Eerherstel voor het woord ‘rationeel’

De laatste tijd viel het me weer een paar keer op. Dat merkwaardige gebruik van het woord ‘rationeel’ als tegenpool van ‘emotioneel’. Deze veelvuldig gebezigde tegenstelling heeft een moraliserende bijklank: de emotie is de goeie van de twee en de ratio de slechterik. Vooral in rafelige uitdrukkingen als: ‘Je gaat daar veel te rationeel mee om!’ proef je dat. Ik snap wel wat er wordt bedoeld. Als iemand dit tegen je zegt, dan bedoelt zij of hij dat je een ijskonijn bent. Eigenlijk zou hij of zij dan moeten zeggen: ‘Je bent te cerebraal!’  Want het woord ‘rationeel’ wil ik behoeden voor de afgang.

Niet dat ik altijd zo scherpzinnig ben. Ik ben als warhoofd geboren en daar is nooit echt veel aan gedaan. Maar gelukkig komen er af en toe analytische geesten op mijn pad. Zo wees een wijsgeer mij er ooit op, dat wij de tegenpoolfiguur ten onrechte of verkeerd hanteren. Hij onderwees mij als volgt. “Vraag iemand eens wat de tegenpool is van zwart. Dikke kans dat hij of zij antwoordt: wit. Dat is dus fout. De tegenpool van zwart is niet-zwart. Wit en zwart zijn verschillend, maar niet tegengesteld.”

Deze rechtlijnige manier van denken helpt mij om het onbehaaglijke gevoel te verwoorden dat me bekruipt bij die tegenstelling tussen ‘rationeel’ en ‘emotioneel’. Emotie en ratio zijn net zo min tegenpolen als bananen en pruimen of auto’s en fietsen of gitaren en piano’s. Ze staan niet tegenover elkaar op een spectrum: ze verschillen kwalitatief van elkaar. Ze sluiten elkaar niet uit. Als er al een tegenpool is van ‘rationeel’, dan is dat niet ‘emotioneel’ doch ‘irrationeel’ oftewel ‘niet reflexief’ of  ‘niet in staat en bereid tot transparante argumentatie in een gedeeld referentiekader’.

Ratio is dus in beginsel wel degelijk goed gezelschap voor de emotie. Het is weldadig voor jezelf en anderen om je emoties rationeel te ordenen, te kanaliseren en te verantwoorden. Iemand met losgeslagen, irrationele emoties daarentegen plak je achter het behang. Op een menigte met irrationele emoties stuur je de ME af of een VN-vredesmacht. Dat ratio en emotie heel goed samen gaan, blijkt ook uit de passie waarmee wetenschappers hun werk doen of uit het feit dat je een emotioneel overweldigende, spontane vondst of intuïtie van een kunstenaar rationeel kunt ontleden. De vondst blijkt dan de vrucht te zijn van een bliksemsnelle gedachtegang: een gedachtegang die zo snel is, dat ze ook de kunstenaar te snel af is. Genialiteit is snel schakelen.

Rehabilitatie voor het woord ‘rationeel’ dus! Het gaat daarbij om meer dan om het verhangen en vervangen van bordjes. Als we rationaliteit associëren met iets negatiefs, bevestigt dit dat we er steeds moeilijker mee uit de voeten kunnen. Dat is zorgwekkend. Politieke, religieuze en andere obscurantisten claimen steeds vaker dat ze leven in een parallel universum waarin andere (of geen) regels van argumentatie gelden. Voor een transparante dialoog op basis van argumenten staan ze niet open. Als Jehova’s getuigen herhalen ze de mantra’s van hun overtuiging. Of ze willen alleen discussiëren binnen hun eigen, buitenaardse referentiekader, waar de som van één en één drie is. 

De laatste weken woedt bijvoorbeeld in de voormalige verzets- en (bijna zou ik zeggen: eveneens voormalige) kwaliteitskrant Trouw een vergeefse ‘discussie’ over en met de homeopathie. Gelukkig schreef de columniste Asha ten Broeke op 16 juli een verlossend woord. Ze vertelde hoe ze zich in dit verband door een natuurkundige had laten inwijden in de geheimen van water. Daarna stond ze ‘vol verwondering stil’ bij de complexiteit van waterbewegingen en concludeerde dat ‘de werkelijkheid vaak zoveel mooier is dan de fabel’. Het homeopathische sprookje heb je niet nodig om je te verwonderen. Liggen ratio en emotie hier niet prachtig in elkaar verstrengeld: niet als tegenpolen maar als complementen van elkaar?

Via Ten Broeke stuit ik trouwens op een ander onderwerp, dat ik eigenlijk zou moeten bewaren voor een volgende keer: de irrationele dorst van ons mensen naar het buitensporige. Hebben we zo weinig concentratievermogen en geduld om de werkelijkheid voor zichzelf te laten spreken en om van haar aangeboren schoonheid te genieten? Zijn we zo blasé, dat we aan de wonderen van de dagelijkse realiteit niet genoeg hebben en dat we onze toevlucht nemen tot verzinsels? Tot overmaat van zorgwekkendheid heeft deze verzinselmanie een negatieve parallel: de complottheorie. Tegenwoordig hoor je bijvoorbeeld veel over zogenaamde ‘chemtrails’, sporen in de dampkring waarmee industriëlen gifstoffen over onze hoofden zouden uitgieten. De maatschappelijke werkelijkheid – denk ik dan – biedt toch al genoeg dingen om je zorgen over te maken. Ga er dan geen zaken bij verzinnen! Is de gewone realiteit ons te min?

Ach, ik zal wel ‘te rationeel’ zijn. Of laat ik me te veel leiden door mijn irrationele gal? Zelfkritisch blijven, Corsius! Doet u dan wel mee, lezer(es)?

Geef een reactie