Er is maar één Tweede Wereldoorlog. Over herdenken en vieren op vier en vijf mei

Welke doden herdenken we op Vier Mei en welke vrijheid vieren we op Vijf Mei? Het zijn vragen in een inmiddels rituele discussie. In deze discussie neig ik ertoe, om de herdenking en de viering strikt op te vatten. Met anderen meen ik dat er genoeg minuten en dagen over te zijn, om de ‘andere doden’ te herdenken. Met diezelfde anderen meen ik, dat we de dodenherdenking niet moeten uitbreiden met een verzoeningsgebaar door langs Duitse oorlogsgraven te lopen. Ik hoor ook tot degenen die de bevrijding als unieke historische gebeurtenis niet wensen te abstraheren tot vrijheid in het algemeen als ‘een groot goed’.

Een voor de hand liggend, vaak te berde gebracht en pragmatisch argument voor deze restrictieve opvatting luidt, dat er nog vertegenwoordigers leven van een generatie slachtoffers, militairen en verzetsstrijders, voor wie ‘het gevoelig ligt’. Het ligt voor mij echter principiëler en complexer. Er gaat m.i. iets wezenlijks verloren als we herdenken en vieren ontdoen van hun concrete historische samenhang. Dat lijkt me ook onmogelijk: we kunnen gewoonweg niet afzien van ons specifieke nationale en historische perspectief, als we stilstaan bij slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog (inclusief de Nazi-terreur) en bij de zuur en duur bevochten en geschonken vrijheid. Wij mensen zijn nu eenmaal historische wezens, die leven in concrete tijdelijke, ruimtelijke en sociale verbanden – om het in wijsgerige zin wat ongelukkig uit te drukken.

Ik kan echter beter bij mijn eigen stiel, de theologie, blijven. Welnu: rituelen, of ze nu religieus zijn of seculier, hebben weliswaar iets tijdloos in hun wederkerende karakter. Ze zijn echter altijd terug te voeren op een eenmalige historische gebeurtenis, een gebeurtenis die niet neutraal was en die daarom tot op heden partijdigheid en stellingname afdwingt – of we het leuk vinden of niet. Toegepast op Vier en Vijf Mei betekent dit, dat we een concrete periode van onderdrukking en strijd herdenken – níet de schending van mensenrechten of de verstoring van internationale relaties – en dat we een nauwkeurig te dateren bevrijding dáárvan en dááruit vieren – níet een abstractum als vrijheid.

Maar we moeten toch ook jonge generaties betrekken bij het herdenken en vieren? Generaties waarvoor de Tweede Wereldoorlog achter de horizon lijkt te zijn verdwenen? Moeten we de reikwijdte van Vier en Vijf Mei omwille van hen niet actualiseren en oprekken? Dit is echter een louter pragmatische vraagstelling, die als zodanig geen recht doet aan de diepte van de kwestie. Bovendien is het maar de vraag, of het klopt. Dankzij Vier en Vijf Mei blijft de Tweede Wereldoorlog juist binnen ieders horizon liggen. De betekenis van rituelen bestaat er immers juist in, dat ze herinneringen levend houden aan specifieke gebeurtenissen die ver voor onze geboorte hebben plaatsgevonden. Door de herdenking en de viering te abstraheren van een concrete historische periode, veroorzaken of versterken we dus juist het probleem, dat we ermee willen oplossen*.

Voor mij blijven Vier en Vijf Mei onlosmakelijk verbonden met deze ene Tweede Wereldoorlog. Zoals gezegd heeft het jaar nog genoeg minuten over, om stil te kunnen staan bij andere vormen van onderdrukking en dood-en-verderf-zaaierij. Zo blijven er ook nog driehondervierenzestig dagen over voor het vieren van andere bevrijdingen.

Hebben we bijvoorbeeld niet zeer onlangs, toen de pas aangetreden koning zich moest melden bij de Staten Generaal en trouw moest zweren aan de Grondwet, ‘gevierd’ dat onze monarch door Thorbecke succesvol is ingekapseld in een representatieve democratie? Was die inhuldiging niet alles behalve een kroning of troonsbestijging, doch vooral een voetval van de koning voor de grondwet en de parlementaire democratie? Zelfs een prille republikein als ik beleefde op dat moment een vlaagje vrijheidseuforie. Maar laat ik geen zijwegen inslaan. U kunt dit voorbeeld zelf wel aanvullen met al die andere ‘dagen van’, al die dagen waarop we stilstaan bij slavernij, vrouwenonderdrukking, racisme, homohaat et cetera – en bij de bevrijding daaruit en daarvan. – En los van dit alles: om in vrede en vriendschap te leven met de Duitsers heb ik geen verzoeningsgebaar op Vier Mei nodig. Ik heb ze allang in mijn hart gesloten.

Er is maar één oorlog die Tweede Wereldoorlog heet. Er is maar één zwarte bladzijde in de geschiedenis, die we Derde Rijk noemen. Daarvan ben ik op Vier Mei namens velen en mezelf gedurende twee minuten hartgrondig beduusd. Meer kan ik dan niet aan. En op Vijf Mei slaak ik met en namens velen een zucht van verlichting dat het voorbij is – met de bittere nasmaak in mijn mond, die er wel altijd bij zal blijven horen.

* Uiteraard hoor ik de ‘verruimers’ al vaststellen, dat de officiële dodenherdenking op vier mei op dit moment reeds iets ambivalents heeft, voor zover ook de gevallenen van andere conflicten worden herdacht. Ook daarbij heb ik echter mijn bedenkingen.

Geef een reactie