Monthly Archives: december 2017

Verlaat de verlammende identiteitsmanie en wees weer gewoon altruïstisch.

Op mijn paplepel lag destijds een behoorlijke dosis altruïsme. Niet dat ik daardoor een beter mens ben geworden. Het heeft wel mijn geweten gevormd. “Denk altijd eerst aan anderen, pas daarna aan jezelf,” – zo leerde ik van mijn ouders: “Kom nooit voor je zelf op, maar altijd eerst voor de ander. De ander zal dan wel voor jou opkomen.” Sociologisch gezien kwam deze ethiek ten dele voort uit de bescheiden positie van mijn milieu  (al wil ik haar niet restloos herleiden tot conditionering). Maatschappelijk hadden we weinig in te brengen. Iets voor jezelf vragen was al op het randje. Iets opeisen of afdwingen was een regelrechte grensoverschrijding. Nederigheid en afwachten loonden daarentegen. Binnen ons gezin en milieu werkte het in elk geval. Ik heb daar mensen leren vertrouwen. Ze kwamen altijd wel over de brug als je iets nodig had.

Deze ethiek kleurde ook mijn maatschappelijke inzet als (jong-)volwassene in de jaren tachtig en negentig. Dit engagement was, achteraf gezien, in ideologisch opzicht niet altijd even evenwichtig, laat staan dat ik het zo heldhaftig in praktijk bracht. De basishouding echter mocht er zijn: verplaats je altijd eerst in anderen, in groepen en enkelingen die het minder hebben en die anders zijn – en die het misschien juist daardoor minder hebben. Dit ‘jezelf op de achtergrond plaatsen’ gold voor jezelf als enkeling, maar ook voor de groepen of categorieën waartoe je hoorde. Daarom voelde ik me ook nooit op mijn gemak bij zelfemancipatiebewegingen en speelde ik nooit de kaart van de (vermeende) achterstandspositie waarop ik stond (als telg uit een arbeidersmilieu, als sneue Limburger, als homo etc.). Ik leerde vooral mijn zegeningen tellen en mijn privileges waarderen. En ik nam het op voor die groepen die verschillend waren van mijn bevoorrechte milieu: zwarten in Zuid-Afrika, minderheden in Nederland, Palestijnen, vluchtelingen, AIDS-patiënten enzovoorts.

Als iedereen consequent rechts rijdt, is het verkeer veilig. Als je erop vertrouwt en wacht, dat anderen je voorrang geven eveneens. Zo is het ook in de maatschappij. Als iedereen zich laat leiden door altruïsme, is de samenleving rechtvaardig en vreedzaam. Want wie goed doet, goed ontmoet. Dat werkte in mijn leven vrijwel altijd. Natuurlijk kwam ik natuurlijk ook de nodige spookrijders tegen. Maar dit soort hyper-assertieven waren uitzonderingen. Totdat ik uit mijn bubble kwam …

…. en ontdekte, dat het voor bepaalde groepen de norm werd om links te rijden en om voorrang te némen; dat er steeds meer bewegingen kwamen waarbij de solidariteit vooral was gericht op mensen van de eigen soort. En dan doel ik niet op mensen die aan de grond zitten, moeten vechten voor hun leven en daarom de handen ineenslaan. Ik heb het over hen die het goed hebben, zich ogenschijnlijk inzetten voor anderen, maar zich feitelijk exclusief richten op mensen van (wat zij zien als) hun eigen etnische, religieuze of culturele categorie. Alsof het horen bij een cultuur of religie, die toevallig ook de mijne zijn, het achtergesteld-zijn van de ander bitterder en ernstiger maakt. Goed: solidariteit moet ergens beginnen en je kunt niet alles en iedereen helpen. En als herkenning en geestverwantschap iemand extra motiveert om in actie te komen: soit. Als het hierbij blijft is er echter sprake van als altruïsme verpakt groepsegoïsme.

In elk geval is dit identiteitsactivisme niet invoelbaar, als je zelf hebt geleerd dat ‘voor de ander als ander opkomen’ loont. Wat ik nog verwarrender vind, is dat sommige groepsdenkers het helemaal niet (meer) op prijs lijken te stellen als ik me met hen solidariseer. Dat wordt zelfs verdacht gevonden. Als je als wit mens het antiracisme ondersteunt, wordt dat bijvoorbeeld gezien als  bemoeizucht, als het misbruiken van je privileges en als het stelen van de show. Je moet vooral een toontje lager zingen en kritisch naar je motieven kijken.

Jammer is dit. Natuurlijk: introspectie en reflectie kunnen nooit kwaad. En het is goed om af en toe bij je zelf te rade te gaan en om uit te sluiten dat je lijdt aan een Messiascomplex. Maar als we elkaar gaan verlammen en frustreren in onze betrokkenheid; als we activisme gaan verzuilen en verkokeren; als we elkaar en onszelf gaan wantrouwen en dwingen tot een narcistisch herkauwen van onze eigen drijfveren; als ‘witte mensen’ bij demonstraties uit beeld moeten blijven omdat ze wit zijn: dan wordt de samenleving cynisch en vreugdeloos. En dan lijkt het er niet meer om te gaan dat we de wereld beter maken. Dan lijkt activisme vooral een wedstrijd in aandacht, uitverkorenheid en morele superioriteit.

Politiek en engagement die worden gedreven door identiteit, leiden tot verbittering, verbetenheid en verharding. Laten we in vredesnaam de vrijheid en vreugde van de alteriteit weer ontdekken.