Requiem voor het papieren boek

Nou hebben we dat weer. Die sierlijke boekwinkelketen van Selexyz dreigt ten onder te gaan. Dat doet pijn als je van boeken zonder accu houdt. Dat doet ook pijn als je ervan houdt dat boekwinkelen een belevenis is, die je ondergaat in een historische entourage, zoals de dominicanenkerk in Maastricht of het souterrain van de Admirant in Eindhoven.

Nu is de winkelketen in kwestie ook niet helemaal handig geweest. Kapot was ik niet van die modieuze, bewust taalkundig foute merknaam. Die suggereerde toch meer de sfeer van een wanhopig geworden, marketinggeile verzekeringsmaatschappij. Namen als Broese, Donner en Van Piere riepen toch eerder de verwachting op, dat de boekhandelaar een beleesbrilde meneer of mevrouw was. De verwachting dat je achter de toonbank zo’n verkoper aantreft, die met pijn in het hart afstand doet van dat ene boek dat de winkel verlaat – al verdient zij of hij er zijn of haar brood mee. Een boek kopen moet ook een beetje een handgemeen zijn. Selexyz was in zekere zin te klantvriendelijk geworden. Een sigarenwinkel waar je ook krasloten, snoep en blaadjes kunt kopen.

Het is overigens meer dan jammer dat de fysieke transactie en het aardse boek verdwijnen. Boeken koop je nu met een druk op de knop en ze worden bezorgd door één van de vele postbezorgbedrijven die ons land rijk is. Of je leest ze via de pixels op een beeldscherm. Misschien ga ik daar ook nog aan geloven. Ik ben geen verwoed romanticus (toch?). Maar het één sluit het ander niet uit. Ik ben zo iemand die ook graag oude tweedehandsjes koopt. Zo’n oude in Frakturschrift gedrukte Zauberberg: heerlijk. Af en toe een omgekeerd gezet lettertje: liever dat dan de haastklusfouten in nieuwe boeken. Een boek moet Benjamins ‘aura’ hebben. Gesigneerd hoeft van mij niet: maar het boek mag best een levensverhaal hebben.

Mijn geloof in het e-book groeit wel, eerlijk gezegd, en wel op oneigenlijke gronden. De afgelopen week hebben wij onze werkkamers opgeknapt en noodgedwongen onze boekenkasten verhuisd. Pure fitness. Ik begin die Jezus en andere onthechters beter te begrijpen: materieel bezit is een zware last. Heel letterlijk.

Over boeken gesproken: ik sluit nu mijn tweede Thomas-Mann-project af met de leesgroep in de Remonstrantse Gemeente in Eindhoven. De laatste bladzijde van Dr. Faustus sloeg ik deze week voor de derde keer in mijn leven om. Nu las ik een Mann-pauze in, om hopelijk in januari met de Zauberberg te beginnen. Er ligt nog een stapel op me te wachten om uitgelezen te worden. Ik ben namelijk een langzame lezer en uit ongeduld begin ik aan boek twee als ik boek één nog niet uit heb. Vaak gebeurt dat omdat het ene boek naar het andere verwijst. En als Thomas Mann of Bonhoeffer vindt dat ik Stifter moet lezen (een merkwaardig raakpunt van deze uiteenlopende zielen), volg ik dat gedwee. Grote werken uit de literatuur zijn immers met elkaar verweven. Intertekstualiteit heet dat, geloof ik. Boeken zijn gewiekste koppelaarsters, zou Mann zeggen.

Maar er liggen ook boeken klaar die geheel los lijken te staan van mijn Mann-fascinatie: Jean Paul, Vigoleis Thelen. Dikke en ondoorgrondelijke Duitsers. Ik maak het mezelf ook niet gemakkelijk… En ik realiseer me nu ook dat ik medeveroorzaker ben van de crisis in de boekhandel. Ik koop en lees namelijk niet de laatste Hollandse Nieuwe.

Sorry.

Geef een reactie