De dingen de baas

I. De dingen de baas

Deze week deden veel dingen niet datgene, wat ze geacht werden te doen.

In mijn privéleven – waarmee ik u overigens niet te veel zal vermoeien – betrof het mijn laptop, die ongevraagd instellingen veranderde of mappen verplaatste, waardoor zelfs het toch zo ééndimensionale WORD-programma veranderde in een game, waarbij je de weg moest zien te vinden in een doolhof waarin telkens de regels veranderden.

Gelukkig wist een computertovenaar – die mijn denk- en schrijfprothese op legale manier en met mijn uitdrukkelijke toestemming hackte – mij te bevrijden uit het digitale labyrint. Ik hield er een zacht in mijn achterhoofd zeurende achterdocht aan over. Wordt ons digitale bestaan dan toch, meer dan wenselijk en noodzakelijk is, op afstand bestuurd? Dat het zo makkelijk was voor de laptopdokter om op afstand mijn laptop te bedienen, maakte mij er overigens niet geruster op.

***

Mijn computer deed dus te veel, zoals in het bekende verhaal van Belcampo, De dingen de baas. Andere dingen weigerden deze week gewoon dienst, zoals de seinen van de spoorwegen tussen Breda en Tilburg. Donderdag, op het zorgvuldig uitgekozen tijdstip van de avondspits (de timing verraadt dat hier kunstmatige intelligentie met een hoge mate van, zij het malicieus, sociaal besef in het spel is), hielden de rode en groene lampjes (als die tenminste worden bedoeld met het woord ‘seinen’, hetgeen je nooit zeker weet bij de omzeilende woordkeuze van de voorlichters van de Nederlandse Spoorwegen) het voor gezien.

In mijn eenvoud dacht ik, dat het voor het vervoersbedrijf toch mogelijk moest zijn om op handmatige bediening van de seinen over te gaan of om de communicatiemiddelen in te zetten, waarover normale verkeersleiders uit hoofde hun functie beschikken en waarmee zij de bestuurders van voer-, vaar- of vliegtuigen instructies kunnen geven. Daarmee leek het probleem snel oplosbaar. Met de rails en de treinen zelf was immers op het oog niets mis.

Er schijnt echter ergens een protocol te bestaan dat voorschrijft om het zekere voor het onzekere te nemen. Een seinstoring en een bommelding horen wat dat betreft blijkbaar thuis in het zelfde rijtje.

De treinexploitant – voor geen kleintje vervaard – heeft er natuurlijk iets op gevonden. Het geld dat het bedrijf in dit soort gevallen bespaart, door de handmatige bediening achterwege en normale communicatiemiddelen onbenut te laten, besteedt het aan het inhuren van touringcars en aan het van verlof laten terugroepen van buschauffeurs. Een oplossing is een oplossing, zo wordt blijkbaar gedacht.

Deze aanpak betekent voor de kloeke mannen en vrouwen achter het stuur van de bussen, zo lijkt me, ook wel een welkome afwisseling. De inzet bij calamiteiten doet toch een ander beroep op hun adrenaline dan het vervoer van baldadige schoolzwemmers, dronken personeelsverenigingen en verveelde bezoekers van verkoopdemonstraties op de Veluwe. Dat hun eten koud wordt: dat hebben ze daar ongetwijfeld graag voor over.

***

Overigens kan ik de Nederlandse Spoorwegen aanraden om – als er nog wat geld overschiet – in dit soort gevallen tevens politieversterking en luchtsteun te regelen. Zodra de eerste vervangende bussen het stationsplein oprijden, stormt de menigte immers erop af en ontstaat een vruchteloos gedrang dat erg veel doet denken aan de klempositie van augurken of bruine bonen in een pas geopende pot. Ouderen, beleefde mensen en andere gehandicapten hebben het nakijken.

Toen ik deze live versie van De Nieuwe Wildernis afgelopen donderdag gadesloeg drong tot mij door, dat deze trekkende en duwende menigte volgens sommige opinieleiders ook bij referendum ons land mogen gaan besturen. Dit denkbeeld deed mij de schrik om het hart slaan.

II. Poetin de baas

De dingen waren dus de baas, afgelopen week: door dienst te weigeren of door hun eigen gang te gaan.

Wie ook geen krimp gaf en geeft, is de feestcommissie die besloten heeft dat Nederland met de hoogst mogelijke delegatie het klapvee voor de Poetin Show in Sotsji gaat versterken. Natuurlijk vermoedt iedereen dat dit de prijs is, die achter gesloten deuren is uitonderhandeld voor de vrijlating van de Nederlandse activisten. Toch blijft het bitter. En slechts ongeneeslijke atrofie van het hersenweefsel – een beroepsgebonden aandoening bij bepaalde categorieën atleten – kan de sportwoordvoerders tot excuus strekken, die in dit en in een vergelijkbaar verband stelden dat sport ‘niet over politiek gaat’.  (Soit. Misschien moeten we openstaan voor de postmoderne opvatting dat mensenrechten een kwestie zijn van politieke smaak en voorkeur.)

Begrijp me goed: ik zit niet te springen op een gebaar, dat is gericht op de ‘homo-emancipatie’ in Rusland. Ik ben nooit zo’n fan geweest van doelgroepenbeleid als het gaat om vrijheid en gelijkheid. Het opkomen voor je rechten ‘als ….’ (vul hier je identiteit in: homo, christen, Limburger etc.) vind ik een achterhaald, romantisch fenomeen. Identiteitsgebonden rechten en de hiermee samenhangende groepsrechten – jaja, mijn taalgebruik rammelt rechtsfilosofisch waarschijnlijk aan alle kanten – zijn misschien uit pragmatisch oogpunt vooralsnog nuttig of onvermijdelijk, maar ook en vooral zeer schadelijk, omdat ze meestal een vrijbrief zijn voor het platdrukken van het individu onder het gewicht van de eigen gemeenschap.

Als we dus nu of straks een signaal geven aan President Poetin – en dat moet mijns inziens zeker worden gegeven – dan moet dit betrekking hebben op mensenrechten in het algemeen en niet op de rechten van LGBT’s als zodanig. Mensenrechten zijn ondeelbaar, ja: onspecificeerbaar en inclusief. Als ze eenmaal volledig serieus worden genomen, is gendergebonden, religieuze of culturele identiteit geen item meer in het rechtendiscours.

In die zin zijn mensenrechten glashelder en eenvoudig, maar blijkbaar ook bedreigend voor iedereen die er belang bij heeft (welk belang dan ook), om ‘genuanceerd’ en ‘rekening houdend met de context’ erover te spreken.

Geef een reactie