Theologie en kunst op het kruispunt

Onlangs werd ik door een uitspraak van de opkomende theoloog Michaela Quast-Neulinger wakker geschud. Ze karakteriseert de theologie als een ‘aangewezen wetenschap’. De theologie heeft nooit genoeg aan zichzelf, aldus Neulinger, maar moet het hebben van bronnen en hulpmiddelen die buiten haarzelf liggen. Eigenlijk weten ‘wij’ theologen, als het goed is, dit al allang en van huis uit. Maar het is goed, om eraan te worden herinnerd. Want theologie is gotbetert ook een vergeetachtige wetenschap. Nog even ons geheugen opfrissen dus.

De theologie moet zich enerzijds voortdurend laten voeden door de levende stroom van de traditie , een stroom die haar oorsprong vindt in de Bijbel. Dat kan de theologie niet door op eigen kracht terug te keren naar de bronnen – zoals het wel eens wordt weergegeven – maar alleen door zich open te stellen voor die voortdurend overvloeiende bronnen. Door zich open te stellen voor dat levende Woord, dat niet eens en voor al vastligt, maar dat goed beschouwd een voortdurende woordenstroom is, elke dag weer nieuw en fris. Zogenaamde ‘herbronning’ gebeurt dus niet door iets te doen, maar door iets toe te laten, door zich te laten bevloeien, beïnvloeden.  Het is niet iets actiefs, maar iets passiefs.

Anderzijds moet de theologie open staan voor andere levensbeschouwingen en voor actuele ervaringen en de uitdrukkingen daarvan in wijsbegeerte, literatuur, kunst en andere media. De theologie is niet alleen aangewezen op de Gans Andere en Zijn Woord, maar ook op de vreemden en anderen om haar heen. Die verrijken haar, brengen haar op ideeën en reiken haar vormen aan, om nieuwe en oudere ideeën te ‘articuleren’, zoals het technisch heet. Dit ‘aangewezen’ zijn is ook hier niet alleen een kwestie van een keuze: de anderen dienen zich ook ongenood aan.

De theologie bevindt zich altijd op een kruispunt, op een punt waarop deze twee lijnen samenkomen en elkaar kruisen: de ‘verticale’ lijn uit de traditie en de ‘horizontale’ lijn van de andere, hedendaagse  bronnen. Op zichzelf is de theologie een ‘leeg midden’ , zoals Karl Barth het uitdrukte. Pas door de schering en de inslag van de twee lijnen, krijgt de theologie betekenis en heeft zij iets te zeggen. Haar eigen zeggingskracht ontleent zij aan het gezag van het andere. En als zij die zeggingskracht eenmaal heeft ontwikkeld, kan zij op haar beurt een bron zijn voor anderen.

De theologie  kan hiervoor in de leer gaan bij de kunst. Ook de kunst staat altijd op een kruispunt en is aangewezen op de twee lijnen van de traditie en van hedendaagse bronnen. Mozart en Beethoven bouwden voort op hun voorgangers uit renaissance en de barok. Tegelijk citeerden ze volksliedjes die ze op straat hoorden en de muziek die ne Turkse legers naar Europa brachten. Schilders als Van Gogh en Monet lieten zich leiden door de grootmeesters uit de gouden eeuw, maar ook door Japanse prenten en door de onmiddellijke ervaring die ze opdeden als ze in de open lucht en op locatie schilderden.

De voorbeelden liggen dus voor het oprapen. Neem de annunciatie van Otto Dix uit 1950. Hierin laat de kunstenaar zich onverholen leiden door een klassiek onderwerp uit de kunstgeschiedenis: de aankondiging van Christus’ geboorte door de engel Gabriël aan de jonge Maria. Ook neemt hij gedeeltelijk de vormen- en kleurentaal over van oudere generaties kunstenaars, waaronder Matthias Grünewald. Tegelijk is Dix’ werk onverholen eigentijds en modern. De ervaringen van de gruwelen van de eerste helft van de 20e eeuw bepalen de grimmige sfeer ervan. Dix geeft uiting aan de angst van tijdgenoten, die zich aan hem opdringen, door Maria te schilderen als een meisje uit een burgerlijk milieu, dat in haar eigen kamer wordt overvallen door een indringer met wellicht gewelddadige bedoelingen.

Traditie en actualiteit kruisen elkaar in Dix’ opzienbarende werk. Ze dringen zich tegelijk aan hem op. Daardoor ontstaan vervreemding en ironie. De hedendaagse ervaringen aan de ene kant worden door deze vervreemding en ironie extra onderstreept en onder de aandacht gebracht. De traditionele beeldtaal aan de andere kant krijgt een ongekende indringendheid. Menig theoloog kan jaloers zijn op wat de kunstenaar hier voor elkaar krijgt.

***

De bovenstaande column verscheen eerder op De Bezieling.

Geef een reactie