De kunstenaar als kluizenaar

Kunstenaars zijn kluizenaars. Ze trekken zich terug in hun atelier, achter hun bureau of vleugel, waar ze zich onderwerpen aan ijzeren discipline. Als galeislaven van de Muzen ontzeggen ze zichzelf lichamelijke gemakken en de vreugde van de omgang met medemensen. In ieder geval is dit een veel voorkomende mythe. De artiesten cultiveren op hun beurt maar al te graag deze mythe. Zij legitimeert namelijk de sociale gemakzucht die kunstenaars zo ongenietbaar maakt: ongenaakbaar, genadeloos en narcistisch. De dienst gaat immers voor het meisje, de eisen van de kunst boven de aantrekkingskracht van het aardse.

Iemand die zichzelf graag als door de Muzen in dienst genomen knecht ensceneerde, was de Duitse schrijver Thomas Mann (1875-1955). De voor zijn werk gereserveerde uren en zijn werkkamer waren hem heilig. Zijn gezin moest daar op kousenvoeten omheen lopen. De asociale keerzijde permitteerde hij zich ook: afstandelijk was hij, genadeloos en meedogenloos. Hij liet ten aanzien van zijn eigen kinderen onmiskenbaar voorkeuren en afkeren blijken, liet zich zelden tutoyeren en maakte mensen uit zijn omgeving af, door in zijn romans karikaturen van hen te maken of door in brieven en dagboekaantekeningen sneren uit te delen.

Mythes zijn er om te worden ontmaskerd. Gelukkig verschijnen er dan ook telkens weer nieuwe biografieën over Thomas Mann en diens dynastie en komen er ook met enige regelmaat nieuwe documenten aan het licht – zoals recentelijk via Tilmann Lahmes familiebiografie. Thomas Mann wordt er menselijker van. Aan de ene kant wordt het hogepriesterlijke beeld bijgesteld. De schrijver liet zich graag fêteren en voelde zich bijvoorbeeld eerder thuis in de showbizzjetset dan in de etherische sferen van de universiteiten. Aan de andere kant blijkt het ook wel mee te vallen met de contactgestoordheid van vader Mann. Thomas Mann was soms meelevender en invoelender dan het leek. Ook zijn ‘schaduwzijde’ blijkt deels een mythe te zijn.

Natuurlijk was Mann narcistisch. Dan dienen we dit begrip echter wel in de juiste, paradoxale zin te gebruiken. Narcisme is – anders dan het dagelijks gebruik soms suggereert – geen zelfingenomenheid en kritiekloze tevredenheid met zichzelf. Integendeel: de narcist is ten diepste ontevreden met zichzelf, heeft een lage dunk van zichzelf en heeft van anderen vooral veel bevestiging nodig. Hij poseert niet voor de ander omdat hij weet wat hij waard is, maar wil in de ogen van die ander de waardering en achting zien, die hij zichzelf niet kan geven. Narcissus kijkt niet in de spiegel om van zijn eigen schoonheid te genieten, maar hoopt vooral van de spiegel te horen dat hij de mooiste van het land is. Dat hij daardoor meer met zichzelf bezig is, dan met anderen, is helaas maar al te waar.

De muur die Mann optrok tussen zichzelf en de anderen, was een façade van waarachter hij hunkerde naar de liefde van die anderen. Zijn eigen genadeloosheid verborg het inzicht dat een mens niet zonder genade kan. Uiteraard zegt zijn oeuvre hierover meer, dan welke biografie ook. Zijn werk kan worden beschouwd als één grote verzameling van Belijdenissen á la Augustinus, waarin de genade van de lezer wordt afgesmeekt – en dan niet de empirische lezer, maar de Lezer met hoofdletter, de ‘fictieve Ander’ tot wie de schrijver zich op zijn knieën richt. Niet toevallig schreef Mann tijdens de Eerste Wereldoorlog een uitgebreide apologie, eindigt ‘Doktor Faustus’ met de apotheose van de genade en gaat het ogenschijnlijk frivole ‘De uitverkorene’ over een boetvaardige aartszondaar.

Mann karakteriseerde niet voor niets Kafka’s ‘Slot’ als een zoektocht naar genade: het werk van de cultuur-lutheraan Mann zelf is één lange omschrijving van Martin Luthers vraag: “Hoe krijg ik een genadige God?” Mann wilde de show stelen, maar wilde vooral het hart veroveren van zijn Lezer. Dat maakt hem tot een religieuze schrijver pur sang. De vergelijking met een boetende kluizenaar, waarmee ik begon, is in zijn geval dus zo gek nog niet.

***

Tilmann Lahme, Die Manns – Geschichte einer Familie. S. Fischer, Frankfurt am Main.

De bovenstaande column verscheen eerder op De Bezieling.

Geef een reactie