De wurghypotheek van Wotan

Misschient trekt u in deze crisisperiode de haren uit uw hoofd, omdat u een hypotheek heeft gesloten in de dure tijd. In dat geval bevindt u zich in goed gezelschap. En dan doel ik niet op mijzelf (hoewel wij dan wel lotgenoten zijn), doch op Wotan, het alfamannetje onder de goden in Wagners opera Rheingold.

Rheingold? Ok, even ons geheugen opfrissen. Richard Wagner wilde een groot episch werk scheppen over het tragische lot van Siegfried. Dat liep uit de hand en het werd een vierdelig werk waarop hij gedurende enkele decennia ploeterde. Om precies te zijn: het is eigenlijk een drieluik met een uitvoerige proloog. Die proloog nu is Rheingold. Het is met ruim twee uur de kortste opera van de Ring des Nibelungen, die cyclus die binnenkort weer ‘gaat’ in Bayreuth.

Waar gaat de Ring over? Op het eerste oog over niks. Het is moeilijk om je goed te houden, als je je bij de Ring tot de plot en de tekst beperkt. Je moet het doen met een Tolkienachtige poppenkast, bemand door bordkartonnen personages met malle namen. En Wagner mag zich dan hebben bescheurd om de muziek van zijn vereerder Nietzsche: met zijn eigen gewichtigdoenerige rijmelarij valt de zelfoverschatter Wagner behoorlijk door de mand.

Het ligt echter gecompliceerd. Zeker in de tweede opera, de Walküre, bereikt Wagners verhaal een grote filosofische en psychologische diepgang. Maar eigenlijk kent de Ring als ‘totaalkunstwerk’ (dus als meer-dan-tekst-alleen) reeds vanaf het begin een behoorlijke diepgang en gelaagdheid. Dat komt doordat Wagner de muziek en de tekst als het ware boven elkaar plaatst als twee notenbalken of ‘tekstlagen’. De muziek zegt – plat gezegd – soms iets anders dan de tekst.

En dat heeft dan weer alles te maken met die beroemde ‘leidmotieven’. Als luisteraar weet je bijvoorbeeld dat zo’n muzikaal motief, door het orkest gespeeld, naar iets onheilspellends verwijst. En dat klinkt dan door de gezongen woorden van de personages heen, terwijl deze zich van geen kwaad bewust zijn. Voorbeeldje. Als de goden in het Rheingold elkaar moed inspreken en luidkeels bezweren dat hun problemen zijn opgelost, klinkt in het orkest heel zacht het motief van de haat van de Nibelung die op wraak zint. Van dit soort gelaagdheden en dubbelheden staat de Ring vol.

Maar nu weet u nog niet waarover de Ring gaat en waarom Wotan wakker ligt van een hypotheek.

Welnu. Wotan heeft de reuzen (niet lachen!) een burcht laten bouwen waar hij op zijn lauweren wil gaan rusten: het Walhalla. Hij heeft dat op krediet gedaan en als onderpand de sexy godin Freia prijsgegeven. Intussen zint hij er natuurlijk op, hoe hij zijn schuld gaat inlossen bij de uit de kluiten gewassen aannemers. Hij gaat te rade bij zijn persoonlijke hypotheekadviseur, de leugenachtige en doortrapte Loge. Die weet wel een oplossing: Wotan kan het onderpand inlossen met het rijngoud. Dat goud is echter nog in het bezit van de Nibelung Alberich, die het op zijn beurt weer  heeft gestolen van de Rijndochters. Wotan, ten einde raad, belooft aan de reuzen dit goud: goud dat hij nog niet heeft en dat hij eerst nog zal moeten ontfutselen aan de dwerg.

Bedoeld of onbedoeld spat de maatschappijkritiek ervan af – hetgeen ons niet verbaast bij een componist die in zijn jonge jaren een revolutionair was. Loge als de beschermgod van de bedenkers van ingewikkelde financiële producten: als dat ons niet ironisch in de oren klinkt? En zoals velen ons zich hebben verstrikt in financiële wanconstructies, zo wordt ook de machtige Wotan een marionet van een pervers, ingewikkeld financieel systeem.

Het bovenstaande is een versimpelde weergave van het Rheingold en slechts één aspect ervan. Het hele verhaal is natuurlijk veel ingewikkelder: in vijftien uur muziekdrama filibustert Wagner er immers lustig op los. Hij kan daarin een complex verhaal kwijt, dat niet past in het bestek van dit blogje.

Dus: wordt vervolgd. Ik eindig nu met dezelfde kloofbungelaar als Wagner zelf in het Rheingold. Als Wotan aan het eind van de opera ‘een besluit neemt’ (meer staat er niet) klinkt het zwaardmotief. Mijns inziens is dit bijna een soort van muzikaal fallussymbool. Wij luisteraars ‘weten’ daardoor dat de Opperschuinsmarcheerder van plan is een kindje te gaan verwekken bij Erda – nogal zo’n personage met een onmogelijke naam.

En dat wordt niet zo maar een kindje. O nee.

Geef een reactie