Er is niet veel te vieren, maar wel het nodige te eren

Onderhoudsbeurt of verkopen?

Er zat zomaar weer een feestje in de afgelopen week: de Dag van Europa. Hebt u ook de vlag uitgehangen? Ik wel – in overdrachtelijke zin dan. Niet dat er iets te vieren viel. Maar er was wel iets te eren. Te vieren valt er even niets, omdat Europa op dit moment niet optimaal functioneert. Te eren valt er wel iets, omdat het Europese project nog altijd garant staat voor veiligheid, vrede, welvaart en culturele verrijking. We kunnen en mogen dat project niet ongedaan maken. We moeten het uiteraard wel vervolmaken. De halfslachtigheden van onze muntunie bijvoorbeeld moeten we toch eens corrigeren, ten gunste van een echt geïntegreerd monetair systeem. Mutatis mutandis geldt het zelfde voor het Europese parlement etc.

Op weg dus naar de Verenigde Staten van Europa, wat mij betreft. Dan kan ik als kiezer ook op een wereldleider stemmen in plaats van op een dorpsburgemeester die in het dagelijks leven sigarenboer is. Wat mij betreft mogen we ook een – ooit door Thijs Wöltgens z.g. bepleite – tussenstap zetten en een deelstaat van Duitsland worden. Dan maken we tenminste ook deel uit van een cultuur en een taalgebied, die internationaal iets voorstellen (al zullen we ons deltadialect in onze vrije tijd wel blijven gebruiken).

Een eerbewijs is nu ook gepast, omdat hele volksstammen Europa bij het oud vuil willen zetten. Alsof er een alternatief is! Mensen zijn kort van memorie. Het feit dat we even in de malaise zitten doet ons verworvenheden vergeten die decennia lang wel hebben gewerkt. Zoals we wel meer zaken verguizen waarvoor martelarenbloed heeft gevloeid. Onze meerpartijendemocratie bijvoorbeeld, de veelstemmigheid van onze cultuur, onze verzorgingsstaat. Voor al die dingen is een APK dringend nodig, maar inruilen doe ik ze toch maar even niet. Waartegen immers?

Maar ja: opgeven is natuurlijk gemakkelijker dan onderhoud. En het is moeilijk om iets in te brengen tegen de populisten van links en rechts die luidruchtig Grootmoeders Koektrommel roeren voor de Goede Oude Tijd. Een koektrommel die wel eens akelig leeg kan blijken te zijn – wat muffe lucht daargelaten.

Thomas Mann

Toevallig las ik deze week een toespraak van Thomas Mann uit 1922, waarin hij de jonge generatie toesprak, die reeds blasé en vermoeid neerkeek op de Weimardemocratie, terwijl deze nog maar in de kleuterschoenen stond. Heel actueel klinken de volgende woorden:  “Wat is demagogie anders dan de vulgaire manipulatie die erin bestaat de huidige malaise van het land te misbruiken om het afgedane te verheerlijken – zonder dat men ook maar in het minst wegen en middelen kent, hoe de pracht van weleer kan worden hersteld en zonder dat men een troonsopvolger kan aanwijzen voor de verlaten troon, waaromheen met zich zo beschermend schaart.”

Ik las deze tekst, omdat ik me voorbereid op een studieproject rond de Toverberg van Mann, waarmee we de komende winter starten in de remonstrantse kerk in Eindhoven. Een mooi vooruitzicht. Het geciteerde essay is ontstaan in het kielzog van deze grote roman. En het wijst vooruit naar Dr Faustus.

Een project rond dat laatst genoemde boek sloten we deze week af met een vlammende toespraak in ons kerkgebouw door Rob ‘Nexus’ Riemen. Deze deed de Grote Waarden en Woorden van de Europees-humanistische traditie weer even voor ons glanzen. Met zijn provocerende, associatieve en doorleefde pleidooi toonde hij zich een plek in de apostolische successie van Thomas Mann waardig. (Misschien begeeft Riemen zich soms wat te ver boven de boomgrens en verwacht hij de inspiratie voor een humane cultuur te exclusief van verfijnde strijkkwartetten en vuistdikke, epische ‘Bildungsromane’. Ik zie toch ook veel eerlijk ethisch en humaan besef uit de populaire cultuur opborrelen – al is dat niet mijn element. Maar dit terzijde.) Zo hadden we dus toch een klein Europees feestje.

Religieuze vrijheid

Over feestjes gesproken: dit najaar wordt in de katholieke wereld herdacht dat vijftig jaar geleden het grote hervormingsconcilie begon. Inmiddels komen we van een kille kermis thuis en is de vrije ademhaling in de kerk gesmoord. Leg echter de schuld daarvan niet alleen bij de despoten aan de top! Wij religieuze mensen geloven maar al te graag in het ‘sprookje van de zekerheid’ (Ludwig Marcuse) en betalen voor onze gemoedsrust maar al te graag met het inleveren van onze mondigheid. En onze buiging voor het zelfbenoemde gezag komt niet alleen voort uit beleefdheid, angst of berusting. Vrijheid en verantwoordelijkheid – ze zijn vaak vermoeiend en kosten onderhoud. Overgave aan de leider of goeroe is dan heel verleidelijk. Psychologisch zie ik hier een parallel met ons vermoeide loslaten van het Europese project en van onze democratische en culturele verworvenheden.

Dit aan de kapstok hangen van de mondigheid observeer ik – God betere het – ook bij vrijzinnige groeperingen en in de ‘nieuwe spiritualiteit’. Er wordt meer geloofd en kritiekloos aanvaard dan ooit. En het is toch van de gekke dat mijn kwaliteitskrant Trouw in alle ernst een podium verleent aan lijkwadefetisjisten en mayakalendervolgers. Natuurlijk: er worden kritische vragen bij gesteld. Maar sommige onzin is zelfs het weerleggen niet waard. Niet wat mensen willen geloven moet aan de kaak worden gesteld, maar het feit dat zij allerlei zoete koek slikken. (Uit ervaring weet ik echter dat je in beide gevallen boze brieven van de New-Age-Inquisitie krijgt.)

De aangename koelte van mondigheid en gezond verstand: daartoe moeten wij onszelf en onze tijdgenoten blijven verlokken. Zoals Ovidius schreef in zijn Metamorphosen: de mens is geboren en geroepen om rechtop door het leven te gaan. Dat heeft de wereld definitief een ander aanzien gegeven. We zijn geen apen, zoals één van de zaterdagsbijlagen van mijn krant nu kopt. Laten we dan niet kruipen – en zeker niet terug in de richting van de moederschoot.

Geef een reactie