Het terrorisme en de tovenaars

Politieke voorkeur is ook altijd een kwestie van smaak en temperament. Daarom is mijn standpunt, zoals dat van ieder ander, in veel kwesties voorspelbaar, zij het met een zekere bandbreedte. Dat geldt ook voor mijn reactie op het terrorisme in onze Europese steden. Ik hoor tot de politiek correcte stam in dezen. Als u verder leest, bent u een gewaarschuwd mens.

Nu ik dit schrijf realiseer ik me, hoe vreemd het is dat dit thema wordt gepolitiseerd. Terrorisme is immers een volstrekt nihilistisch fenomeen. Het is de meest zuivere, ingedikte, gecondenseerde vorm van zinloos en redeloos geweld. Wat valt daarover of daarvan te ‘vinden’?  Dat doen we bij stormen of overstromingen immers ook niet… hoewel, toegegeven, daarover juist de door en door gepolitiseerde klimaatdiscussie gaat.

Het nihilisme-argument helpt je echter blijkbaar niet om de politieke discussie uit de weg te gaan. Beweren dat terrorisme een vorm van nihilisme is, wordt als zodanig al snel opgevat als een politiek standpunt. Wie de nihilisme-stelling aanhangt, wordt al spoedig bestempeld tot een ‘wegkijker’ die niet de perverse rationaliteit van de boosdoeners onder ogen wil zien.

Er is natuurlijk wel degelijk sprake van een bepaald soort rationaliteit bij zinloos geweld – en daar zit de crux. De daders mogen gespeend zijn van alles wat maar in de buurt komt van betekenisgeving: op een elementair (psychologisch) niveau is er wel degelijk sprake van oorzaken en gevolgen, van blinde motieven en reflexen, van in principe doorgrondbare mechanismen. Op basis van een analyse daarvan kunnen we aan preventie doen. Kortom: we kunnen gewoon ouderwets ons sociologisch huiswerk maken. Uiteraard kunnen daarmee niets garanderen, maar de problematiek wel voor een groot deel indammen. Toveren kunnen we niet.

Dat laatste verklaart wellicht de woede van ‘rechts’ tegen de ‘zachte’ aanpak van hen die de wijken, de moskeeën en de scholen in willen gaan en die de voor jihadisme vatbare jongeren willen behoeden voor het afdwalen naar dit fatale verschijnsel. Je kunt nog zoveel maatschappelijk werkers, buurtcoaches of gematigde geestelijken op deze kinderen afsturen: voor honderd procent garanderen kun je het succes niet. Dat weten de ‘zachten’ goed en dat steken ze niet onder stoelen of banken.

Het punt is echter dat de harde aanpak ook niets kan garanderen. Je kunt de Koran verbieden en alle moskeeën sluiten. Je kunt grenzen dichtgooien en vluchtelingen onder verdenking plaatsen en de toegang tot ons land weigeren. Durven de bepleiters van deze aanpak echter hun hand ervoor in het vuur te steken, dat dit wel werkt? Staan zij ervoor in, dat we op deze manier gevrijwaard blijven voor het demonische geweld?

Stel – bij wijze van gedachte-experiment – dat een rechtse meerderheid dit soort maatregelen (bedoeld als preventie of als sanctie) kan doorvoeren. We kunnen er zeker van zijn, dat er iemand door de mazen van het net glipt en alsnog zijn kans ziet om dood en verderf te zaaien. Ja: het afschrikwekkende beleid zal hem misschien zelfs prikkelen en provoceren. Wat is dan de volgende stap? Ik wil dit eigenlijk niet weten.

Nee, dit is geen retoriek. Nee, ik zeg niet dat Wilders of verwante geesten het terrorisme sterker maken, laat staan veroorzaken. Ik zeg wel dat zij met hun spierballen evenmin kunnen toveren, als de softe politiek correcte elite. Ik zeg wel dat de door hen voorgestane repressie zichzelf in de voet schiet. Ik zeg wel dat de echte wegkijkers diegenen zijn, die niet bereid zijn om samenhangen te analyseren en dus eerlijke preventie (die nooit een restloze risicoreductie is) in de weg staan. Deze kermismagiërs zouden er beter aan doen, om mee te denken over oplossingen. Zolang ze dat niet doen, doen ze bij voorbaat aan kiezersbedrog.

Geef een reactie