Kunst als behoedzaamheid

Als ik tegen mensen zeg dat ik in Eindhoven woon, valt er vaak een ongemakkelijke stilte in het gesprek of worstelt mijn gesprekspartner zichtbaar met zijn ontzetting. Hij slaagt er met moeite in, om zijn verbazing of medelijden te onderdrukken. Zodra zij weer een beetje bij haar positieven is, stelt ze begripvolle vragen als: ‘Dat moest zeker van je werk, neem ik aan?’

Eindhoven is eenmaal niet een paradijs voor liefhebbers van trapgevelhuizen en intieme steegjes, verstilde grachten en geborgenheid biedende middeleeuwse kerkjes. Als dit gebrek nu maar werd goedgemaakt door flamboyante moderne bouwkunst …  maar ook wat dit betreft is de stad karig bedeeld. Voor zover er vooruitstrevende architectuur  is, staat ze zonder onderlinge samenhang en verweesd in een woestijn van naoorlogse haastklusbouw en jaren-tachtig-truttigheid.

Wie er oog voor heeft, vindt uiteraard wel de pareltjes die de stad rijk is, zoals het Witte Dorp van Dudok of de nieuwbouw van het Van Abbe Museum van Cahen. Wie een mooi zicht op dat laatste wil krijgen, moet het museumcomplex benaderen van de achterzijde. Dan kijk je, over een kunstmatige meander van de Dommel, uit op de ingetogen leistenen gevels, die zich spiegelen in het eeuwig stromende water dat voor even tot bedaren komt in de rivierbocht.

De Dommel wordt op deze plek overigens omzoomd door wilde oevergewassen en populieren. Het is of hier de stad binnenstebuiten is gekeerd en het zompige beekdalenlandschap rond Eindhoven, waar eertijds de jonge Van Gogh ronddwaalde, een toegang tot de binnenstad heeft afgedwongen.

Deze spannende confrontatie van enerzijds de prozaïsche en rechtlijnige zakelijkheid van de stad en anderzijds het beweeglijke, voortdurend veranderende en grillige waterlandschap: deze tegenstelling tussen beheersing en beweging is eigen aan Eindhoven. Ze is ook zichtbaar in de eveneens aan de Dommel gelegen High Tech Campus ten zuiden van de stad.

Vlakbij het Van Abbe Museum ligt het remonstrantse kerkje waar ik regelmatig kom – als kerkganger, gastvoorganger of actief gemeentelid. De ‘import’ uit het Westen en Noorden, die Eindhoven indertijd dankte aan gloeilampenfabricage en universitair onderwijs, bracht in zijn kielzog ook het remonstrantisme, deze deftig-nuchtere variant van het Nederlands protestantisme mee.

Binnen de muren van het bescheiden kerkgebouw hebben verschillende generaties van slimmeriken, uitvinders en aartsregelaars zich op zon- en weekdagen gebogen over de vragen, die zij in hun werk onbeantwoord moesten laten: vragen over vergankelijkheid en vergeefsheid, vragen over het onherstelbare en onvervangbare, vragen waarmee het geloof wel raad lijkt te weten.

Toen de kerkgemeenschap enkele jaren geleden van zichzelf een kunstwerk mocht uitzoeken, viel de keuze niet geheel toevallig op het ontwerp- en kunstenaarsduo Lonneke Gordijn en Ralph Nauta van Studio Drift. Beide zijn afkomstig uit de stal van de Eindhovense Design Academy en hebben tijdens hun opleiding de specifieke lucht van de stad, met haar typische spanningen en tegenstellingen, ingeademd.

Hun werk ademt deze sfeer op zijn beurt ook uit. Kenmerkend zijn de modulair opgebouwde werken die bestaan uit paardenbloemzaadjes, die zijn aangebracht op LED-lampjes. De confrontatie tussen natuur en techniek, tussen vergankelijkheid en beheersing kan niet beter worden uitgedrukt.

In de remonstrantse kerk van Eindhoven hangt dan nu het werk Fragile Future FF2. Met dit werk willen Gordijn en Nauta ons aanzetten tot het alternatief voor beheersing: de behoedzaamheid. Dezelfde behoedzaamheid die ik als kind soms even kon opbrengen als ik een rijpe paardenbloem had geplukt en mee naar huis nam. Ik hield de adem in en maakte vloeiende bewegingen, opdat haar zilveren tooi ongeschonden bleef. Thuis aangekomen liet ik de bloem zien aan mijn moeder.

En die blies de zaadjes weg.

Achteraf gezien is mijn – op dat moment door mij kortstondig, maar ook hartgrondig verwenste – moeder de allegorie van de geschiedenis. Tegen de meedogenloze stroom van deze geschiedenis is onze behoedzaamheid niet altijd opgewassen. Des te meer reden om ons hierin te blijven scholen – aan de hand van de vluchtige werken van Studio Drift bijvoorbeeld.

 

Deze column verscheen eerder op De Bezieling .

One thought on “Kunst als behoedzaamheid

  1. Als Rotterdammer vind ik Eindhoven helemaal niet verkeerd. Persoonlijk heb ik meer met dit soort steden dan die met trapgevels en intieme steegjes. Ik vind schoonheid meer in het modernisme en dat soort dingen. Laat de tierelantijntjes maar lekker aan de natuur over (of God). Die doet het veel beter. Ik snap nou nooit dat mensen in een straat kunnen wonen waar geen bomen staan zoals vaak in die vooroorlogse woonbuurten.
    Ik zeg altijd waarom moet een lantaarnpaal op een boom lijken (zo’n grachtenlantaarn) als je ook echte bomen kan planten en geef die lantaarnpaal zijn eigen identiteit (de lantaarnpaal van Friso Kramer).


Geef een reactie