niet: ik heb het écht ergens gelezen): ze kunnen beloven wat ze willen, maar volgens mij abstraheren ze gemakshalve van negentig procent van de realiteit. Dat deze boekjes niettemin als warme broodjes en zoete koek van de hand gaan, is natuurlijk vooral te danken aan de naïveteit van de klant. Of aan zijn wanhoop. Menige scepticus grijpt bij ziekte in zijn radeloosheid een laatste strohalm aan en wendt zich (als niemand toekijkt) tot een kwakzalver. Zo zoekt de onverbeterlijke tobber tegen beter weten in zijn of haar heil bij die goed boerende goeroes. Hij of zij kan terecht bij de betere management- of spiritualiteitsboekwinkel. Daar liggen de troostrijke boekjes – waarvan de omslag vaak dikker is dan het binnenwerk – bij de vleet.

Misschien ben ik te gemakzuchtig om aan mijn geluk te werken of om mijn succes ‘af te dwingen’. Maar ik kan en wil ook gewoon niet geloven dat mensen de smid zijn van hun eigen welzijn. Tegen bepaalde factoren die je geluk in de weg zitten is nu eenmaal geen kruid gewassen: een knoop in je hersenen, intellectuele beperkingen, een diep geworteld hinderlijk gedragspatroon, lichamelijke kwalen, de haat van medemensen of gewoon de domme pech dat je je op het verkeerde moment op de verkeerde plek ophoudt.

Dat iemand in de moeilijkste omstandigheden probeert om er het minst slechte van te maken en om te overleven: respect. Maar het talent en de energiereserves die je daarvoor nodig hebt: ze zijn niet iedereen gegeven. Ook het vermogen om te ‘kunnen omgaan met pech’ is een kwestie van geluk hebben. Ik feliciteer iedereen die dat lot heeft getrokken, maar maak er geen heilsleer van die anderen moeten slikken. Bovendien: misschien ontbeert de rasoptimist wel juist dat broodnodige stukje DNA dat hem of haar in staat stelt gevaar te herkennen en grenzen waar te nemen. Op lange termijn is dat niet per se een ‘evolutionair voordeel’.

Ik help u graag om hier het etiket ‘tragisch levensbesef’ op te plakken. Dat is mij inderdaad met de paplepel ingegeven. Het is een stukje genetisch materiaal of ‘immaterieel erfgoed’ (dat schijnt tegenwoordig te bestaan). Ik wil graag toegeven dat de melancholie in mijn geval haar voedingsbodem heeft in het cultureel milieu waarin ik ben opgegroeid (en dat ik zo goed verwoord vind bij de schrijver A.V. Thelen). Dit neemt niet weg dat ze qua inhoud een universele of tenminste maatschappelijke reikwijdte heeft. Er is maar een kleine of grote aanleiding nodig, opdat het tragische levensbesef gemeengoed wordt. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat de huidige ‘crisis’ tot een verdere verspreiding van het weemoedig levensgevoel leidt.

Een signaal daarvan zag ik in de uitslag van de Tweede-Kamerverkiezingen van afgelopen woensdag. Het ‘frame’ wil ons doen geloven dat de kiezer massaal strategisch heeft gestemd. Doen we daarmee recht aan de zielenroerselen van de stemmende burger? Volgens mij is er ook iets anders aan de hand. De kiezer lijkt niet meer te geloven in de retoriek van politici die beloven dat morgen alles anders wordt, als de ene stekker maar eruit en de andere maar erin gaat. Men kiest weer voor de grijstinten, paradoxen en dilemma’s van het midden. Vooral de redelijkheid van Diederik Samsom, die weigerde simpele en onmogelijke beloftes te doen, lijkt velen te hebben overtuigd. De kiezer vraagt niet om blauwdrukken, die een antwoord zijn op de problemen van gisteren, maar om improviserende stuurmanskunst. Stuurmanskunst die is opgewassen tegen de onvoorspelbare problemen en dilemma’s die zich kunnen voordoen op open zee. Stuurmanskunst die het risico van averij en offers openlijk incalculeert. Realisme of pragmatisme? Ik vind het gewoon een politieke vertaling van het gezonde tragische levensbesef.

Natuurlijk sluit dit besef geen fundamenteel vertrouwen uit. Het is niet zelfdestructief of suïcidaal. Dat laatste is eerder het geval bij het maakbaarheidsfanatisme, dat snel rancuneus wordt en uit frustratie de confrontatie opzoekt. Het tragische levensbesef daarentegen wordt – paradoxaal genoeg – gedragen door een bescheiden vermoeden dat we globaal in de goede richting gaan. Uiteraard gaat dit behoedzame ‘vooruitgangsgeloof’ gepaard met de aanvaarding van pijn, moeite en terugslagen – en soms met offers. Maar dat zijn niet de bloedige zoenoffers van haat, straf en rancune. Tragisch levensbesef incasseert: het is een verzoende en verzoenende levenshouding.  Op de rancune van de onverzoenlijke maakbaarheidsfetisjisten is deze levenshouding overigens het enige juiste antwoord (Gottfried Keller).

Het lijkt weer een preek te zijn geworden. Als u gelovig bent: zet u er dan zelf ‘amen’ onder? Tenzij u het er niet mee eens bent natuurlijk. Kan.

Geef een reactie