Prevelen

Voor wat het waard is: teksten die als gebed kunnen dienen, bij gebrek aan beter.

1. For the time being  – Avondmaalsteksten

 

Verantwoording

 

Wij spreken vanochtend woorden en stellen gebaren

die tekenen van sleetsheid vertonen,

sporen van eeuwenlang gebruik.

Weten we wat we zeggen?

Beseffen we wat we doen?

 

In een wereld waarin we elkaar en onszelf

zo graag vastleggen op de bedoeling

en betekenis van ons spreken en handelen,

in een tijd waarin we van alles en iedereen

inzichtelijkheid en doorzichtigheid eisen,

vallen we vandaag terug op klanken en gebaren

die alleen maar stug zijn en hun zin niet makkelijk prijsgeven.

 

Dit doen we niet om geheimzinnig of gewichtig te doen,

niet uit blind ontzag voor een als vervaarlijk ervaren traditie.

Dit doen we omdat we het voordeel van de twijfel geven

aan iets wat er al was toen wij in de wieg werden gelegd.

Omdat we hopen dat daar betekenis kan ontkiemen,

waar we met onze mond en onze handen

een ruimte van stilte openen (en meer niet).

Omdat we hopen dat die betekenis

niet door ons wordt gemaakt,

maar aan ons wordt gegeven –

zodat ze ons verrast en verheft boven ons maaiveld.

In dit bedremmelde spreken en handelen

herhalen we wat voor ons werd gedaan

vanaf een ondateerbaar begin –

en wat zal worden herhaald tot aan de voltooiing.

 

Epiclese

 

Levende

sinds gij naar verluidt

op één of andere wijze

deel hebt genomen

aan ons mens zijn

is niets meer gewoon

of minderwaardig

er is ook niets meer heilig

of onaantastbaar

want alles is van u

en alleen gij zijt heilig

vele wegen voeren ons naar u

waarom dan niet dit brood

en deze wijn

die wij

in alle bescheidenheid

tussen u en ons in plaatsen

als teken van uw gastvrijheid

voor ons

en onze openhartigheid

voor u en elkaar

 

______________________________________________

2. Gebeden

 

Ketterse angst

 

Gebeden zijn,

ongeacht lengte of structuur,

On-af-breek-baar.

Ze liggen maar wat

Bij elkaar gewaaid, ergens

In een hoek van het heelal.

En daar liggen ze nog steeds

Als God allang

De kosmos heeft opgedoekt.

 

Laten we toch iets achter.

 

 

In plaats van een avondgebed

 

Een mens moet alles alleen doen,

ook slapen. God is immers

Geen kindermeisje. Ik schuil

Niet onder Zijn vleugels,

maar vertrouw mij toe

aan de vleugels van

Mijn stoutste dromen.

Ooit komt het wel goed

Tussen God en mij.

Ik ben Icarus,

Hij de zachte zeespiegel.

 

 

Naar het Lied der Liederen

 

Ze zeiden dat het zo moest blijven

En dat dat eenmaal beter was.

En voor de goede orde voegden

Ze nog een paar niet kwaad bedoelde

Woorden toe. Ik moest maar zien

Of ik er moed of troost uit putte.

Ik zat daar nu dan met die woorden.

De adem inhoudend hield ik ze

Tegen mijn oor, of ik misschien

De zee kon horen of het bos

of kinderstemmen bij een spel

of vastberaden stappen van

een vrouw op weg naar haar geliefde.

Maar wat ik hoorde was ‘t verlegen

Gemompel van een hulpeloze

Vader.  Het gestommel van

Een van zijn troon gevallen vorst.

De snelle adem van de angst

Was er te horen, verder niets.

 

En afgescheept verliet ik ‘t huis,

Waar slapeloos mijn huisgenoten

Vochten met de nacht en met

Spoken van eigen makelij.

De goede orde hield de wacht.

En jij was buiten, jij en jij.

De lieve buitenwereld lag

Aan onze voeten. Onze longen

Vulden zich met onbeschaamde

Zuurstof. In mijn oren klonk

Het ruisen van mijn bloed, het ritme

Van mijn hart.

 

En zonder dat

Er nog veel woorden nodig waren

Vertrouwden wij elkaar ’t geheim

Toe, dat wel degelijk alles anders

Was en dat de goede orde

Niets meer had dan het nakijken.

Voor ons lag onbegrensd het blikveld.

 

Daar gingen we dan, ongebreideld,

Ieder van ons een mens

Van eigen makelij.

4 thoughts on “Prevelen





Geef een reactie