Beter dan niets

Mijn werk en mijn levenswijze brengen regelmatig een reisje met zich mee. Nu behelzen de reizen in kwestie veelal slechts een bescheiden verplaatsing binnen de weinig spectaculaire Rijn-Maas-Scheldedelta, waarbij het grootste avontuur bestaat in het overschrijden van zegge en schrijve één taalgrens en twee waterscheidingen. Ook binnen deze beperkte radius bestaat echter voldoende cultureel en historisch erfgoed om wakker te liggen van de snode plannen van de aanhangers van IS – met hun IQ vergelijkbaar met dat van een anencefaliete boomkikker – om de sloophamer te zetten in alles wat (normale) mensen dierbaar is. Een paar staaltjes van deze deltacultuur mocht ik de afgelopen weken bekijken. In dit luchtige (het was weer eens tijd, nietwaar?) logje maak ik u graag deelgenoot daarvan.

Zo bracht ik met mijn bestuur in de Goede Week enkele bezinningsdagen door in een pareltje van middeleeuwse bouwkunst: het voormalige kruisherenkloostertje Ehrenstein in Neustadt Wied (D). Beschut gelegen in een bocht van een snel stromend riviertje, is dit kleine doch kloeke bouwwerkje nauwelijks gespaard gebleven voor vandalisme, maar als geheel toch intact gebleven. (De burcht ernaast viel een droever lot den deel.) De dikke muren laten geen normale telefoonverbinding door. Gelukkig heeft men echter sinds kort Wifi ingevoerd – iets waarvoor de op het gebied van privacy (begrijpelijk) paranoïde Duitsers zichzelf nog altijd moeten overwinnen. Hoe dan ook: onder de gotische gewelfjes was het goed vergaderen – behalve voor die ene deelnemer die op dat moment door een voorbijgaande oorontsteking slechthorend was en van de galm niet echt gediend was.

Kloster Ehrenstein (Neustadt Wied, D)

Kloster Ehrenstein (Neustadt Wied, D)

Met Pasen was ik thuis in het cultureel niet echt rijk bedeelde Oost-Brabant. Gelukkig is vanuit Eindhoven het moerassige, respectievelijk zanderige landschap van Kempen en Peel goed te bereiken – en dus ook het door Vincent van Gogh zo bewonderde ingetogen boerenland rond Nuenen. Dit plaatsje weet zich te verheugen in het frequente bezoek van Aziaten, boekenclubdames en andere exoten die graag even op de foto willen met de nazaten van de aardappeleters. Als je goed kijkt herken je in de houdoe-roepende cafébezoekers en –bedienden inderdaad nog de knokige fysiognomie van de familie De Groot, die model stond voor het wereldberoemde schilderij van de Brabantse zetmeelgourmetters.

Bij de Collse Watermolen op de grens van Eindhoven en Nuenen

Bij de Collse Watermolen op de grens van Eindhoven en Nuenen

Tot mijn grote vreugde mocht ik in de week na Pasen de grote rivieren oversteken om te genieten van de opbloeiende en opbeurende lente in Delft, waar ik een goede vriendin en collega bezocht. Wat is mooier dan de prille bloesem in de Choorstraat van deze plaats, waar het hart van iedere oprechte Nederland sneller klopt – al is het maar ter compensatie van de eeuwig zwijgende harten van de Oranje’s in de crypte van de Nieuwe Kerk? Antonpieckeriger kan het niet – behalve bij een witte kerst uiteraard.

Bloesem in de Delftse Choorstraat

Bloesem in de Delftse Choorstraat

Niet lang daarna bezocht ik Oosterhout, één van die weinige Brabantse plaatsen waar middeleeuwse architectuur nog overeind is gebleven  – zij het dan dat de roomse betweter Cuypers heeft gemeend de kerk op te leuken met gebruikmaking van die grauwe arbeiderswijkenbaksteen waarmee het stedelijk landschap in Nederland rond 1900 werd vergeven. (Intussen hoort ook de neogotische schandvlek tot ons wat mij betreft in beginsel onaantastbare erfgoed, maar als ik zou moeten kiezen zou ik bereidwillig het merendeel van deze pseudo-historische oppimperij opofferen, als ik daarmee het aan de IS-debielen ten prooi vallende Assyrische cultuurgoed zou kunnen redden.)  Overigens heeft de plaatselijke cleresie een omslachtige wijze van formuleren om kerkgangers de toegang tot de sacristie te ontzeggen…

Sint-Jansbasiliek in Oosterhout (NB, NL)

Sint-Jansbasiliek in Oosterhout (NB, NL)

Welkomstgroet aan de sacristiedeur in Udenhout

Welkomstgroet aan de sacristiedeur in Oosterhout

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het was op deze dag dat ik ook genoot van de magnolia’s, die overal rillerig stonden te bloeien, zoals in Udenhout. Hier stuitte ik tijdens een koffiestop ook op een bronzen sculptuur, die onmiskenbaar stamde uit een vroege periode van het oeuvre van mijn zwager Niko de Wit en die door de degelijke Brabantse dorpskernbestuurders zo zorgvuldig aan het oog wordt onttrokken door heesters en hagen, bankjes en vlaggenmasten. Dat laatste lukt in elk geval niet met het rooms-stalinistische bouwwerk van Vincentius in Udenhout, een staaltje van bizarre folly-architectuur, dat hopelijk voor de vele generaties bewoners niet alleen beladen herinneringen bergt en oproept. Liefhebbers van de Amsterdamse school kunnen er in elk geval hun hart ophalen.

Magnolia's in de historische kern van Udenhout (NB/NL)

Magnolia’s in de historische kern van Udenhout (NB/NL)

Werk van Niko de Wit naast het voormalige raadhuis in Udenhout (NB/NL)

Werk van Niko de Wit naast het voormalige raadhuis in Udenhout (NB/NL)

Het gebouw van Vincentius in Udenhout (NB/NL)

Het gebouw van Vincentius in Udenhout (NB/NL)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nee, ik behoor niet tot de gelukkigen die dagelijks getuige (kunnen) zijn van schijnbare gewichtloze architectuur en zondoorschenen fresco’s. Mijn deel van de wereld is geen Toscane. Gelukkig echter zijn er wat schamele kruimels van de rijke disk van de tafel der beschaving gevallen, die ons, noordelijke deltabewoners, herinneren aan de verheven bestemming van de menselijke soort. Dat is beter dan niets. Het stemt mij dankbaar en hoopvol.

En het motiveert bij het maken van vakantieplannen.

Geef een reactie