Herinneringen aan mijn geheugen – Week van de Poëzie 2016

 

 

 

 

 

Camera Obscura

Mijn geheugen was een schat. Het bracht
me feilloos naar mijn school en loodste mij
langs in plantsoenen en verkeer zich schuil
houdende gevaren, als een engel.

Mijn geheugen was een vat, een on-
begrensde opbergplaats: voor tafeltjes,
grammaticale regels, liedjes, flarden
Mozart, grappen van Toon Hermans en
gedichten die ik voordroeg voor mezelf.

Feilloos fluisterde het in mijn oor
‘t verlossend antwoord bij examens of de
smoes die ik soms nodig had: een redder
in de nood, een trouwe bondgenoot.

Het was destijds ontvankelijk, gevoelig
als een camera, zo jeugdig als
de schoonheid die het stiekem portretteerde:
Onbeschreven blad, de onschuld zelf.
Maar ook gewiekst en lenig kon het zijn,
de feiten te slim af, een boeienkoning.

Levenslang was mijn geheugen partner
in crime. Soms vrees ik echter dat ook ik
zijn doelwit ben en dat het vleiend beeld,
dat ik hier schets, slechts zijn boosaardig werk is,
en dat het mij zijn waar gezicht onthoudt.

Inmiddels is het oud als ik: zo star,
hardleers, weerspannig, dor. De rek en ruimte
zijn er uit. – Ik heb er vrede mee,
zolang het maar de bergplaats blijft voor
één herinnering: die aan zijn eigen
jeugdigheid, al is die ook een leugen.

 

***

Geschreven naar aanleiding van de Week van de Poëzie 2016 met het thema ‘herinnering’.

Geef een reactie