De gehospitaliseerde samenleving

Als ik het talent had om een boek te schrijven, dan zou ik een ‘remake’ maken van De Toverberg van Thomas Mann, die roman waarvan honderd jaar geleden de eerste letter op papier werd gezet. Is er iets ‘actueler’ dan het ontwortelde bestaan van de personages uit dit boek, die door het leven schuifelen als een schaduw van zichzelf? Is er iets herkenbaarder dan dit leven in een schemergebied? Deze herkenning is huiveringwekkend. In zijn boek doet Mann observaties, die hij heden ten dage ook zou hebben kunnen doen.

Natuurlijk: het eerste oogmerk van Mann bestond erin, een mythologisch verhaal te schrijven, een ‘metafysische’ vertelling, om zijn eigen woorden te gebruiken. Het feit dat zijn boek daarnaast ook een tijdsbeeld oproept, staat op de tweede plaats – maar helemaal toevallig is het cultureel-realistische aspect niet. De schrijver had een scherp zintuig voor de sluimerende tendensen van zijn tijd. Hij had zijn ogen niet in zak. Zo kwam – overigens niet alleen in De Toverberg – ook de tijdsdiagnose terecht in het boek, als één van de vele dimensies ervan.

Zonder al te expliciete verbanden te willen leggen, beschrijf ik enkele waarnemingen van de schrijver, in de overtuiging dat u de verbluffende parallellen met onze cultuur vanzelf opmerkt. De roman wordt bijvoorbeeld bevolkt door mensen die elke verantwoordelijkheid uit de weg gaan. Zij grijpen elk voorwendsel aan, om zich niet te hoeven vermoeien met de structurering van hun eigen bestaan. Elke smoes is welkom om zich niet te hoeven bemoeien met de constructie van de samenleving. De meeste personages zwelgen in de roes van een vormeloos, tijdloos vegeteren, zich overgevend aan slapen, eten, drinken en banaal tijdverdrijf. Het meest nog genieten zij ervan, naar hun eigen navel te staren. Maar al te graag cultiveren zij hun – al dan niet voorgewende – ziekte. Het ziek zijn vormt hun identiteit. Het is de legitimatie voor hun egocentrisme. Het vormt een morbide adeldom, die hen ontheft van de burgerlijke verplichtingen. De meerderheid van de personages van De Toverberg leeft zodoende boven de maatschappelijke boomgrens, in de ijle lucht van een bestaan dat tot niets verplicht en vervliegt in zinloosheid.

Het verhaal van De Toverberg speelt zich af in een milieu, waarmee Mann dit Hades-achtige bestaan het beste dacht te kunnen evoceren: het sanatorium Berghof. Hier gelden wetten en regels die – paradoxaal genoeg – de structuurloosheid versterken. Met name de dagorde draagt hieraan bij. Het is een quasi-orde die leidt tot verslapping en tot de vervaging van grenzen. Ze veroorzaakt zelfs de regressie van sommige personages, die als kinderen ongearticuleerd gaan spreken. Al met al is het sanatorium een toonbeeld van hospitalisering.

Als de hoogmoed zich van mij meester zou maken en mij ertoe zou verleiden, een hedendaagse versie van De Toverberg te gaan schrijven, zou ik het verhaal zich laten afspelen in de vertrekhal van een luchthaven, waar een eeuwigdurende vertraging van alle vluchten is ingetreden. Ook zo’n hal is een kunstmatig milieu waar de grenzen van tijd en ruimte op een duizelingwekkende en desoriënterende manier vervagen, ja: wegvallen. Het noodgedwongen wachten; het hierbij overgeleverd zijn aan de ondoorgrondelijke grillen van verkeersleiders en opstellers van vluchtschema’s; de dodelijke verveling; het uit verveling en ongeacht het tijdstip gaan slapen, shoppen, eten en drinken; het zinneloos en zinloos kopen van te dure spullen: al deze kenmerken maken een luchthaven tot een schimmenrijk zonder weerga – en tot een metafoor van onze verwende en verslapte, passieve en lascieve cultuur.

Misschien schiet ik wat door, niet alleen in mijn literaire interpretatie (die overigens allesbehalve uitputtend pretendeert te zijn), maar ook in mijn suggestieve decadentietheorie. Wellicht kan ik echter enige welwillendheid opwekken als ik zeg, dat ik deze diagnose stel als kind van mijn tijd. Het is plaatsvervangende zelfkritiek, een representatieve zelfdiagnose. Ook aan mij is de maatschappelijke hospitalisering niet voorbij gegaan.

Nu ik dit zeg, realiseer ik me terstond, dat mijn woordkeuze en formulering op hun beurt symptomatisch zijn voor het geobserveerde euvel. Als er iets kenmerkend is voor onze gehospitaliseerde samenleving, is het wel de neiging om jezelf als ‘kind’ ervan te zien – en niet als medeverantwoordelijke vormgever. De neiging om het aan de kaak gestelde euvel als een te ‘diagnosticeren’ ziektebeeld te beschrijven – en niet als weloverwogen keuze en gedrag – hoort daarbij.

Het adequate antwoord op het euvel is geen diagnose en therapie, maar opvoeding,  zelfopvoeding wel te verstaan. Daarom koos Mann destijds zelf dan ook voor het genre van de Bildungsroman – zij het dat hij dit ironisch parodieerde.  Het antwoord op onze cultuur van vormeloosheid is: jezelf vormen. En dan uiteraard niet in de narcistische zin van ‘werken aan jezelf’, doch als het aanspannen van je mentale spierweefsel, het maken van de juiste keuzes en het handelen daarnaar.  Onder andere daarover gaat De Toverberg. Daarover gaat het hele oeuvre van Thomas Mann. Daarover ging zijn leven. Dat maakt hem klassiek. En dat is meer dan ‘actueel’ natuurlijk. Het is verontrustend en confronterend.

Geef een reactie