Na het ziekenhuis

En we maken de balans op van een week ziekenhuisporno in de Nederlandse media. Overschreeuwd door het nieuws daarover, is in betrekkelijke stilte afscheid genomen van Anil Ramdas, die overleed op de dag van Het Skiongeluk – en in een iets minder oorverdovende stilte van Job Cohen als politicus.

Het voyeurisme ten aanzien van prins Friso was niet van de lucht. De verontwaardiging over uit de school klappende artsen terecht – evenals de verbijstering over de faux-pas van het VUMC en RTL om patiënten op de spoedeisende hulp te filmen. Ik ben niet degene om hier cultuurwetenschappelijke en ethische bespiegelingen te houden. Wel had ik natuurlijk mijn volstrekt subjectieve en perspectivische gedachten, reflexen en reflecties naar aanleiding van één en ander.

Wat betreft de prins: het nieuws van vrijdag dat zijn hersenen waarschijnlijk onomkeerbaar en ernstig zijn aangetast kwam emotioneel bij me aan. In mijn familie is ooit jarenlang gezorgd voor iemand die na een lange hartstilstand was gereanimeerd. Een geliefde te zien ontwaken in een andere zijnswijze, als een ‘levende dode’, is verbijsterend, ontregelend en een drama voor de partner, de kinderen, de moeder en de andere familieleden. Je hebt de neiging om – zo niet verontwaardig dan toch – cynisch te spreken over traumaverpleegkundigen die iemand reanimeren tegen beter weten in. Professionele reflex, impuls – maar niet meer. Vrijdag was mijn reflex op Twitter in elk geval: “Ik laat morgen nog een niet-reanimeerverklaring op mijn voorhoofd tatoeëren.”  Ach, de neurologen en medisch-ethici zullen er wel genuanceerder over spreken.

Over de – inmiddels ten dele gecorrigeerde – misgreep van RTL en het VUMC is ook genoeg geroepen en gezegd. Uit eigen ervaring en uit verhalen van anderen meen ik wel één ding met stelligheid te kunnen beweren. Namelijk dat je heus niet een rustige afweging maakt om toestemming te geven voor filmopnames, als je in paniek, angstig, verdoofd door pijn e.d. jezelf inlevert en overlevert aan de hulpverleners. Wat is die veel bezworen toestemming dan waard? Ik laat me verder maar niet uit over het hier aan de dag tredende voyeurisme en exhibitionisme van onze sentimentele cultuur… Lees Dalrymple (een irritante man overigens, maar een Man Met Een Punt).

Dat gezegd zijnde dan een eerbewijs voor Anil Ramdas. Ik volgde hem niet intensief. Maar zijn naam heeft zich medio jaren negentig in mijn geheugen geprent. Hij schreef toen – in de NRC meen ik – een essay dat rechtstreeks mijn hart raakte. Hij verwoordde daarin het levensgevoel van mijn generatie, de generatie van ‘na de babyboom’. Het levensgevoel dat ethiek combineert met ironie: goed leven zonder veel ophef van woorden, geluk en schoonheid nastreven zonder utopische kramp. Daarbij hoorde de naam van Richard Rorty, die ik gretig begon te lezen. En Ramdas gaf me de ‘leestip’ van Susan Sontags ‘Notes on camp’. (Vergeefs graaf ik nu in mijn boekenkast.)

En tenslotte: respect voor Job Cohen. Ik geloofde ook dat hij ‘mijn’ partij weer kleur zou geven. Dat mocht niet zo zijn – waardoor dat ook kwam. Ik blijf nog maar even lid, in de hoop dat de PvdA haar bronnen opzoekt. Het beetje historicus in mij herinnert me eraan, dat bij die bronnen ook het sociaal-katholicisme, het vrijzinnige protestantisme en het sociaal-liberalisme horen. Dat zou tot een spannende ontdekkingstocht moeten uitnodigen. Banning, De Kadt en Tans staan gelukkig wel nog in mijn boekenkast.

Dit van me af (en naar u toe) geschreven hebbende, ga ik eens een preek schrijven over de tien geboden. Iets tijdloos. Een mens moet wat.

Geef een reactie