Een terugblik op de uitvaart van een moedig man

Vandaag, op dat mooie en vermetele, heimelijk met het heidendom heulende en met folklore flirtende feest van Maria Tenhemelopneming, vond in Den Bosch de uitvaart plaats van Mgr. Jan Bluyssen (*1926), de man die van 1966 tot 1984 leiding gaf aan het bisdom ’s-Hertogenbosch. Vorige week overleed hij.

Een moedig man

Mgr. Bluyssen is in alle toonaarden herdacht, ook in de sociale media. Wat me daarbij opvalt is, dat veel mensen bisschop Bluyssen kwalificeren in termen van zachtmoedigheid en vriendelijkheid, meegaandheid en toegeeflijkheid.  Het is niet altijd duidelijk of dit ondubbelzinnig positief is bedoeld. Indirect klinkt er ook een diskwalificatie in mee en de suggestie van zwak leiderschap. Soms zegt iemand ook onverbloemd dat mgr. Bluyssen ‘zacht’, ja ‘te soft’ was. Het prijzen van Bluyssens zachtmoedigheid lijkt – al naar gelang wie de spreker is – ook het halfslachtige en plichtmatige eerbetoon te zijn van een generatie cryptomasochistische katholieken, die in de jaren zeventig en tachtig opgelucht ademhaalden toen de ene na de andere ‘zachte’ bisschop werd vervangen door een hardhandige herder die vreugdeloze duidelijkheid bood.

Het is natuurlijk een kwestie van definitie, maar Bisschop Bluyssen was allesbehalve een ‘zachte’ man. Hij was immers voor de duvel niet bang. Als je zo open staat voor andere meningen, als je nieuwsgierig en belangstellend de ontwikkelingen in de samenleving volgt, als je – zonder verborgen agenda en vooropgesteld doel – het avontuur aangaat van een dialoog met buitenstaanders en met dissidenten in eigen kring, als je met open vizier theologie beoefent, als je je – kortom – zo ongedwongen en soepel kwijt van je opdracht: dan ben je niet zacht of soft. Dan heb je lef, dan beschik je over mentale lenigheid en spankracht, dan heb je een stevige ruggengraat. Dat is méér dan ‘zachtmoedigheid’. Het is gewoon moed.

Vaak schuilt er juist in strenge leiders een door angst week geworden ziel. Bij gebrek aan ruggengraat zoeken ze hun toevlucht tot een uitwendig skelet. Zijn zij sterkere leiders? Of missen ze misschien gewoon het spirituele, morele, karakterologische en intellectuele niveau, dat een mens in staat stelt zich open te stellen voor de werkelijkheid, voor andersdenkenden en voor de eisen en tekenen van de tijd? Bluyssen had dat niveau in ieder geval wel. Dat stelde hem in staat om zonder krampachtigheid op te treden.

Indrukken van achter een pilaar

Ik ben van de generatie die de tijd heeft meegemaakt, waarin de angst nog niet regeerde in de Nederlandse kerkprovincie. Mgr. Bluyssen belichaamde die tijd. Daarom wilde ik bij de uitvaart zijn. Bovendien kende de bisschop sinds kort ook rechtstreeks, omdat ik afgelopen jaar betrokken raakte bij een fonds ten behoeve van Derde Wereld, dat de bisschop in het leven had geroepen.

Zodoende zat ik vandaag in de Sint-Jan – achter een pilaar overigens, want er waren te veel mensen die, vanwege iets voor of achter hun naam, een gereserveerde plaats in het middenschip hadden. Ook werd een fors deel van de beste plaatsen in de kathedraal bezet door wat ik aanvankelijk aanzag voor een forse delegatie van de (immers in het bisdom gelegen) Efteling, maar wat bij nader inzien een vijftal (schutters-)gildes bleek te zijn: onversneden ‘gothic’ van degelijke Brabantse bodem en een mooie tegenhanger van het paarse gewemel op het priesterkoor.

Goed: ik zat berustend op een goedkope plaats en moest me behelpen met de haperende beeldschermen, die overigens niet echt nodig bleken, aangezien het statische ritueel rond het altaar weinig filmische potentie had. Met het geluid was er niets mis – tenzij men hoge eisen stelde aan de zangkunst van de hoofdcelebrant. Dankzij de puike geluidsversterking kon ik er getuige van zijn hoe één van de concelebranten een brief voorlas van de nuntius, waarin deze namens de staatssecretaris van de paus mededeelde, dat de paus op zijn beurt eraan hechtte zijn meeleven te betuigen. Of zo iets. Het was in elk geval een duizelingwekkend complexe – en als zodanig plechtige – condoleance.

Kippenvel

U heb er begrip voor als u mij na het bovenstaande beticht van moedwillige ironie en ervan verdenkt een cynische en rancuneuze acht-mei-katholiek te zijn. Misschien bent u in dat geval lid van de opgewekte generatie Nederlandse katholieken, die bisschoppen van het type Bluyssen niet heeft gekend – de generatie die ‘niet beter weet’ en die in die zin lijkt op iemand, die is opgegroeid in een gevangenis. Dan is het invoelbaar dat u mij een oude mopperaar vindt.

Maar deze oude mopperaar had vandaag ook zijn ‘kippenvelmomenten’. Ik prees me gelukkig dat er geen bekenden in mijn omgeving stonden, zodat ik ongegeneerd mijn tranen kon wegpinken. Indrukwekkend was bijvoorbeeld het onverbiddelijke geluid van de ritmische slagen op de omfloerste trom, waarmee de gildes hun intrede deden, terwijl de organist onverdroten verder preludeerde.

Een ander in zijn fluwelen heroïek ontroerend moment werd gevormd door het slotwoord van de familie, waarin bondig maar op niet mis te verstane wijze recht werd gedaan aan de wijze waarop Bluyssen het bisschopsambt had uitgeoefend. Het riep een golf van instemming op bij de kerkgangers, die zich ontlaadde in het applaus dat opging toen de kist met het stoffelijk overschot door het gangpad naar buiten werd gedragen.

Niet iedereen klapte natuurlijk. Die hadden iets in hun handen. Een staf bijvoorbeeld.

Geef een reactie