Alles is vorm. – Susan Sontag herlezen

Of we nu zielzorger zijn of denker, leerkracht of kunstenaar: we moeten minder gaan uitleggen en meer gaan verleiden. We moeten meer inzetten op de aantrekkelijkheid van datgene wat we willen overbrengen en minder op het begrijpen en doorgronden ervan. Ik bedoel iets anders dan het afzweren van het verstand ten gunste van het gevoel – zoals een gemakzuchtige trend wil. Het gaat om iets veeleisenders:  het afleren van de dodelijke tegenstelling tussen inhoud en vorm, binnenkant en buitenkant, kern en buitenlaag. Sterker nog: het gaat om de erkenning dat er buiten die zogenaamde vorm of buitenkant niets anders bestaat dat onze aandacht verdient.

Laat ik concreet zijn en de hand in eigen boezem steken. In de prediking of de liturgie gaan wij zielzorgers ervan uit, dat het ‘wezenlijke’ ergens diep verstopt zit in de bijbel of in symbolen en rituelen. En we zien het dan als onze taak – en niet zelden ook als ons privilege of monopolie – om dat ‘wezenlijke’ los te peuteren uit de oude ‘vormen’ en het zodoende ‘duidelijk’ te maken. ‘De mensen’ snappen het immers allemaal niet meer. Door achterhaalde vormen ontgaat hun de inhoud. Gelukkig weten wij zielzorgers wel waarin de kern bestaat. Dus beginnen wij al die ouderwetse lagen af te pellen. We leggen aan de mensen geduldig uit wat er ‘eigenlijk’ met een verhaal of een ritueel is ‘bedoeld’. Om dat ‘duidelijk’ te maken gaan we liefst nog aan de tekst of de symboolhandeling sleutelen, zodat die eindelijk uitdrukt wat er ‘eigenlijk wordt bedoeld’.

Het resultaat is vaak tenenkrommend. De liturgische voorganger laat dingen weg of verzint zelf nieuwe dingen. Er worden bijbels in gewone taal of omgangstaal geschreven, door mensen die beter menen te weten wat de tekst bedoelt dan die tekst zelf. Of er worden gewoon hele stukken geschrapt of nooit gebruikt. Hiermee wordt niet alleen het ritueel geweld aangedaan of de tekst verkracht. Het is ook nog eens bevoogdend. In plaats van ‘de mensen’ te helpen om een toegang te vinden tot liturgie en bijbel, bepalen wij voor hen wat ze mogen zien en horen en schotelen wij hun voorgekauwd voedsel voor (En dan hebben we het nog niet eens over de wansmakelijke vertoning dat we tot alles bereid zijn om de ‘inhoud’ te redden en daarvoor onze toevlucht nemen tot ‘vormen’ die gewoon kitsch zijn.)

Behalve pijnlijk is het allemaal ook gewoon vergeefs. We zijn immers bezig met het afpellen van een ui: laag na laag. Tot er niets over blijft. Want er is helemaal geen ‘kern’. Er is alleen de buitenkant, die voor zichzelf spreekt, waar niets ‘achter’ of ‘onder’ moet worden gezocht, maar die we geduldig moeten aftasten. De tekst of het ritueel zijn niet voor niet precies zo geformuleerd en georganiseerd zoals ze zijn. Dit betekent dat we niet dichter bij de ‘inhoud’ komen, als we sleutelen aan de ‘vorm’, maar dat we gewoon de ene vorm vervangen door andere – en dus iets nieuws scheppen, meestal iets slechters trouwens. Misschien ligt het niet aan de teksten en rituelen, dat ze niet meer tot ons spreken, maar gewoon aan onszelf en aan de afstomping van onze zintuiglijkheid ofwel ons ‘esthetisch’ vermogen .

In de kunst is deze problematiek al sedert lang een punt van discussie. Ruim vijftig jaar leden wees de Amerikaanse geleerde en schrijver Susan Sontag (1933-2004) in haar  bundel Tegen interpretatie  al op het fatale onderscheid tussen ‘inhoud’ en ‘vorm’. Die leidde er volgens haar toe dat de kunst wordt aangerand door het intellect, dat de ‘inhoud’ achter de ‘vorm’ wil blootleggen. Bij kunst gaat het erom, wat er te zien, te horen, te voelen valt aan de zogenaamde buitenkant, de vorm, de stijl. Het is vooral de huid die de geheimen van de schoonheid bevat. Een kunstwerk is wat het is en zegt wat het zegt – en is geen raadsel dat ons wordt opgegeven of een doos die moet worden uitgepakt. Een symfonie van Haydn, een schilderij van Vermeer of een gedicht van Kemp zijn geen fraai ingepakt geschenk. Ze zijn het geschenk zelf.

Het ‘uitpakken’ of ‘uitleggen’ is de makkelijkste weg. De moeilijke weg – bij kunst, maar mijns inziens ook bij bijbellezen en eredienst – bestaat erin om met toeleg stil te staan bij de buitenkant, die boekdelen spreekt. Toch hebben we geen keus. We moeten onze tastzin in de brede zin van het woord weer tot leven wekken en verfijnen. Voorgangers en predikanten moeten hierin voorop gaan.

Wat we nodig hebben is, zegt Sontag, erotiek in plaats van hermeneutiek. Wat mij betreft ook in de omgang met bijbel en eredienst.

***

Sontag, S. Against interpretation – and other essays. Penguin Books Ltd, ISBN 9780141190068 (2009)

Het bovenstaande verscheen eerder op De Bezieling.

Geef een reactie