De moed om het dilemma het dilemma te laten

Radiodominees zijn vaak goed voor gekromde tenen. Het overkwam me onlangs weer, toen ik achter het stuur zat te luisteren naar mijn favoriete zender. Dit keer vertelde de zielzorger met ingehouden, maar nauwelijks ingehouden dramatiek en fierheid, hoe zijn familie in 2020 was omgegaan met een gevolg van de pandemie. Zijn oude moeder lag destijds op sterven in het ziekenhuis. Om de bekende redenen was het niet mogelijk, dat het voltallige gezin afscheid nam. De dominee vertelde, dat hij samen met zijn zussen en broeders toch maar het risico had genomen. De laatste adem was uiteindelijk uitgeblazen in aanwezigheid van het volledige nageslacht.

Het gezin had geen spijt van de beslissing, om de nabijheid aan moeder te laten prevaleren boven het volgen van de regels. En op dit moment van het radiopraatje kwam de spirituele aap uit mouw: “Je moet immers”,  aldus de Bijbelvaste predikant: “God soms meer gehoorzamen dan de mensen!” Met andere woorden: soms veroorlooft, ja eist ons geweten, om in te gaan tegen de menselijke wetten. In dat geval ging het gebod van de ouderliefde vóór de gehoorzaamheid aan de overheden.

Ik was gechoqueerd. Niet omdat ik een farizeïsche ijveraar wil zijn voor regels en wetten. En zeker niet, omdat ik vond dat mijn collega een andere beslissing had moeten nemen en de liefde voor zijn moeder had moeten opofferen. Integendeel: ik zou waarschijnlijk hetzelfde hebben gedaan. Het probleem is, dat zijn motivatie en rechtvaardiging uitgingen van de verkeerde uitgangspunten en categorieën.

In een situatie als de geschetste (een situatie die het afgelopen jaar velen is overkomen), is het heel goed denkbaar, invoelbaar en verdedigbaar, dat iemand de hygiëneregels schendt omdat hij of zij de nood voelt, om zijn of haar stervende naaste nabij te zijn. Het is immers een dilemma, een kwestie van kiezen tussen twee kwaden. Dat daarbij het hart wordt gevolgd, is legitiem en moreel niet verwerpelijk. Het dient echter altijd gepaard te gaan met het besef, dat het een conflict is binnen het eigen geweten, een conflict tussen twee doorleefde verplichtingen of, om het bijbels uit te drukken, geboden. Het geweten komt hier nooit zonder kleurscheuren uit.

Het probleem met de radiopastor was, dat hij meende, aan dit interne conflict te kunnen ontkomen door er een extern conflict van te maken tussen aan de ene kant zijn eigen geweten en aan de andere kant de regels. Zo kon hij zijn geweten redden en vrijpleiten – psychologisch gezien een begrijpelijke behoefte overigens – en de zwarte piet van het conflict leggen bij de bedenkers en opleggers van regels, waarmee hij zelf ethisch niets te maken had. Hij hoefde niet de moed op te brengen, om in te staan voor de vuile handen die hij onvermijdelijk maakte in het kader van zijn tragische keuzesituatie of dilemma.

Het is een illustratief voorbeeld van de manier, waarop velen – en niet alleen corona-ontkenners – omgaan met de vele dilemma’s, waar de pandemie ons mee confronteert: in de relationele sfeer, in de zorg, het onderwijs of de economie. Ze ontkennen het bestaan van tragische keuzes en dilemma’s en maken zichzelf tot slachtoffers of helden van de aanvaringen met regels, regels waarvan ze blijkbaar vinden dat ze vooral een bureaucratische rationaliteit hebben en dat ze hen inhoudelijk niet aangaan. Dat is ten diepst hoogmoedig, maar vooral getuigt het van een gebrek aan moed en eerlijkheid en van een gebrek aan solidariteit met die vele anderen, die dagelijks vechten met dilemma’s: experts, zorgverleners en beleidsmakers incluis.

Geef een reactie