Er is leven na de vergadering.

Soms heb ik de indruk dat ik ongevraagd proefpersoon ben in een sadistisch sociaal-psychologisch experiment. Dit gevoel bekruipt me vooral bij bepaalde vergaderingen. Zo trof ik mezelf onlangs aan op een slecht geventileerde bovenverdieping van een gebouw in Frankfurt. Met vijfentwintig mensen waren we – ongetwijfeld uit budget-overwegingen – bijeengedreven in een vergaderzaal die geschikt was voor hooguit vijftien personen. Vier van ons moesten creatief omgaan met de omstandigheid dat de hoek van een tafel in hun buik priemde. Iedereen hield zijn blocnote noodgedwongen op schoot omdat de tafels waren overladen met glazen, kopjes, waterflessen, thermoskannen, melkkannetjes, suikerpotjes, naambordjes, bloempotjes en merchandise-hebbedingetjes van de vergaderlocatie.

Alleen al deze opstelling leek doelbewust te zijn gekozen om de – gedurende de evolutie van onze soort moeizaam opgebouwde en verfijnde – beschaving op de proef te stellen en om deze in versneld tempo te doen slijten opdat de IJstijdmens in ons weer aan het daglicht zou treden. Helaas bleef het echter niet bij mensonterende uiterlijke omstandigheden. De vergadervoorzitter was klaarblijkelijk zorgvuldig geïnstrueerd om de aanwezigen tot razernij te brengen met uitgekiende kwellingen. Hem moet daarvoor een hoge beloning in het vooruitzicht zijn gesteld, gezien het grote risico dat hij liep om voorgoed uit de gratie te vallen bij de aanwezige collega’s en om achteraf in een verlaten steeg een gewelddadige dood te sterven. Ik vermoed zelfs dat de organisatie achter dit experiment via de Duitse geheime dienst voor de dagvoorzitter een nieuwe identiteit had geregeld alsmede een vliegticket naar en een verblijfplaats in Paraguay.

Hoe dan ook: met verve kweet de man zich van zijn taak om ons het bloed onder de nagels vandaan te halen. Hij opende de bespreking met verbaal bravoure en woorden als ‘synergie’ en ‘innovatie’ – waarna hij de aanwezigen uitnodigde ‘iets over zichzelf te vertellen’. Dit gesprekstechnische ‘iets-isme’ is een beproefd recept voor een langzame mentale verstikkingsdood. De geestelijke koolmonoxidevergiftiging deed ook in dit geval uitstekend zijn werk. Na een uur was nog slechts een derde van de deelnemers aan het woord geweest – en geleidelijk begonnen de aanwezigen aan decorumverlies te lijden, hetgeen zich uitte in het spelen met glazen, kopjes en de eigen smartphone alsmede in gniffelend gefluister met de buurvrouw of buurman. Een enkeling begon atavistische neuspeuterreflexen te vertonen of verliet op eigen gezag en pure wanhoop de zaal voor een recreatief toiletbezoek. Een vegetarische en cafeïnevrije mevrouw met kort haar en een mal brilletje demonstreerde haar frustratie en onderdrukte woede op subtiele wijze door af en toe een raam te openen om zuurstof en kou naar binnen te laten.

Alles wat je leest in managementboekjes of anti-managementboekjes over destructief vergaderen kon worden geobserveerd. Het sneeuwbaleffect bijvoorbeeld, dat ertoe leidt dat iedere spreker iets langer spreekt dan zijn of haar voorganger – onder andere doordat er blijkbaar moet worden gereageerd op het voorafgaande. Of de narcistische paradox dat mensen bloemrijk over zichzelf spreken in het zorgvuldig verdrongen besef dat eigenlijk niemand luistert. Iedereen zit immers zijn of haar eigen presentatie van buiten te leren.

Ik vermoed trouwens dat het experiment is mislukt – en dus zal moeten worden overgedaan. Halverwege de ochtendzitting namelijk werd deze ruw onderbroken door een vertegenwoordiger van het huishoudelijk personeel met gebrekkig Duits en de menukaart voor de lunch – juist op het moment dat ons levensgeluk op het punt stond de laatste adem uit te blazen. De aanwezigen veerden op en namen weer de verticale positie in die onze menselijke soort kenmerkt. Hun ogen begonnen te glimmen en gaven uitdrukking aan het rotsvaste geloof dat er leven is na het vergaderen – in het restaurant namelijk.

***

Met dank aan Ellen de Bruin, wier boekje Vergaderen? Niet doen! onlangs verscheen. Overigens heb ik van de beschreven bijeenkomst het beste gemaakt en er een paar aardige contacten en ideeën aan overgehouden. En tenslotte een toelichting bij de foto: ik kon vanuit de vergaderplek een prachtige foto maken van de binnenstad van Frankfurt met haar historische gelaagdheid – en met de iconische vergaderplek die Paulskirche heet.

Geef een reactie