Kijken

Vandaag zette ik een punt achter de affaire met mijn vakantieliefde. Voorlopig dan. Ik las de laatste bladzijde van Der grüne Heinrich, de sleutelroman van de Zwitserse schrijver Gottfried Keller (1819-1890)*. Ik had dit boek meegenomen op vakantie – en wel om verschillende redenen.

Ten eerste houd ik ervan een boek te lezen dat iets zegt over het land waar ik mijn vakantie doorbreng (dit keer dus Zwitserland). Ten tweede was ik op het boek geattendeerd door mijn favoriete schrijver Thomas Mann, die dit boek naar eigen zeggen op latere leeftijd herontdekte. Ik wilde dus wel eens weten wat Mann fascineerde in Kellers vertelling. Ten derde staat het boek in de traditie van de ‘Bildungsroman’. Dat is het genre roman dat vertelt “hoe een jongen tot man wordt” doordat hij het gevecht en het liefdesspel met de wereld al dan niet glansrijk doorstaat. Ik verken dit genre, nu ik me voorbereid op een leesgroep die ik in januari start en die zich gaat buigen over Manns eigen ‘Bildungsroman’ Der Zauberberg.

Het werd een aangename ontdekkingstocht. Keller weet het oubollige genre op zijn manier glans te geven.  Zo is de erotiek naar omstandigheden expliciet en zijn de psychologische observaties raak. Bovendien steekt Keller op vinnige wijze de draak met de dweperige kanten van de Duitse romantiek. De schrijver ‘speelt’ ten slotte op bijna postmoderne wijze met zijn gegeven, bijvoorbeeld door af en toe samen met de lezer buiten en boven het verhaal te gaan staan en er relativerend commentaar op te leveren (‘gefundenes Fressen’ voor Mann, denk ik dan).

Nu wilt u natuurlijk weten ‘waar het over gaat’. Terecht. Heel kort dan: De jonge Heinrich Lee verlaat op een goede dag zijn vaderland, om in de kunststad München zijn droom waar te maken: kunstschilder worden. Dat wordt een koude kermis – net als zijn vele liefdesaffaires overigens – en na de symbolische periode van zeven jaren keert Heinrich terug naar zijn moeder. Die heeft hem al die tijd gesteund, als een stille financiële en morele muze op de achtergrond. (Een goede verstaander herkent hier reeds enkele motieven, waarvoor Thomas Mann moet zijn gevallen: de artistieke metropool München, de worsteling tussen roeping en gebrek aan talent, het zevenslapersmotief etc.)

Extra diepgang krijgt Der grüne Heinrich doordat Keller er zijn eigen wijsgerige leerproces in verwerkt. Onder invloed van Feuerbach ging Keller zich namelijk steeds meer richten op de ‘Diesseitigkeit’ (slechts ontoereikend weergegeven met ons begrip ‘immanentie’). In een beroemde brief uit 1851 betoogt Keller op klassieke wijze, dat het ‘aardse leven’ niets aan glans inboet als het ‘hemelse uitzicht’ ontbreekt. Integendeel: het leven krijgt daardoor juist meer ernst, diepgang en intensiteit. Plat gezegd: het wegvallen van de religieuze parallelwereld (‘Seiten-, Neben- und Hintergedanken’) concentreert al onze toewijding, aandacht en piëteit op het leven zoals het nu eenmaal is. In de roman laat Keller zijn personage moeizaam dezelfde les trekken uit het leven.

Keller bezondigt zich niet aan antireligieus fanatisme en onverdraagzaam atheïsme. Ook met atheïstische dweperigheid en opdringerigheid veegt hij de vloer aan. Hij gunt ieder het zijne – ook als dat een traditioneel geloof is. Wat hij zichzelf en anderen echter vooral gunt is de gave om de wereld argeloos en onbevangen te zien zoals zij is: in haar volle glorie. Dat leert ook de schilder Heinrich van zijn leraren. Hij wordt hierin echter vooral onderwezen door zijn laatste grote liefde, de onbevangen vondeling Dorothea (‘godsgeschenk’). Hij ziet de wereld door de ogen van deze ‘uit het niets komende’, erfelijk onbelaste jonge vrouw. De wereld glanst dan dieper en intenser dan ooit – en vraagt meer dan ooit zijn toewijding.

Het gaat kortom om de heiligheid in en van het dagelijkse leven – zoals sommige hedendaagse theologen het enigszins flets uitdrukken. We hoeven niets te denken ‘bij’ het leven of de werkelijkheid. Die is op zichzelf diep genoeg. Als je maar uit je ogen kijkt. Wat de werkelijkheid dan doet, heeft Kellers Amerikaanse tijdgenoot Walt Whitman treffend uitgedrukt: ‘it shames the silliness out of me’. Ze zet ons op onze plaats en brengt ons zo bij zinnen.

* Ik las overigens de eerste versie en begin nu aan de tweede. Dat ik een Kellerkenner ben, matig ik me geenszins aan.

Geef een reactie