Passie

Er zit een knop op de TV. Het is een oubollig cliché, maar waar. Ik verbaas me nog steeds over mensen die via Twitter klagen over het bedroevende peil van het TV-programma waarnaar ze zitten te kijken. Zet het dan af. Nog treuriger vind ik mensen die zich een week lang verheugen op een ‘belangrijke’ (sic!) voetbalwedstrijd – en dan een week lang niet zijn te genieten omdat de afloop anders was dan gehoopt. Neem het dan op en kijk dan later – en natuurlijk alleen dan, als je je hebt laten vertellen dat het goed is afgelopen. (Maar ik begrijp waarschijnlijk niet goed, waar het om gaat bij voetbal, toegegeven.)

Dus… ik keek op Witte Donderdag niet naar Passion, die Chiel-Montagne-versie van het passieverhaal. Een kwestie van smaak. Anderen mogen met volle teugen genieten: het is aan mij niet besteed. Ieder het zijne. Heb een leuke avond, zou ik zeggen. Ik heb er ook één, op mijn manier.

Maar nu komt het. Mensen met wie ik de zelfde muzikale en theologische smaak deel: die geven mij slechts ten dele gelijk. Voor het andere deel komen ze aanzetten met de diepzinnige gedachte dat het ‘toch wel interessant is’ dat het passieverhaal zo’n brede belangstelling krijgt, dat het blijkbaar een grote collectieve snaar raakt en dat we daar ‘als theologen iets mee moeten’. Als het al niet mooi is (in mijn ogen dan): dan moet ik het in elk geval relevant vinden – of zo iets. Een argument dat je vaak hoort als het gaat over popculturele uitingen van religiositeit.

Dat gaat er bij mij niet in. Volgens mij hangen vorm, inhoud en belang onlosmakelijk bij elkaar. Plat gezegd: wat voor mij geen esthetisch gehalte heeft, is voor mij ook niet relevant. Geniet van je eigen muziek: maar omgeef het niet met het aureool van ‘belangrijkheid’. De Mattheüs van Bach: die is relevant omdat en voor zover hij mooi is. De muziek is goed en dáárom belangrijk. De edele vorm verraadt een edele inhoud. Andersom: een goede inhoud verdient een goede vorm. Een belangrijke boodschap in een goedkoop mandje lekt weg.

Nogmaals: ik ben niet tegen Passion. Zoals ik ook niet tegen GTST of Pauw & Witteman ben. Leuk vertier. Maar ik ga er heus geen diepere dingen achter zoeken of van maken. Ik ben misschien wel een atypische, ouderwetse theoloog, wat dat betreft. Wellicht dat ik daarom ergens wat moeite heb met de theorie van Gabriël van den Brink c.s. in ‘De Lage Landen en het Hogere’ en met andere denkers die van alle huismussen diepzinnig krijsende uilen willen maken. Ik ben in die zin geen ‘theoloog van het dagelijks leven’.

Maar – zo hoor ik al zeggen – is dit nou geen elitair standpunt? Ja, zelfs snobistisch? Danny de Munk en Frans Bauer: het zijn toch van die heerlijk gewone jongens, van en voor de gewone mensen? Ja, gewone jongens, die miljoenen verdienen aan die gewone mensen. Populistische elitisten, noemt Dalrymple dat.

Ik houd erover op. Mij interesseert trouwens vooral dat andere passieverhaal dat zich dezer dagen in het Catshuis afspeelt: ook een soort laatste avondmaal op een afgelegen plaats. Een drama waarbij de heiland Marc Rutte angstig om zich heen kijkt en zich voortdurend afvraagt wie hem gaat verlinken of gaat laten vallen als een baksteen. Vroeger heette zoiets ook wel een gijzeling. En je vraagt je angstvallig af, wanneer de Marechaussee gaat ingrijpen om ons kabinet te redden van de gijzelnemer Geert W.

Onze MP is in elk geval een rasechte lijdende dienaar. In een verwijderde en symbolische zin is hij wellicht de baas, maar zijn regering wordt geregeerd. Geregeerd door het ressentiment en de rancune van een volksdeel dat zijn spreekbuis heeft in de PVV. Nee: ik maak geen vergelijkingen met ‘De Jaren Dertig’. De PVV is een democratische club die ver af staat van racisme, antisemitisme en de verheerlijking van geweld. Maar ze wil wel in overdrachtelijke zin bloed zien en koppen laten rollen. Ze wil dingen kapot maken, die anderen dierbaar zijn, zoals onze toporkesten en zoals ontwikkelingssamenwerking. Om bang te worden van dat nihilisme: daarvoor heb je geen historische vergelijkingen nodig.

Dat is het passieverhaal dat op dit moment voor mij hyperrelevant is.

Geef een reactie