Lijden we aan zelfkritiek? Ja, wees blij!

Een veel gehoord verwijt aan tobbend en theedrinkend links luidt, dat deze groepering lijdt aan een ‘weg-met-ons-mentaliteit’. Reageert het progressieve volksdeel niet te begripvol en te ruimdenkend op de luimen, wensen en grieven van andere groeperingen? Knikken we niet te makkelijk instemmend als onze cultuur, samenleving en geschiedenis worden aangeklaagd? Maken wij niet te veel plaats voor vreemde cultuuruitingen ten nadele van het eigene? Zijn we niet te zelf-kritisch enerzijds en te onkritisch jegens het en de vreemde anderzijds?

Het antwoord daarop is wat mij betreft: we zijn inderdaad radicaal zelfkritisch en bescheiden – en dat is maar goed ook. Deze mentaliteit hangt namelijk samen met twee voor ‘onze’ (westerse, verlichte, christelijke etc.) cultuur cruciale wezenskenmerken, kenmerken die wij terecht koesteren.

Het eerste wezenskenmerk is een sterk ontwikkeld vermogen tot reflectie, tot ‘in de spiegel kijken’. Hierdoor zijn we in staat om afstand te nemen van ons zelf en onszelf kritisch te bevragen. Wij kunnen dat – en wij kunnen ook niet anders. En we willen het ook, omdat we weten dat dit geen slechte eigenschap is. Deze eigenschap heeft altijd voorkomen dat we stil bleven staan in onze ontwikkeling. Daarom onderwerpen ‘wij van de westerse cultuur’ ons graag op zijn tijd (maar desnoods ook te onpas) aan een gewetensonderzoek – en wijzen we het niet van de hand als anderen ons daarbij ongevraagd helpen. Daarom doen we aan historisch zelfonderzoek. Daardoor zijn we in staat om ons te verzoenen met onszelf en anderen – en om telkens een nieuw begin te maken.

Dit talent tot gewetensonderzoek hangt weer samen met een ander wezenskenmerk: de erkenning van de asymmetrie tussen de Ander en mij/ons. Diep in onze vezels zit het besef dat de Ander a priori moreel boven ons staat. Let wel: het gaat er niet om dat de Ander bij voorbaat gelijk heeft in discussies over feiten en meningen. Het gaat om een altruïsme dat het belang van de Ander altijd voorop stelt – in de verwachting dat die ander op haar of zijn beurt tevens hiermee is behept. We geven in de eerste plaats iets aan de ander (begrip, ruimte, respect etc.) – in de hoop daarna zelf op onze beurt ongevraagd iets te krijgen. Ook deze eigenschap heeft ons groot gemaakt en tot grote dingen in staat gesteld. En wie nu om voorbeelden vraagt, heeft op school zitten slapen. (Zie overigens ook mijn vorige column over dit onderwerp.)

Zelfkritiek en altruïsme: het zijn twee wezenskenmerken van onze cultuur. Minder hoogdravend uitgedrukt:  zo zijn we nu eenmaal opgevoed. En we zijn er geen slechtere mensen door geworden. Dat het niet altijd uit de verf komt en dat het een kwestie is van vallen en opstaan: dat is vers twee. Maar gelukkig heeft de zelfkritiek ook weer betrekking op dat falen etc. Op dit culturele karakter kunnen we trots zijn.

Daarom snap ik echt niet dat diegenen, die ‘Onze Grote Cultuur’ zo superieur achten, zo achteloos voorbij gaan aan dit DNA. De genoemde kenmerken onderscheiden ons immers positief van bepaalde culturen die, door op hol geslagen eergevoel of door blind makend gewentel in slachtofferschap, niet in staat zijn om op een volwassen manier om te gaan met eigen gebreken en om zich te verplaatsen in de Ander. En juist daarop heeft de Pro-Ons-Beweging terecht zo veel kritiek.

De enige gepaste reactie op de karakterloosheid van de lange-tenen-culturen bestaat er echter in, dat we zelf karakter tonen en laten zien dat zelfkritiek geen afbreuk doet aan een gevoel van eigenwaarde. Het pantser van de narcistische (sub-)culturen breekt pas, als we niet met opgeheven vinger en als een gekrenkte diva, maar met opgeheven hoofd en met morele waardigheid het gesprek aangaan – waarbij we gerust kinderen bij de naam mogen noemen en onze gesprekspartners mogen uitdagen. Vanuit een door zelfreflectie gedragen waardigheid gegeven kritiek wekt vertrouwen en werkt misschien ooit wel een keer aanstekelijk.

Dus, lieve cultuurchauvinisten:  wees niet zo bang voor zelfkritiek. En lieve multi-culturalisten: wees niet bang voor waardige, uit zelfkritiek voortkomende kritiek op anderen. Daarvan wordt iedereen beter.

Geef een reactie