De woorden verhuizen. Het papier valt uiteen.

“In der Spannung des Widerspruches läuft unser Leben ab.“

„Leib und Leben, erleiben und erleben gehören zusammen.“

A. Döblin

Met de tergende traagheid van de post bereikte mij deze week een boek dat ik had gekocht via Boekwinkeltjes.nl. Deze site is een grote verworvenheid. Vóór het digitale tijdperk lagen de zeldzame, maar weinig begeerde, ter adoptie aangeboden boeken ergens in een uithoek van het heelal te wachten op die ene geïnteresseerde koper. Elders in de kosmos was op zijn beurt iemand naarstig op zoek naar dit ene boek. Hij struinde daarvoor de antiquariaten af die binnen zijn handbereik lagen of beproefde zijn geluk in de winkels waarop hij toevallig stuitte als hij in den vreemde was. Elkaar vinden was een kwestie van geluk hebben. De twee koningskinderen waren van elkaar gescheiden door een afgrond van onwetendheid aangaande elkaars bestaan.

Dankzij netwerksites als Boekwinkeltjes.nl is deze onwetendheid echter opgeheven. Binnen enkele tellen kan de match tussen boek en lezer worden gemaakt en langs digitale weg vinden de geliefden elkaar. Als het doel eenmaal is bereikt, heeft het digitale overigens uitgediend. Dan strelen op uiterst analoge wijze de beduimelende duimen en vingers van de lezer de verweerde huid van het boek. Boekwinkeltjes slaat zodoende een brug tussen twee tegengestelde leefwerelden.

***

Het boek dat ik kocht is Unser Dasein van Alfred Döblin. Het is een verzameling essays die ongeveer gelijktijdig verscheen met Berlin Alexanderplatz en die op beschouwende wijze de thema’s en motieven van deze roman benadert (zie ook mijn eerdere column naar aanleiding van dit boek). Eén van die thema’s is de samenspanning tussen het materiële en het immateriële, het argwanende samenwonen van ‘ziel’ en lichaam, het tot elkaar veroordeeld zijn van ik en zintuiglijkheid.

Het is een adembenemend om de auteur – die weigert kant-en-klare gedachten op te dissen of snel tot oplossingen te komen – te volgen bij zijn onvermoeide denken over dit onderwerp. Het is behalve adembenemend ook een verademing, vergeleken met de populistische filosofietjes in de bijlagen van eertijds fier-protestantse kwaliteitskranten, filosofietjes die, aan de hand van de neurologische klokken die ze hebben horen luiden, het bewustzijn reduceren tot een biologisch proces.

***

De spanning tussen het materiële en het immateriële is overigens een mooie analogie of metafoor voor de beleving van het boek als boek. Laat ik proberen duidelijk te maken wat ik bedoel (altijd handig voor de lezer of lezeres en leerzaam voor de schrijver).

Uiteraard is er niets ‘materiëler’ dan de digitale communicatietechnieken. Niettemin hebben zij ons de illusie opgeleverd van een virtuele parallelle wereld, die alleen bestaat in onze waarnemingen, gedachten en belevingen. Dankzij diezelfde technieken lijkt zich bovendien het schrift te hebben gedematerialiseerd. Het boek en de krant zijn los van papier verkrijgbaar en zij leiden als het ware het bestaan van uit hun lichaam getreden geesten. (En dan hebben we het nog niet eens over de verdringing van het gefixeerde schrift door het vluchtige bewegende beeld.)

De vanzelfsprekendheid, dat het schrift zich incarneerde in papieren, gedrukte boeken: die vanzelfsprekendheid is doorbroken. Er zijn andere vehikels voor het schrift: de tablet, smartphone of laptop waarop u dit leest of het elektronische boek. En die doen even goed dienst. Hierdoor worden we ons met terugwerkende kracht ervan bewust, dat ook de drukpers ‘slechts’ een technische ondersteuning was van de vruchten van de geestelijke arbeid, zonder een intrinsieke band ermee te onderhouden.

(Analoog hieraan is terugblikkend ook de veel bejubelde ‘echte boekwinkel’ net zo goed een commercieel vehikel als de internetboekhandel. Dit besef wordt ook nog eens versterkt door de verschraling van het aanbod in de grote winkelketens, die zijn verworden tot driedimensionale simulaties van webshops, hetgeen m.i. een voorname oorzaak is geweest van de ondergang van Polare. Dit echter terzijde.)

Romantici (een gilde waartoe ik mijzelf reken) betreuren de terugtocht van het ‘echte boek’ en ervaren de dematerialisering van het boek – paradoxaal genoeg – als een ontzieling. Juist de grote liefhebbers van De Geest zijn vurige pleitbezorgers van het papier. Het ‘aura’ van het boek schuilt voor hen in de geur ervan, in zijn tastzaamheid, in de subtiel geaccidenteerde huid en – bij oudere boeken – de patina die erop is neergeslagen door gebruik of opslag.

Zoals voor alle romantici geldt echter ook voor ons bibliofielen, dat we niet meer terug kunnen gaan naar het verleden. Eens en vooral is er een ‘Entzweiung’ ontstaan tussen het schrift enerzijds en zijn materiële drager anderzijds. Het huwelijk van inkt en papier is van zijn onvermijdelijkheid ontdaan. Als ik nu teder over de bladzijden van Döblins boek streel, om het reliëf te voelen dat de drukpers heeft achtergelaten, gaat dit gepaard met het onherroepelijk bewustzijn dat de verbinding van geest en materie een louter willekeurige is. En dat was ook al zo in de goede oude tijd, zo wrijf ik mezelf in.

Als vlinders vliegen de woorden van de ene drager naar de andere, ontrouw aan die ene drager waaraan wij romantici zo gehecht zijn – omdat hij zo lekker ruikt, zo aangenaam koel aanvoelt en zulk een heerlijke zwaarte heeft in onze handen. De van huis naar huis fladderende woorden zijn echter datgene wat blijft. Het papier valt ooit uiteen.

Maar ik wil dit niet weten. Ik wil niet weten dat de ziel het redt zonder de vezels van haar vege lijf. En tegen beter weten in koester ik mijn kwetsbare adoptiefkinderen.

Geef een reactie