Met stomheid geslagen kunst

In mijn vorige column sprak ik over de lichtheid en de luchtigheid van kunst. Het leek me – op dat moment en met het oog op de zomerse komkommertijd – een goed idee om te laten zien hoe kunst ons kan optillen, verheffen en ontheffen aan de zwaartekracht en de zwartheid van het bestaan. Inmiddels zijn we weer met de neus op de feiten gedrukt: door de volstrekt uit de hand lopende strijd in de Arabische wereld, door de niet te stelpen en schrijnende wond van het Israëlisch-Palestijnse conflict en door de donderslag bij heldere hemel waarmee vlucht MH17 werd neergehaald. De zwaartekracht en de zwarte gaten van het kwaad kunnen ons te machtig worden. Dat was ik in mijn naïveteit of vakantie-euforie vergeten.

Er zijn ook kunstenaars die juist aan die ervaring uitdrukking geven. Hun werk capituleert voor de loodzware en loodgrijze oppermachtigheid van de werkelijkheid. Hun kunst verlicht, verluchtigt of verheft niet, doch geeft toe aan die zwaartekracht die elke opwaartse beweging in de kiem smoort en alle licht absorbeert. Toevallig kwam ik een specimen van dergelijke kunst tegen in Museum de Fundatie in Zwolle. Het is de installatie The Clearing van Roy Villevoye.

Hyperrealisme

Dit werk van Villevoye – waarin we twee willekeurig neergevallen of neergeworpen lijken zien – beangstigt mij. De kunstenaar verbeeldt niet alleen de oppermachtigheid van de zwaartekracht als een inhoud. Hij onderstreept deze oppermachtigheid bovendien in de gekozen vormentaal. Met dat laatste doel ik op het hyperrealisme van Villevoye. Hij laat de verbeelding en de creativiteit geen ruimte om plaats te nemen tegenover of buiten de werkelijkheid – laat staan erbóven.

In veel traditionele kunst is dat nog wel mogelijk. Daar bestaat nog een speelruimte tussen de artiest enerzijds en zijn of haar het object anderzijds. En van die ruimte maakt de kunstenaar dankbaar gebruik voor sublimatie. Daardoor kan zij of hij in het gunstigste geval de weergegeven, weerspiegelde realiteit draaglijk maken. De bruutheid van de werkelijkheid wordt verzacht of gecompenseerd door schoonheid, ironie of melancholie. Het meest voor de hand liggende voorbeeld hiervan zijn de klassieke kruisigingstaferelen die de vloeiende lijnen van de anatomie of de weke oogopslag van de stervende Christus benadrukten.

Bij Villevoye is er echter – zoals gezegd – geen sprake van ruimte tussen kunst en wereld. Realiteit en verbeelding vallen bij hem restloos samen. Er wordt niets gesublimeerd. De ‘weergegeven inhoud’ (de willekeurig op de grond terechtgekomen lijken) wordt op brute wijze en tot in de details gekopieerd en herhaald. Zoals de lijken in het werk zijn aangezogen en geplet door de zwaartekracht van de aarde, zo wordt ook het werk zelf opgezogen door de brute werkelijkheid. Tussen realiteit en verbeelding is geen speld te krijgen. Het kunstwerk ondergaat aldus zelf wat de ‘weergegeven’ lijken hebben ondergaan.

Met stomheid geslagen

Toen ik oog in oog stond met The Clearing had ik het gevoel dat ik getuige was van een op de spits gedreven of moedwillig mislukte kruiswegstatie. Hier is geen Jezus die drie keer valt en opstaat, die strompelend een weg gaat. Geen Jezus die omstanders proberen overeind te houden. Geen Jezus die sterft in opstand en overgave. Nee: hier liggen twee mensen die in één oogopslag en op brute wijze ten val zijn gebracht. Zonder ruimte voor weerwoord.

Ze zaten gewoon in het vliegtuig, op weg naar huis, werk of vakantie. Ze liepen gewoon op het strand. Ze waren gewoon op weg naar de synagoge, de kerk of een heimelijke homo-ontmoetingsplaats. En iemand vond het nodig om hier een eind aan te maken. Zomaar. Ineens. Dit vroeg om een kunstwerk zonder duiding. Een kunstwerk dat met stomheid is geslagen door de realiteit.

(Het bovenstaande verscheen eerder op De Bezieling.)

Geef een reactie