Supermensen

Zo’n tien dagen geleden verscheen in de optimistische late-night-zomershow de bij de oudere lezers bekende astronaut Wubbo Ockels. Hij is weer volop in het nieuws – en nu vanwege een ogenschijnlijk louter persoonlijk verhaal. Ockels kreeg namelijk niet lang geleden een letale diagnose. Hij lijdt aan een zeer moeilijk behandelbare, ongeneeslijke vorm van kanker.

Ockels liet het er niet bij zitten en ging op zoek naar behandelaars die nog mogelijkheden zagen – en vond die. Te snel, betoogde hij in het genoemde TV-programma, geven we de hoop op en starten we bij ernstige diagnoses een psychologisch verwerkingsproces op, terwijl er wetenschappelijk gezien wellicht nog curatieve opties zijn.

Allergisch tegen onrealistisch overoptimisme als ik ben (het is veelal immers een bron van teleurstellingen) was ik geneigd om Ockels te rekenen onder de magische denkers, die beweren dat je met wilskracht kunt ‘winnen’ van kanker – en die daarmee niet alleen zichzelf en anderen een rad voor ogen draaien, maar bovendien de ‘verliezers’ een gevoel van tekortschieten bezorgen.

Dat was niet fair van mij. Ockels hoort niet bij deze sekte of bij één of andere esoterische orthodoxie. Ockels straalt en draagt vooral een diep geworteld geloof in wetenschap en vooruitgang uit, een geloof dat hij nu gewoon op zijn eigen lijf toepast. Bovendien belichaamt hij een grote mentale veerkracht. Dat mag niet verbazen bij iemand die het ooit tot ruimtevaarder schopte. Dat word je alleen met een enorme lichamelijke en geestelijke ‘resiliëntie’.

Mensen als Ockels, begiftigd met een grote mentale lenigheid en soepelheid en juist daardoor niet te snel buigend voor het noodlot, respecteer en bewonder ik. Wat ik echter niet kan en wil dat is: hun sterke psychische gestel vertalen in een levenskunst die door iedereen en voor honderd procent imiteerbaar is.

Helaas pretenderen veel succeskookboeken in managementland en in de zich spiritueel noemende sector dat wel te kunnen doen. Aan datgene wat bij kanjers een kwestie van temperament en talent is, ontlenen ze formules om jezelf om te toveren in een levensacrobaat, om jezelf te herprogrammeren.

Ik ben overtuigd van de oprechtheid van de Coveys en Tiggelaars van onze wereld. Het zijn zelf immers vaak van die beren van mannen, die het succes op hun gevoel lokaliseren en op de tast vinden. Begrijpelijk dat ze dat anderen ook gunnen. Dat niet iedereen zo is gebakken, sterker nog: dat de meeste mensen níet zulke supermensen zijn, ook dat is waar. En daarin kunnen goeroes zich helaas niet altijd inleven.

Aanleg kun je nu eenmaal niet copy-pasten. Jezelf willen ombouwen naar het type Ockels is irreëel, als het niet ‘in je zit’. Ons maakbaarheidsdenken zit dit inzicht maar al te vaak in de weg.

Geef een reactie