Medelijden

Sommige woorden worden vies van veelvuldig gebruik. Er lijkt op dit soort woorden een vloek te rusten: in de loop der tijd vullen ze zich met een ongewenste betekenis of kleeft aan hen het vuil van politiek incorrecte bijklanken. Dan wordt het tijd om ze te vervangen door neutrale alternatieven. De nieuwe woorden is echter een zelfde lot beschoren. Die moeten vroeg of laat op hun beurt worden ingeruild. Het angstvallige omzeilen van ‘foute’ woorden in de zorg getuigt bijvoorbeeld hiervan. U kent zelf wel de voorbeelden. Of spreekt u nog over een ‘inrichting’, een ‘mongool’ of een ‘oude van dagen’? Overigens moet u wel bij de les blijven, want het ogenschijnlijk onschuldige ‘patiënt’ mag sinds enige tijd ook niet meer in alle omstandigheden. Op het mijnenveld van de taal worden door duistere machten dagelijks de mijnen verplaatst. Een belediging is dan gauw geschied, zeker in onze open-zenuwen-samenleving.

Ook op andere gebieden dan de zorg worden de bakens van de taal voortdurend verzet. Dat merkte ik toen ik mijn inleidingen voorbereidde voor een retraite, die ik deze dagen ga geven in het kader van de Goede Week. Als thema had ik mezelf ‘compassie’ opgegeven. Ik realiseerde me dat dit woord – in lexicaal opzicht weliswaar een begrip met een eerbiedwaardige leeftijd – zich pas recentelijk heeft ingeburgerd in ons dagelijks taalgebruik. Ik heb de tijd nog gekend, dat het letterlijke equivalent ‘medelijden’ redelijk normaal was. Ik heb echter ook de ontwikkeling meegemaakt, waardoor dit laatste woord uit de gratie raakte. ‘Medelijden’ klonk, zo werd me door de woordenwassers geleerd, bevoogdend en neerbuigend. Het bevestigde de medemens (ook al zo’n in onbruik rakend woord) in haar of zijn slachtofferpositie. En sindsdien zag ik de nieuwe generaties van het begrip voorbijtrekken: ‘medeleven’, ‘mededogen’ – en recentelijk dus ‘compassie’.

***

Het begrip ‘medelijden’ roept verlegenheid op en we schrikken ervoor terug het tot ons programma te maken. Is het echter echt de plaatsvervangende schaamte voor de ander, die ons weerhoudt? Gaat het werkelijk om edelmoedige gêne en tact? Misschien gaat er van ‘medelijden’ wel een dreigende suggestie uit jegens onszelf en schrikken we er dáárom voor terug. Wellicht zijn we heimelijk bevreesd, dat de kwetsuren van de ander besmettelijk zijn, of zijn we bang dat we worden binnengezogen in haar of zijn lijden, zodra we erin delen. Ik verdenk ons ervan, dat we vooral beducht zijn om zelf gekrenkt te worden: gekrenkt door het lijden van de ander, dat in het medelijden te dichtbij komt en ons de spiegel voorhoudt van onze eigen vatbaarheid. Kortom: met het aanbod van medelijden geven we te veel weg. Onszelf namelijk. Motieven genoeg om afstand te scheppen door middel van een latiniserend woord – zoals we ons ook ziektes van het lijf houden door er Latijnse namen aan te geven.

***

Overigens moet ik toegeven dat ik zelf ook niet veel talent heb voor medelijden. Dit is wellicht een allergische overreactie op het zelfmedelijden in onze sentimentele cultuur. Mij stompt dat voor-zichzelf-opkomende-zelfmedelijden af. Vooral bij gekwetste groepen is het zelfbeklag soms zo overheersend, dat het op paradoxale wijze het zicht op het lijden beneemt – zoals een jengelend kind eerder irritatie dan vertedering oproept.

Maar laat ik mezelf niet te kort doen. Dat weeë gevoel in de hartstreek ken ik wel degelijk – maar juist niet bij luidruchtig leed. Hartverscheurend vind ik de vrouw die, met een tas met dagelijkse boodschappen voor één persoon, stil door de regen loopt, met een lichtelijk gebogen rug en een afgedragen jas. Daar ben ik dan misschien weer sentimenteel in. Maar wellicht duidt het er gewoon op, dat ik toch niet door en door slecht ben.

***

Ik vind ‘medelijden’ in elk geval best een geschikte categorie. Het hiermee aangeduide gevoel is enerzijds op een tegenstrijdige manier behaaglijk en – soit – wellicht wat hautain. Medelijden ‘voelt goed’. Dat is misschien verdacht. Anderzijds is medelijden ook beangstigend – zoals aangeduid – en heilzaam destabiliserend. Door medelijden word ik immers een wereld binnengeroepen, waar ik helemaal niet wil zijn. Dit ‘gevoel’ weet dingen, die ik niet wil weten en zegt mij dingen die ik niet wil horen. Namelijk dat mijn wereld groter is dan mijn ik. Gevoelens van medelijden spreken boekdelen: ze vullen de atlas van mijn bestaan.

Geef een reactie