Houden van het leven zoals het is

Het menselijk bestaan is een sprong in het ongewisse. Het leven is een gang over het slappe koord zonder vangnet en met de overkant gehuld in nevels. De wereld en wijzelf zijn ons één groot vraagteken. Geen wonder dat we hunkeren naar houvast. Eén vorm van houvast is het gevoel ergens bij te horen. Daaraan kun je een gevoel van zekerheid ontlenen. Je hebt dan een duidelijke identiteit en vragen op alle antwoorden.

Zelf herken ik in elk geval wel deze behoefte. Niets is zo aanlokkelijk en verleidelijk als het lidmaatschap van een organisatie met een sterk profiel; het abonnement op een elitair tijdschrift; het deel uitmaken van een glansrijke geschiedenis; een bepaald ritueel waarmee je de dag of de week markeert. Ook het horen bij een religieuze groep is een vorm van houvast .

Dat laatste nu heeft iets tegenstrijdigs. Als gelovige – en met name als vrijzinnig gelovige – ben ik ervan overtuigd dat geloven juist geen houvast betekent, doch een avontuur behelst met de ongrijpbaarheid en meerduidigheid van het Geheim. Het betekent overgave en loslaten, vallen en zweven, eeuwig blijven vragen en zoeken. Gelovig bestaan komt erop neer, dat je voortdurend wordt verrast en op het verkeerde been wordt gezet, omdat God steeds weer anders is. Geloof is een onzeker bezit. Zodra we het als houvast zien, moeten we ons afvragen of we nog wel bezig zijn met wat geloven ten diepste is. Hebben we het dan niet gereduceerd tot iets voorspelbaars en ééndimensionaals? Teruggebracht tot een leer of een dogma?

Daarom is voor mij de vrijzinnigheid van belang: deze laat het geheim open, tenminste als het echte vrijzinnigheid is. Ook een vrijzinnige gemeenschap kan echter worden tot een verraderlijk houvast: bijvoorbeeld als we het ‘vragende en zoekende ‘ bestaan gaan etaleren als een soort heldhaftigheid of dapperheid: ‘Kijk ons eens durven twijfelen!’ Dan wordt het een vorm van snobisme. Je ‘hoort’ bij een deftige club.  Het ‘horen’ bij een vrijzinnige familie, zoals de remonstranten, is echter kiezen voor ontworteling en ontheemdheid – en daarbij durven uitkomen voor de angst die je daarbij soms om het hart slaat. Het betekent misschien zelfs: ervoor open staan dat God soms onverhoeds wél antwoord geeft als wij stug en trots doorgaan met vragen en twijfelen. Dat hij soms onverwacht, overweldigend en onmiskenbaar nabij is: in oude letters op verkruimelend papier; in een stukje brood; in een kind op de armen van zijn moeder; in een catharsis of een orgasme…

Je overgeven aan het bestaan als vraag, het avontuur durven aangaan met een grillige God: juist daarin kunnen we, paradoxaal uitgedrukt, ons houvast vinden. Zelf probeer ik zo in het leven te staan: me vastklampen aan strohalmen, bij gebrek aan beter, en me laten verrassen. Of het altijd lukt is een andere vraag. Maar het gaat in het leven ook niet om ‘lukken’ en ‘ergens in slagen’ en ‘doelen bereiken’. Het gaat erom dat we van het ons vaak ontglippende leven kunnen blijven houden zoals het is. Mensen, die gewichtig en klinisch willen doen, noemen dat zingeving.

***

De bovenstaande column verscheen eerder op de website van de Remonstranten. De afbeelding is een detail van De Koorddanseres van August Macke, te vinden in het Kunstmuseum Bonn.

Geef een reactie