Draagvlak

Met enige belangstelling volg ik in de nieuwsmedia de discussie over het nut en de keerzijden van het exploiteren van schaliegas. Met name ben ik geïnteresseerd in de wetenschappelijke argumenten van de deelnemers aan het debat, waarbij ik dankbaar ben voor iedere uitleg die het vraagstuk behapbaar maakt voor mijn in natuurwetenschappelijk opzicht sterk achtergebleven brein.

Het ontwikkelen van een visie wordt me echter niet makkelijk gemaakt door de irrationele vertroebeling van de discussie. Het lijkt er inmiddels op, dat de discussie over schaliegas vooral een gesprek is tussen vertegenwoordigers van eenmaal ingenomen posities, waarbij het gaat om de vraag of je er voor of tegen bent. Zo wordt het een manicheïstische strijd tussen goed en kwaad, waarbij de inzet niet bestaat in het verdiepen van inzichten en het verrijken van zienswijzen, doch in het bevestigen van standpunten.

Het onderwerp van de discussie – een bepaalde technische methode van energiewinning – wordt daarbij vaak geïsoleerd van de complexe ecologische en economische, energie- en geopolitieke context – en gereduceerd tot een overzichtelijk ‘iets’ waar je voor of tegen bent vanwege de onmiddellijke – positieve of negatieve – gevolgen. Het is alsof men discussieert over de voors en tegens van de personenauto louter op basis van uitstoot versus tijdwinst.

Ter compensatie wordt de weggeabstraheerde context vervangen door een symbolische lading. Schaliegas staat ofwel voor de broodnodige vooruitgang in de energiepolitiek ‘waar je toch niet tegen kunt zijn’ ofwel voor de machtsgreep van duistere belanghebbenden, die geen ander oogmerk hebben dan geldelijk gewin en die zijn gespeend van iedere bekommernis om andere belangen.

Door deze combinatie van verarming van het gespreksonderwerp enerzijds en de symbolische potentiëring ervan anderzijds, vervult schaliegas de functie die bijvoorbeeld de kruisraket had in de jaren tachtig. Het helpt ons om te focussen op één helder afgebakend (deel-)onderwerp (een tegemoetkoming aan de behoefte van ons ADHD-volkje aan een prikkelarme discussieomgeving). Het polariseert op aangenaam duidelijke wijze de maatschappelijke discussie. Ten slotte mobiliseert het zodoende de achterban van de strijdende partijen. Inmiddels zit mijn mailbox inderdaad vol met petities en handtekeningenacties – veelal ‘tegen’ overigens.

De irrationaliteit van de ‘discussie’ wordt nog eens versterkt doordat her en der al het ‘draagvlakargument’ de kop op steekt. Vooral tegenstanders bedienen zich hiervan. Nu is er op zich niets tegen de aandacht voor draagvlak. Uiteraard getuigt het van bestuurlijke wijsheid en van procesmatig inzicht, als beleidsmakers zich inspannen voor acceptatie van hun plannen en rekening houden met het ontbreken daarvan. (Of de coalitiepartijen van onze huidige regering dat in de praktijk zo handig aanpakken, met hun ‘uitlegcampagnes’ en ‘onderhandelen-met-de-achterban’ is een ander hoofdstuk. Acceptatie win je vooral door de achterban als gesprekspartner serieus te nemen, niet met een goedmaakbloemetje. Maar dit terzijde.)

Het is echter merkwaardig als in de discussie het belang van draagvlak wordt ingezet op het zelfde niveau als inhoudelijke argumenten, argumenten die te maken hebben met technische haalbaarheid, kosten en baten, directe en indirecte risico’s en voordelen etc. Het draagvlakargument is immers – als het al een argument is – een louter formeel en daardoor leeg argument. Als zodanig is het slechts indirect van betekenis en kan het pas in tweede instantie een rol spelen in het gesprek.

Bovendien wordt het in de praktijk vaak circulair gehanteerd. De door de tegenstanders gebezigde uitspraak ‘Er is nu onvoldoende draagvlak voor schaliegas’ betekent veelal alleen maar: ‘Wij willen dit niet omdat we het niet willen.’ Ooit werkte ik met iemand samen die zich onaangename taken van het lijf hield door te zeggen dat hij daarvoor ‘niet gemotiveerd’ was. Daar doet het draagvlakargument me sterk aan denken.

Er is overigens niet veel voor nodig om van dit lege, circulaire ‘argument’ dankbaar gebruik te kunnen maken in een populistisch kader. Er is al heel wat tegengehouden of opgeëist met het oog op draagvlak, vooral op het gebied van veiligheid en leefbaarheid, waarbij de tegensputterende pleitbezorgers van de rechtstaat nog net niet werden weggehoond. Daarmee wordt het draagvlakdenken – behalve een ondeugdelijke – ook een hachelijke wijze van argumenteren.

Ik doe graag mee aan de schaliegasdiscussie en ik sluit geen enkele (voorlopige) conclusie uit. Maar dan wel graag op basis van inhoudelijke argumenten die rechtstreeks relevant zijn voor het onderwerp.

Geef een reactie