Monthly Archives: september 2018

De zielen van kunst en kitsch in mijn borst

Veel zielzorgers gaan er prat op dat ze geen onderscheid maken tussen hoge en lage cultuur. Dat is immers hoogmoedig en neerbuigend ten opzichte van de eenvoudigen van geest. Bovendien is het onderscheid uit pastoraal of evangeliserend oogpunt contraproductief. De menigte bereik je immers niet met hooggestemde muziek of literatuur. De ‘Passion’, het jaarlijkse smartlappenoratorium van de EO, brengt tenminste de mensen op de been en de handen op elkaar voor de Blijde Boodschap. Dat kun je van de Mattheüspassie niet meer zeggen. Is de grens tussen hoge en lage cultuur dus irrelevant, ja: schadelijk in gelovig verband?

Zelf herberg ik op cultureel gebied twee zielen in mijn borst. Enerzijds probeer ik zoveel mogelijk tijd te besteden aan klassieke muziek, literatuur en kunst. Het leven is immers maar kort. Anderzijds gun ik mezelf ook af en toe een ontspannen ‘guilty pleasure’ op het terrein van de populaire cultuur. De boog kan immers niet altijd gespannen zijn. Nu heb ik niet de behoefte deze tegenstrijdigheid te verantwoorden of te rechtvaardigen. Ik wil wel een manier vinden om er zorgvuldig mee om te gaan. Wanneer ga je te ver in snobisme? Wanneer zak je te ver af in de banaliteit?

Tegen deze achtergrond herlas ik onlangs twee klassieke essays, die indirect gaan over het probleem van de populaire cultuur: één van de Oostenrijkse denker en schrijver Hermann Broch (1886-1951) en één van zijn jongere Amerikaanse collega Susan Sontag (1933-2004). Broch benaderde in 1950 het thema via het concept van de kitsch. Sontag schreef in 1964 over de deftige, ironische vorm van kitsch: de ‘camp’. Er zijn opmerkelijke parallellen tussen de twee zeer compacte teksten, zowel qua  vorm als qua inhoud. Dit hangt er vermoedelijk mee samen, dat de uiterst erudiete Sontag de tekst van Broch kende. In zekere zin zijn de teksten echter ook elkaars spiegelbeeld.

Sontags innemende pleidooi voor de ‘camp’ blijft wat mij betreft onweersproken. Van ‘camp’ is sprake – dit ter toelichting – wanneer op zich fijn besnaarde mensen zich met een knipoog te goed doen aan schijnbaar oppervlakkige schoonheid. Het gaat en ging vaak gepaard met dandyisme. In Nederland was bijvoorbeeld Gerard Reve bij wijlen het voorbeeld van dat laatste. Sontag rechtvaardigt, ja bepleit de ‘camp’ omdat deze tegemoet komt aan een menselijke behoefte. Cultuur mag toch ook een vorm van levensvreugde zijn? Van alleen maar vuistdikke romans met hooggestemde ethiek of zwartgallig pessimisme kan de mens niet leven. Daarom is het goed dat er cultuuruitingen zijn, die zichzelf niet al te serieus nemen en de werkelijkheid ook wat lichter opvatten. Liefde voor het leven en het mensdom heeft soms afstand en ironie nodig. Cultuur mag ook een spel zijn. Laten we daarom gerust af en toe tranen met tuiten huilen bij Puccini of meedeinen op Johann Strauss.

Broch is argwanender. Hij laat zien dat er ook een platte vorm van populaire cultuur is: de kitsch. In deze variant  is er juist geen ironie. Ze is sentimenteel en neemt zichzelf veel te serieus. Denk aan de smartlappenkoning, in wiens oeuvre en persoon al het leed van de wereld lijkt te zijn samengebald; aan de al te geaffecteerde religieuze muziek of aan de esoterische schilderkunst. In deze gevallen verliest de kunstenaar uit het oog, dat zijn werk de realiteit van het menselijke innerlijk of het goddelijke geheim slechts benadert. Hij pretendeert dat zijn werk ermee samenvalt. Deze uitingen van populaire cultuur zijn gesloten en dogmatisch, want ze blokkeren de onvermoeibare verdere zoektocht naar de realiteit, de radicale openheid en meerduidigheid waardoor echte kunst wordt gekenmerkt. En áls de kitsch al ‘speels’ wordt, wordt ze een naar binnen gekeerd, autistisch spel, waarin we zozeer opgaan dat we de realiteit buiten onszelf vergeten en zelfs sociaal en moreel afstompen. Het spel staat dan, met andere woorden, de liefde voor het mensdom juist in de weg.

Sontag heeft ons ontspannen leren omgaan met het fenomeen van de populaire cultuur. De profetische waarschuwing van Broch, die de keerzijden laat zien, klinkt op de achtergrond echter altijd mee. Het is niet alleen de krampachtige snobist van de high culture, die niet te genieten is. Ook de populaire cultuur kan zo eendimensionaal worden, dat ze verarmend en geestdodend werkt in de samenleving en de religie. Onderscheiding der geesten blijft al met al belangrijk, ook als het gaat om cultuur.

***

Hermann Broch, Zum Problem des Kitsches, 1950. (Zie hier de tekst in vertaling van Piet Meeuse: Enkele opmerkingen over het probleem van de kitsch een voordracht).

Susan Sontag, Notes on camp, 1964. (zie hier de tekst).

Het bovenstaande verscheen eerder op De Bezieling.

Litanie voor het slapen gaan

Litanie voor het slapen gaan

Als ik ’s avonds niet kan slapen
Dan maak ik graag in mijn gedachten
Een lange lijst van alle zaken
Die eeuwig van mij mogen wachten.

Wat ik eerbiedig prevel is
Een omgekeerde bucketlist,
Want de gedachte is rustgevend,
Dat ik niets mis en niets mij mist.

Zie hier de plannen die ik afzweer,
Voordat ze ook maar kunnen rijpen,
De kansen die ik laat ontsnappen,
Voordat ik ze heb kunnen grijpen.

***

Vogels gaan spotten in Nieuw-Zeeland,
Een kroeg beginnen in Maastricht,
Fotosafari op de steppen,
Op zoek gaan naar die ene nicht.

Vloeiend Bulgaars gaan leren spreken,
Dan echter wel met het accent
Van iemand die verhuisde naar
En jaren woonde in Tasjkent.

Alsnog piano leren spelen,
Al is het maar opdat ik dan
Een Beethovensonate matig,
Maar tot het einde spelen kan.

Een reünie organiseren
Van kind’ren uit mijn eerste klas
En boeken vol gaan schrijven over
Het drama dat mijn jeugd echt was.

Een vuistdikke roman gaan schrijven,
Zoals men er nog nooit één las.
Hij gaat over de lange zoektocht
Naar wie mijn vader nu toch was.

Een vlammend schrijven publiceren
Voor een gerenommeerde krant,
En dan verschijnen in een talkshow
Waar niemand ooit zat van mijn stand.

Dan zijn er nog wat speelse dingen:
Een selfie maken met de koning
Of rozen kweken zonder gif,
En bijen houden voor de honing.

Een tatoeage laten zetten
Met een citaat van Thomas Mann,
Mijn oren laten corrigeren,
En piercings zetten waar ’t maar kan.

***

Zo, werkend aan mijn not-to-do-list,
Slaap ik dan kalm en vredig in.
Het geeft veel rust om niets te hoeven
En al te stoppen voor ’t begin.

Maar soms, dan schrik ik plotsklaps wakker,
Van twijfel badend in het zweet,
En hoor: “Zeg nooit dat je iets nooit
Zult doen! Omdat je dat nooit weet.”