De woede van machteloosheid

Er is een populaire vorm van wetenschapskritiek in omloop. De kern daarvan is dat de wetenschap te rationeel en te technisch is. Zij reduceert de werkelijkheid en de mens tot een geheel van oorzakelijke verbanden, die met een beetje mechanisch inzicht kunnen worden bespeeld. De realiteit is toch rijker en complexer? – aldus de criticasters.

Een populair mikpunt van kritiek is de geneeskunde. Ze heeft geen oog voor de aspecten van de mens die niet meetbaar en maakbaar zijn. Het wezenlijke ontgaat haar en is ze blind voor de echte oorzaken van ziektes. Ook maatschappijwetenschappen moeten het ontgelden. Sociologen en economen – en politici die zich door hen laten leiden – krijgen het verwijt ‘technocratisch’ te zijn en te weinig gevoel te hebben voor de psyche van de massa. Zelfs theologen ontkomen niet aan dit soort ongenoegen. Brengen zij het geloof niet terug tot een cerebraal spel met dogma’s en ideeën? Kortom: wetenschap simplificeert de werkelijkheid, verarmt haar aldus en heeft daardoor geen antwoord op de echte vragen.

Als je doorvraagt bij de critici, stuit je op een merkwaardige paradox. Dan ontdek je dat de irritatie niet zo zeer te maken heeft met de reductie of de vereenvoudiging, waaraan de wetenschap zich schuldig zou maken, doch juist met het tegendeel. De frustratie wordt eerder veroorzaakt door het feit dat de wetenschap de zaken ingewikkeld maakt. Wetenschap brengt nuances en grijstinten aan, wijst op complexe wisselwerkingen en op onopgehelderde oorzaken. Zij kan vandaag nog geen antwoorden geven op alle vragen. Ja: er zijn misschien vragen die nooit zullen worden beantwoord en problemen die nooit zullen worden opgelost. Wetenschap vraagt om geduld.

Juist dat is voor veel mensen te veel gevraagd. Het is onverdraaglijk dat een ziekte vandaag, morgen, overmorgen niet is te genezen – of misschien wel nooit. En dus is de arts als boodschapper van het teleurstellende nieuws de boosdoener – en wendt men zich tot de kwakzalver. Het is onverteerbaar dat bepaalde vormen van onveiligheid, overlast en ongelijkheid in onze samenleving blijven bestaan. En dus is de socioloog of econoom, die zegt dat hij of zij het ook niet weet, de vijand van het volk – en wendt men zich tot de populist. Het is onacceptabel dat we geen handzame antwoorden krijgen op onze geloofsvragen en dat bijbelwetenschappers meer twijfel zaaien dan harten onder riemen steken. En dus is de theoloog een spelbederver, die ons hindert om onbekommerd ‘alleluja’ of ‘ohm’ te roepen – en wendt men zich tot de charismatische of esoterische dominee of priester.

Men wil dus niet minder meetbaarheid en maakbaarheid, doch juist meer. De kritiek op de wetenschap komt voort uit machteloosheid, uit woede over het feit dat de realiteit ingewikkelder is en bepaalde problemen niet oplosbaar. Dit wekt ongeduld en onverdraagzaamheid.

Uit deze woede is ook een bekend modern verschijnsel geboren: het verschijnsel van de organisatiegoeroe en de coach. Hij is voor de werkorganisatie en de werkende mens wat de kwakzalver, populist en charismaticus zijn voor de patiënt, de burger en de gelovige. Hij laat je geloven dat je alle problemen in je organisatie en in je werkende leven de baast kunt worden aan de hand van vuistregels die passen op de achterkant van een postzegel.

Als personeelsadviseur en pastor heb ik zelf vaak een coachende rol. Daarin benadruk ik steevast dat er geen eenvoudige problemen zijn en geen gemakkelijke oplossingen. Je kunt de werkelijkheid niet de baas worden en als Mozes bevelen geven aan de zee. Je kunt wel leren zeilen op de onvoorspelbare oceaan van het bestaan. Je kunt wel leren om vriendschap te sluiten met je machteloosheid. Succes en geluk zijn niet te koop.

 

***

 

De bovenstaande tekst verscheen eerder deze maand in Ad Rem, remonstrants maandblad.

Geef een reactie