Ook voorstanders zijn burgers.

De grootste vijand van de democratie is de democratie. Daarover kunnen hele naties meepraten. In een democratie kan een meerderheid een minderheid het leven onmogelijk maken. De democratie kan zelfs zichzelf afschaffen. Allemaal langs democratische weg. Daarom is het zo belangrijk dat een democratie altijd is ingebed in rechtsstatelijke structuren – zoals te onzent anno 2015. Deze waarborgen dat ze zich niet tegen zichzelf keert en dat mensenrechten ongeschonden blijven. Daarmee lijkt dit gevaar in ons werelddeel tot het verleden te behoren.

Tegenwoordig ligt het gevaar echter elders. Een democratie is namelijk ook kwetsbaar voor het misbruik van haar eigen begrippen. Er bestaat een democratische retoriek, die de echte democratie verlamt en ondermijnt. Dat gebeurt als een minderheid, zodra ze aanvoelt dat ze aan het kortste politieke eind gaat trekken, moord en brand schreeuwt over gebrek aan ‘draagvlak’ of over het ontbreken van inspraak van de ‘basis’. Vooral bij ingrijpende veranderingsprocessen is de boze minderheid erg luidruchtig. Ze bestaat vrijwel altijd uit mensen die tegen verandering zijn en legt de democratische bewijslast bij de bestuurders die nieuwe plannen willen realiseren.

De conservatieve, op democratisch denken parasiterende retoriek kennen we allemaal van moeizaam verlopende processen in verenigingen en gemeenschappen. Helaas betrap ik zelfs ‘weldenkende’ groeperingen wel eens op een vleugje hiervan als het gaat om ingrijpende veranderingen. Misschien is het niet eens verwonderlijk dat ook en juist zij er zo vatbaar voor zijn, want democratie is bij deze categorie (terecht) een heilig huisje en een gevoelige snaar geworden. En vaak domineert in de genoemde groeperingen een oudere generatie die zich kwetsbaarder voelt bij onrust en turbulentie.

Op nationaal en politiek niveau wordt de retoriek gehanteerd door populisten. Hoewel deze slechts een (soit: flinke) minderheid vertegenwoordigen, beweren ze dat zij spreken namens ‘de burgers’ en eisen ze stampvoetend dat er ‘eindelijk’ eens naar die burgers moet worden geluisterd. Ze roepen soms op tot referenda. Die zijn vooral bedoeld om iets tegen te houden en vrijwel nooit om steun te krijgen voor een fris idee. Zodoende maken de door zichzelf benoemde volkstribunen van de democratie een karikatuur.

Door op het quasi-democratische sentiment te spelen, zetten de populisten de echt democratische bestuurders – die een meerderheid vertegenwoordigen – op achterstand in de discussie. Deze bestuurders staan dan met hun mond vol tanden, mompelen iets beteuterds en doen allerlei concessies. Misschien wordt het tijd dat de meerderheid, die haar vertrouwen heeft gegeven aan de bestuurders, ook eens wat duidelijker het woord neemt en zegt: ‘Wij zijn het draagvlak en ook wij zijn burgers!’

De boze minderheid hoeft in onze rechtstaat echt niet te vrezen dat ze van haar rechten wordt beroofd. Ze krijgt gewoon niet altijd haar zin. Zo werkt democratie nu eenmaal.

2 thoughts on “Ook voorstanders zijn burgers.



Geef een reactie