Trouw: soms het domme blondje onder de kranten

In 2012 won ochtendblad Trouw de missverkiezing van de Europese kranten. De christelijke verzetskrant werd namelijk verkozen tot European Newspaper Of The Year – met name vanwege de vormgeving. Zoals het een echte ‘miss’ betaamt, moet de krant natuurlijk ook aantonen dat ze niet alleen vanwege haar aantrekkelijke vormen in aanmerking kwam voor deze prijs, maar dat ze ook iets zinnigs kan zeggen over de vraag waar het met de wereld naar toe moet. Welnu: volgens mij heeft de hoofdredacteur in de wekelijkse bijlage Letter & Geest van 12 januari jl. elke miss-kandidate voorbijgestreefd wat betreft politiek-correcte oppervlakkigheid en platitude-fabricage.

Laat ik even de context aangeven. Het katern begint met wat hoogstwaarschijnlijk is bedoeld als een pastiche. De vaste medewerkers Dros en Van de Poll smeden het gedachtegoed van een aantal duurzaamheidsgoeroes om tot een ‘Kleine Catechismus van het Groene Geloof’, die enkele pagina’s vult. Uit het daaropvolgende commentaar van de auteurs blijkt, dat het allemaal parodistisch en ironisch bedoeld is. Ze vegen de vloer aan met het ideologische en mystificerende karakter van het duurzaamheidsgeloof.

Maar dan komt het. Willem Schoonen – de hoofdredacteur dus – vult twee pagina’s van de wekelijkse sjamanenbijlage met een pleidooi voor het religieuze ophemelen van de duurzaamheidsideologie.  Met droge ogen beweert hij dat duurzaamheid niet is gebaat bij fact-based, wetenschappelijke ondersteuning alleen. Nee: het ‘streven naar duurzaamheid’ is vooral gebaat bij overtuigingen die ‘verder gaan’ dan ‘wetenschap (…) met alle twijfel en onzekerheid die daarbij horen’. Het ‘gevoel voor het collectief’ en de aanhankelijkheid aan het ‘collectieve goed dat de aarde is’ moeten het vooral hebben van ‘rotsvaste overtuigingen’ – en kunnen het eventueel stellen zonder wetenschap. Door ‘geloof’ krijgt het duurzaamheidsstreven immers meer overtuigingskracht. Bovendien berust het ‘groene geloof’ wat betreft zijn ‘religieuze component’ op ‘kernwaarden van het christendom’, waarden die dit christendom deelt met – onder andere – ‘het natuurgeloof van de Germanen’. Tenslotte: als het duurzaamheidsstreven op deze manier religieus wordt doordesemd, kan het ook een ‘verbindend idealisme’ leveren aan een samenleving die is beroofd van de grote verhalen.

Tot zover Schoonen. Ik voorspel dat hij maandag de deur van zijn kantoor niet open krijgt, vanwege de stapel brieven die zich daarachter heeft opgehoopt van om zijn intellectuele zindelijkheid bezorgde lezers – al zal zich daaronder ook een enkele Germaanse steunbetuiging bevinden. Waarom zou een ethisch ‘streven’ niet kunnen worden gemotiveerd door fact-based analyses? Om een handelwijze te ervaren als goed is het noodzakelijk, maar ook voldoende, dat op inzichtelijke wijze wordt aangetoond dat zij goed is, door de verbanden tussen oorzaak en gevolg aan te wijzen. Als redelijke wezens hebben wij mensen de plicht tot en het recht op geloofwaardigheidsstichtende argumenten – en dus ook op de eventuele ‘twijfels en onzekerheden’ waarmee deze gepaard gaan.

