Naar rechts kijken, jongens!

Met politieke analyses ga ik u niet lastig vallen. Dat is mijn fort ook niet. Maar de politieke gebeurtenissen in Nederland van de afgelopen week hebben mij niet onberoerd gelaten. Ik vraag me nu hoe dat komt.

Nog even de zaken op een rijtje: op 21 april kwam een einde aan het gijzelingsdrama in het Catshuis, doordat de gijzelnemer Geert W. de handdoek in de ring gooide. De marechaussee hoefde niet uit te drukken. In plaats van de kersverse, nog geen twee jaar oude Tweede Kamer te gebruiken als een basis voor een nieuwe coalitie, ging de MP naar de koningin. Die heeft inmiddels de slag wel te pakken en nam het aangeboden ontslag routineus in overweging. De broodnodige bezuinigingsronde voor 2013 viel in het water. Donkere wolken pakten zich samen. En terwijl Marc onthand voor zich uit stond te staren als iemand die een IKEA-kast niet in elkaar krijgt, kwam Jan-Kees langs en stelde voor dat hij het even zou overnemen. Hij zette de gedemonteerde politieke situatie handig en snel in elkaar – met een beetje veel hulp van de goede vrienden Alexander, Arie en Jolanda. En buiten in de regen stond muurbloempje Diederik. De man van mijn partij. Auw.

Zoals al bij de keuze van de tijdelijke partijleider, scheidden de PvdA-geesten zich. De activisten en aanhangers van Samsom gaven hem groot gelijk, dat hij zijn huid te duur had willen verkopen en dat hij afstand nam van de begroting. Anderen betreurden het. Had de PvdA weer zijn hand overspeeld? Was de traditionele dramtruc weer mislukt? Hadden we weer te veel naar links gekeken en was ons daardoor weer de kans op rechts ontgaan? Ik zong mee in dat laatste koor. En ik vroeg me weer eens af: zou ik toch maar overstappen naar D66? Die neiging bekroop me al toen sociaalliberaal Martijn van Dam het tegen Samsom had afgelegd in de leiderschapsverkiezingen. En nu?

Ik houd er niet van om van partij te wisselen. Dat heb ik namelijk al eens gedaan. Ik duik even mijn levensloop in. Ik kom uit een kleinburgerlijk, CDA-stemmend gezin. Toen ik in 1982 voor het eerst mocht stemmen, keek het ouderlijk gezag denkbeeldig mee over mijn schouders. Ik stemde toen op het CDA maar zocht wel de meest progressieve persoon op de lijst uit, één van die kernwapendissidenten. Veel hielp het niet. Ik leerde toen al dat de dissidenten binnen het CDA een alibi vormen voor de consequent rechtse koers van die partij. Een schijnvertoning dus. Nooit meer CDA dus.

Toen ik na enkele jaren lid werd van een partij, was dat de PSP. De combinatie van pacifisme en onversneden socialisme leek me wel wat. Ik ging horen tot het partijkader. Dat wil zeggen dat ik in het bestuur zat van de afdeling Oostelijke Mijnstreek. Klonk stoer. Concreet kwam het erop neer, dat ons bestuur ledenvergaderingen organiseerde, die om acht uur begonnen en om half negen naar de kroeg werden verplaatst, omdat er niemand kwam opdagen. Onze afdeling hoorde overigens tot de linkervleugel van de partij, die in 1991 via een congresmotie nog de opheffing van de partij probeerde te verijdelen. Het partijbestuur bewoog ons op pacifistische wijze ertoe, de motie in te trekken. En zo zaten we weldra met Groen Links, samen met wollige PPR-ers, ongrijpbare EVP-ers en spijtbetuigende CPN-ers die ooit nog een vorkje hadden geprikt met Honnecker.

Ik werd slapend lid van GL en in mijn slaap werd ik rechtser, zeg maar: links- of sociaalliberaal. In 1994 stemde ik op Van Mierlo, want ik wilde dat paarse kabinet ook wel. Toen dat er was zette ik mijn slaap voort in de PvdA. Ook wel een beetje uit nostalgie, want de historicus in mij apprecieerde de Limburgse en de katholieke wortels van de PvdA (Willem Vliegen, Van Duinkerken, Sjeng Tans). En in mijn slaap ging ik dromen van een grote links-liberale partij: een fusie van D66, het linkse deel van de VVD en het rechtse van de PvdA. Een combinatie van welbegrepen individualisme enerzijds en van aan de romantiek ontgroeid gemeenschapsdenken anderzijds: daar loop ik wel warm voor. Steeds meer.

Nee, van partij veranderen kan altijd nog. Maar ik wacht wel af hoe een en ander zich gaat ontwikkelen de komende tijd. Dus: naar rechts kijken, jongens! Daar staat de realiteit druk te zwaaien om aandacht.

Geef een reactie