Beste meneer Wilders, uw stoofvlees is te zuur.

Beste meneer Wilders,

Hoewel u er zelf om heeft gevraagd, lijkt er momenteel nog al ongericht op u te worden geschoten uit alle hoeken en gaten van politiek en samenleving. Omdat ik wil voorkomen dat al uw tegenstanders over één kam worden geschoren (de metafoor komt u waarschijnlijk bekend voor), wil ik u op de hoogte brengen van mijn eigen gevoelens en gedachten naar aanleiding van uw actie op de verkiezingsavond – waarbij ik die actie niet als een novum, doch als een logische stap in uw ontwikkeling beschouw.

Ten eerste moet ik u een compliment maken voor uw tactische vernuft. Wat u op 19 maart deed was natuurlijk geen ongelukje, geen onhandigheid. Uw optreden leek, zoals al uw optredens, op de handelwijze van de man die de wereld momenteel naar zijn hand zet: de Russische president Poetin. U zoekt de grenzen op van het toelaatbare, maar doet dit op een calculerende en slim doordachte manier. U gaat – anders dan uw tegenstanders beweren – nooit echt de grens over, maar scheert er rakelings langs. (Daarbij moet natuurlijk worden opgemerkt dat deze grens de laatste jaren steeds verder is verlegd door u, waarbij u bent geholpen door uw politieke concurrenten en tegenstanders, die u zogenaamd de wind uit de zeilen wilden nemen.) U weet ook van tevoren, dat u zich er achteraf altijd uit kunt redden – bijvoorbeeld omdat u formeel binnen de lijntjes blijft of omdat u weet waarop u op uw beurt uw tegenstanders kunt pakken – ofschoon u het zichzelf dit keer wel erg moeilijk heeft gemaakt.

U bent natuurlijk óók niet echt geholpen door uw scanderende aanhang in Den Haag. Ook dit wil ik echter relativeren. Iedere politieke partij of stroming – van links tot rechts, van gevestigd tot populistisch – heeft onder haar aanhang een kleine groep, waarmee ze liever niet op straat wil worden gezien. Mijn eigen PvdA is daarop geen uitzondering. Ik weet dat de meeste van uw kiezers gewone burgerlijke mensen zijn, die hun hoop op u hebben gevestigd voor het oplossen van een aantal concrete problemen. Mij verbaast het dan weer wel, dat u op de verkiezingsavond (zoals ook op andere momenten) juist die plek opzoekt waar u het minder representatieve en onfrisse deel van uw achterban ontmoet. Het lijkt er dan toch op, dat u zich graag omgeeft met een soort knokploeg, die mij en andere toeschouwers angst moet inboezemen.

Vervolgens zeg ik met nadruk, dat ik alle vergelijkingen van u met specifieke historische precedenten beschouw als ongepast en onjuist. Hoewel niemand mij wijsmaakt, dat u zelf afgelopen woensdag de overeenkomst niet opmerkte met de retoriek van propagandaminister G. en dat u zelf deze provocerende parallel niet beoogde, vind ik u nog steeds geen neo-nazi of fascist.

Deze specifieke vergelijking vind ik ook om ongemakkelijk, omdat ze afleidt van waar het werkelijk om gaat. Er is namelijk wel degelijk een generieke historische vergelijking te maken. U staat in een traditie die tot op heden voortduurt: de traditie van volkstribunen die zich lieten dragen en drijven door eigen en andermans rancune en revanchisme. U tapt uit het zelfde vaatje als de overleden en levende leiders in Venezuela, Iran, Gaza, Rusland, Turkije – om er maar enkele te noemen.

In dit opzicht vind ik uw optreden de laatste jaren al verontrustend genoeg. Daarvoor heb ik geen vergelijking met Nazi-Duitsland nodig. Rancune en revanchisme zijn altijd beangstigend – ook omdat ze ongericht en onvoorspelbaar zijn en een eigen dynamiek ontwikkelen. En dat laatste bedoel ik, als ik vrees dat een specifieke historische vergelijking afleidt van waar het werkelijk om gaat. Ik vrees namelijk, dat het u uiteindelijk niet te doen is om welke ‘etnische minderheid’ dan ook,  maar om een afrekening met andere leden van de politieke elite (waartoe u zelf behoort) en met vertegenwoordigers van het culturele establishment. In die zin lijkt u – om mij aan één specifieke historische vergelijking te wagen – op uw collega en voorganger als onruststoker: Pim Fortuyn.

Ik ben ervan overtuigd dat u bij het schillen van uw appeltjes binnen de grenzen van de wet zult blijven, maar het beangstigt mij toch dat u klaarblijkelijk uw persoonlijke afrekening leidend maakt voor uw politieke koers en strategie. En dat heeft al offers gevraagd, bijvoorbeeld in de culturele sector. Kroonjuwelen van politieke rivalen stukmaken is echter niet echt een staaltje van oplossingsgerichte politiek.

Ach, laat ik het rechtstreeks zeggen – of liever vragen. Meneer Wilders, waarom bent u toch zo boos? Waarom maakt u er uw programma van, om anderen iets te misgunnen? En waarom gaat u daarin zo ver, dat het masochistisch wordt? Waarom gaat u liever ten onder samen met Nederland, dan dat u zichzelf en uw boze achterban ervan overtuigt, dat een opbouwende opstelling weliswaar compromissen oplevert, maar nog altijd beter is dan twee keer niks.

Meneer Wilders: u maakt Nederland alleen maar grimmiger en schraler. Daar is niemand bij gebaat. Uw kiezers in de laatste plaats. Het door u opgediende stoofvlees is onaangenaam zuur, zodat niemand het meer lust.

Ik kijk uit naar uw antwoord,

Eric Corsius

Geef een reactie