Ik raad de heer Schoonen aan om toch maar eens serieus het recent verschenen boek van Louise Fresco te (her-)lezen, waarin zij bepaalde duurzaamheidsuitgangspunten (in haar geval op het terrein van voedselproductie) op een sympathieke en zakelijke wijze in het juiste perspectief plaatst en zo nodig relativeert, zonder de verdenking op zich te laden dat ze wordt bezoldigd door de magnaten van de grootschalige, moderne voedingsindustrie en zonder enige polemische anti-milieubewegingretoriek (zoals die van Jaffe Vink, waaraan Letter & Geest overigens wel ruimte geeft in het zelfde katern). Om bevlogen te zijn, hoef je je verstand niet op nul te zetten en om goed te leven hoeven we ons niet te verstoppen voor twijfels en onzekerheden.

Wat nog erger is – te meer bij een hoofdredacteur van een krant met een eerbiedwaardige protestantse traditie – is dat Schoonen geloof of religie (elke theologische fijnproeverij ten spijt en voor het gemak hier ook door mij op één hoop gegooid) enerzijds en wetenschap anderzijds hun spel laat spelen op elkaars speelveld. Iedereen die een beetje wetenschapsfilosofie heeft genoten, voelt op zijn duurzame klompen aan dat Schoonen hier wel erg dicht in de buurt komt van een beruchte categoriefout. Geloof en religie kunnen geen uitspraken en aanspraken doen gelden op een gebied dat is voorbehouden aan de empirie. De duurzaamheid is zo’n gebied. Gelovige uitspraken over de empirie zijn al even uit den boze als empirisch bedoelde uitspraken over het onderwerp van de het geloof. Schoonen wil blijkbaar echter van zijn krant – en dat is niet de eerste keer – een podium maken voor de esoterische grensvervagers op dit punt. (Gelukkig wordt dit door enkele schrandere columnisten goedgemaakt. Dat moet gezegd.)

Laat de wetenschap dus in Godsnaam haar domein behouden. Ik zeg dit ook als theoloog. Geloof en religie gaan niet over duurzaamheid – of over welk empirisch domein dan ook. Ze gaan wel over verantwoordelijkheid. En wie zich verantwoordelijk weet, zal zijn of haar oor te luisteren leggen bij de wetenschap om te vernemen welke de gevolgen van haar of zijn handelen zijn – om daaraan hopelijk consequenties te verbinden. De inhoud van oorzaak-gevolg-beweringen is echter niet religieus van aard – of het nu beweringen zijn met betrekking tot duurzaamheid, economie, politiek, gezondheid of wat dan ook. Het geloof gaat haar boekje te buiten, maar is er vooral ook zelf niet mee gebaat als zij wordt opgezadeld met het corvee om uitspraken te doen over de empirie (in dit geval over het empirische domein van de duurzaamheid). Geloof – en dus ook het denkende geloof: de theologie – gaat uitsluitend over de radicale oproep tot verantwoordelijkheid die tot ons komt van de Gans Andere, van Hem over wie ons geen uitspraak toekomt tenzij een uitspraak die ten diepste geen ‘uitspraak over iets’ is, doch een eer-biedig ‘antwoord op Iemand’. Daar heeft het geloof zijn handen vol aan.

Wat mij ten diepste verontrust, is dat Schoonen het onderscheid der domeinen moedwillig negeert, omdat hij de bruikbare, glasheldere zekerheid des geloofs prefereert boven de lastige rafelranden en aarzelingen der wetenschap. Misschien is hij ook wel creationist – je weet het nooit. En de vragen zijn hiermee niet uitgeput. Zo mag hij nog eens uitleggen hoe hij het verantwoordt dat hij de religie voor een sociologisch karretje spant en dat hij het geloof instrumentaliseert om het ‘gat’ te vullen dat de Grote Verhalen hebben achtergelaten. Daarnaast zou hij in het hol van de protestantse leeuw toch beter moeten weten, dan dat hij de aarde op een paganistische manier tot cultusobject maakt. En laat hij in elk geval een volgende keer zulke dommigheden achterwege laten als het fact-free fantaseren over een ‘Germaans natuurgeloof’, dat verwant zou zijn met de grote religies. Dat zou zelfs een welgeschapen Miss-Holland-kandidate punten kosten.

2 thoughts on “Trouw: soms het domme blondje onder de kranten



Geef een reactie