Monthly Archives: februari 2021

De bekering tot een open zelf

Een ontsnappingspoging uit de impasse van de identiteit

In een sombere bui, ben ik al snel geneigd om overal symptomen van decadentie te zien. Ik weet niet of dat zo ongezond is. Misschien is pessimisme te verkiezen boven achterdocht. Misschien kun je beter overgevoelig zijn voor tekenen van verval dan overal complotten zien. Misschien is het humaner, om je medemensen als latent zieken te zien dan als heimelijke vijanden. Liever cultuurconservatief dan populist, zeg maar.

Eén van de symptomen van verval van onze cultuur zie ik in de driehoek van drie ‘teiten’: authenticiteit, spiritualiteit en identiteit. In media, in het dagelijks leven, in de kunst domineert een bijna manische focus op deze drie verschijnselen.

Authenticiteit

Ten eerste moeten veel individuen moeten zichzelf zijn, van hun hart geen moordkuil maken en ons direct vanuit hun ‘hart en ziel’ aanspreken. (Tenminste: dat moeten ze van zichzelf. Ik heb daarom niet gevraagd.) Naarmate ze daarin meer slagen, zijn ze ook onfeilbaarder, want wat uit dat ‘hart’ of die ‘ziel’ komt is per definitie waar – of in elk geval niet voor argumentatieve discussie vatbaar. Dit ‘expressionisme’ kan geen ongelijk hebben, want de expressionist is zijn of haar eigen maatstaf.

Spiritualiteit

Ten tweede duikt in de commercie, in de low culture en in de high culture te pas en te onpas het begrip inspiratie op. Hoewel het woord door zijn herkomst iets bovenaards en onlichamelijks suggereert, is het juist sterk verbonden met de ‘esthetisering’ (in de zin van ‘verzintuigelijking’) van onze cultuur, waarin het belevenis- en gebeurteniskarakter het criterium wordt voor waarde en betekenis. De consumptie van een product of de deelname aan een cultuuruiting moet iets met me ‘doen’, mij op andere gedachten en gevoelens brengen – zonder dat men daarbij ingaat op de inhoud daarvan. Hoofdzaak is dát er in iets in me teweeg wordt gebracht en dát ik in vervoering wordt gebracht. Discussie over waarde en betekenis wordt niet op prijs gesteld. Wat mij wordt ingefluisterd door de geesten, al dan niet vertolkt door ‘influencers’, is waar en goed.

Identiteit

Authenticiteit en spiritualiteit zijn op het oog politiek nog neutraal. Van identiteit kun je dat niet meer zeggen. Identiteit wordt geclaimd door mensen, die zichzelf en anderen definiëren als in hun ‘wezen’ behorend tot een bepaalde categorie. Uit het lidmaatschap van die groep – een groep die uiteraard een constructie is, als het al geen fictie is – leidt men dan rechten, voorrechten, geboden en verboden af. Als men zelf tot een benadeelde groep hoort, gaat het voorrecht zelfs zover, dat men buiten of boven het recht staat en binnen een eenzijdig uitgeroepen noodtoestand anderen het zwijgen mag opleggen, met welke middelen dan ook.

Er zit in deze drie verschijnselen een rode draad. Alle drie leiden ze tot een verlamming en verzieking van het samenleven. Authentieke mensen stellen zich vaak allerminst ‘kwetsbaar’ op, maar, zoals gezegd, juist onfeilbaar. In feite zijn ze gewoon voortdurend gekwetst, hetgeen is anders is dan kwetsbaar. Kritiek wordt niet op prijs gesteld – en bij de ‘bezielden’ zeker geen kritiek op hun goeroes en andere ‘inspiratoren’. Ze maken de bodem om zichzelf heen glibberig en iedere toenadering en poging tot conversatie is bij voorbaat gedoemd te blijven steken in een uitwisseling van monologen. Bij identiteitsfetisjisten wordt de glibberige bodem zelfs tot een mijnenveld en een bomgordel. Als de gekwetste zichzelf verschanst in het narratief van slachtofferschap, kun je haar of hem alleen nog maar met een witte vlag benaderen.

Maar laat ik maar heel authentiek ‘bij mezelf blijven’. Misschien moet ik gewoon zeggen dat ik er allemaal ‘niets mee kan’? En dat dit biografische oorzaken heeft? Inderdaad. Ik ben opgegroeid in een religieuze gemeenschap – de katholieke kerk – waarin spiritueel egocentrisme van alle tijden was, waarin het de cultuur van het zelf de laatste decennia zelfs is gaan woekeren. Ik hoor tot een kerkelijke groepering waarin we het beter wisten dan anderen en waarin we groepen van mensen (vrouwen bijvoorbeeld) op essentialistische wijze vastlegden op een identiteit. Ik hoor tot een culturele groep, waarbinnen we onszelf vanouds tot slachtoffers stileerden van de ‘anderen’. Dit alles verklaart wellicht mijn allergie tegenover de beschreven fenomenen.

Waar echter het gevaar dreigt, groeit ook het tegengif. In de ‘christelijke’ traditie wordt ons ook steeds weer een spiegel voorgehouden. Er wordt ons steeds weer gezegd, dat het in de navolging niet gaat om het koesteren van een naar binnen gekeerde authenticiteit of van een om zichzelf draaiende identiteit. Navolging betekent daarentegen de bekering tot een ‘gastvrij zelf’, dat de ander in zichzelf laat wonen. Navolging is het bloot leggen van een ‘open zelf’, dat niet zichzelf, maar de ander als (potentieel) ‘slachtoffer’ (van mij) ziet. Hier is geen sprake van exhibitionistische ‘kwetsbaarheid’ of tot de tanden gewapend slachtofferschap, maar van oprechte ‘ongewapendheid’. Hier is geen sprake van ‘bezield’ worden, maar van ‘bezeten’ worden door de berooide ander, die een appel op mij doet en mij aanklaagt.

Ik ben de ander. Daarom doe ik niet mee met de drie ‘teiten’, die in feite hedendaagse uitingsvormen van farizeïsme en kleinburgerlijke benepenheid zijn. En als u me daarop betrapt: schreeuw me dat dan in mijn uren. En lap mijn ‘comfort zone’ aan uw laars.