De oude politiek van Wotan en de G500 van Brünnhilde

Beloofd is beloofd: dit is voorlopig mijn laatste schrijfsel over Wagner. Ik zal me beheersen. Maar de verleiding om er nu op terug te komen is simpelweg te groot. Wat is er aan de hand?

Afgelopen weekend probeerde G500 de congressen van de grote politieke partijen te hacken. Dat lukte ten dele. Stuitend vond ik de hautaine reactie van mijn eigen doorbraakpartij. Met het bekende ostracisme, met de vertrouwde de stijl van negeren en kleineren zette de PvdA de jongeren in de hoek. Niet dat ik het in alles eens ben met G500. Maar de krampachtigheid van de babyboomers krenkte mij. Vooral het op Twitter geuite verwijt dat G500 niemand vertegenwoordigt en geen leden heeft vind ik gemakzuchtig. De toekomst heeft nooit een partijapparaat. De aanstormende en toekomstige generaties zijn per definitie ondervertegenwoordigd, weten we sinds Jonas’ Prinzip Verantwortung.

Toen ik me verdiepte in het derde deel van Wagners Ring des Nibelungen schoten de associaties met G500 door me heen. De vastgeroeste en knarsend vastgelopen politiek van Wotan schreeuwt om hulp. Die hulp moet komen van het ‘gans andere’, van de jonge hond die geen weet heeft van de oude situatie, die niet is verstrikt in oude commitments en onhaalbare beloftes. Bij Wagner wordt dit ‘gans andere’ vertegenwoordigd door Siegfried. Voor hem moet Wotan wijken. ‘Dem ewig Jungen weicht in Wonne der Gott,’ zingt Wotan alvorens zijn speer wordt stukgeslagen door Siegfried.

Wil ik nu zeggen dat Siegfried één op één is te vergelijken met G500? Of dat ik met beide gelijkelijk sympathiseer? Het ligt genuanceerder. Ik interpreteer de Ring namelijk graag wat tegendraads. Siegfried is voor mij toch een beetje een dom blondje. Hij wordt geprezen omdat hij de ‘Gnade der späten Geburt’ heeft. Hij heeft geen weet van de geschiedenis. Siegfried gaat restloos op in het heden. Hij handelt niet vanuit het gevoel iets verplicht te zijn aan verleden of toekomst. Hij handelt niet vanuit verantwoordelijkheid, maar vanuit impulsen en intuïties. Het feit dat hij Wotans bescherming ontbeert en dat hij letterlijk van voren niet weet wat er achter hem gebeurt: dit feit symboliseert Siegfrieds ‘onverantwoordelijkheid’. Hij blijft blond, blauwogig en geborneerd.

Siegfried staat er echter niet alleen voor. Zijn taak is het om de weg vrij te maken voor  Brünnhilde. Ook zij is opstandig, maar zij komt innerlijk nooit los van het verleden en van haar vader. Haar ongehoorzaamheid is geen impuls, maar bewust verzet. In haar revolte blijft ze verbonden met de traditie waaruit te voortkomt. Ze verandert de politiek ‘van binnenuit’,  terwijl Siegfried blijft steken in de terreur.  Daarbij weet zij dat ze eenzijdige keuzes maakt die pijn doen en die om een ultiem offer vragen. Zodoende is het Brünnhilde – en niet Siegfried – die het weefsel van de schikgodinnen doorbreekt en de banvloek van de ring opheft. Zij is de Verlosser – en Siegfried de wegbereider. Dank zij Brünnhilde overwint de liefde en de schijnwereld van het Walhalla stort in. De ‘Götterdämmerung’ is een feit.

Brünnhilde als belichaming van G500? Laten we in elk geval hopen dat onze ‘oude wereld’ geen ‘Götterdämmerung’ te wachten staat. En laten we  een stem geven aan hen, die kritisch kijken naar onze verstrikkingen. Aan hen die de vanzelfsprekendheden en fetisjen doorbreken, die onze samenleving en economie vast doen lopen: van ontslagrecht tot renteaftrek en pensioenregelingen. De babyboomers mogen dan hopen dat zij voor de crisisbui binnen zijn: hun schuilplaats of Walhalla rust echter op gebarsten fundamenten.

Geef een reactie