Monthly Archives: oktober 2017

Alles moet anders! Maar dan ook echt…. – Recensie

Janneke Stegeman voert een terecht pleidooi voor een agenda die al lang bestaat en blijft halverwege steken. Dit is mijn bevinding na lezing van haar meest recente essay.

Toen theoloog Janneke Stegeman naar aanleiding van de Nacht voor de Theologie (23 september jl.) een pleidooi hield voor een ‘bevrijdingstheologie voor witte Nederlanders’ werd nogal wat vuil over haar uitgestort door vertegenwoordigers van de volks-rechtse opiniebranche. Inmiddels worden dit soort reacties wat voorspelbaar en ik hoef ze hier ook niet samen te vatten, behalve dan door te zeggen dat de kritiek neerkwam op de gebruikelijke inzijnwiekgeschotenheid, op melig sarcasme en op gemakzuchtige jij-bakken (‘omgekeerd racisme’). Al eerder lag Stegeman onder vuur vanwege haar pleidooi voor meer introspectie en zelfkritiek bij het witte christendom, als een broodnodige correctie op een voortdurende neerbuigende ‘islamkritiek’.

In haar pittig geschreven essay Alles moet anders!, nu uitgegeven in boekvorm, onderbouwt ze haar pleidooi en werkt ze dit uit. Ze wijst erop dat geloof, Bijbellezing en theologie altijd in ontwikkeling en contextueel van aard zijn. Dat laatste wil zeggen: geloven en de theologische reflectie erop vinden nooit plaats op een neutrale plaats, maar altijd op een tijd- en plaatsgebonden standpunt en vanuit een bepaald perspectief. In dat standpunt en in dat perspectief spelen machtsposities onvermijdelijk een rol. Een universele theologie bestaat dan ook niet, laat staan een tijdloze. Het is dan ook vreemd, aldus Stegeman, dat vanuit onderdrukkingssituaties wel al veel is gedaan aan een contextuele theologie, die zich bewust is van haar perspectief (met als klassiek voorbeeld de bevrijdingstheologie), maar dat vanuit de dominante posities van witte, westerse christenen nog weinig tot niets is bereikt op dit punt. Witte gelovigen en theologen doen nog steeds alsof ze vanuit een zekere neutraliteit kunnen spreken over God en de wereld. Dat moet anders, zegt Stegeman, zich vooral richtend tot de protestantse traditie waaruit ze zelf voortkomt. Laten we onze vooringenomenheid en partijdigheid onder ogen zien, zelfkritisch zijn – en vooral bescheiden, zwijgzaam en bereid tot leren van en luisteren naar de ander.

Zoals gezegd vond ik de pavlovreactie van volks-rechts op Stegeman onder de maat en beneden peil. Ik vond de ‘kritiek’ ook aandoenlijk voorspelbaar. Ik moet mij echter ook van het hart, dat ik niet echt opkijk van de inhoudelijke bijdrage van Stegeman aan de theologische discussie. Ik loop al sinds 1982 rond in de wereld van de theologie en ik heb wel degelijk van meet af aan geleerd om de ‘contextuele theologie’ in haar vele varianten (Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie, zwarte theologie, feministische theologie, arbeiderstheologie, flikkertheologie etc.) te gebruiken als een spiegel om na te denken over mijn eigen ‘perspectivisme’. Ook toen ik al werkzaam was met mijn theologendiploma op zak, werd ik in intervisie, overleg en voortgezette vorming steevast uitgedaagd, om over mijn eigen ‘contextualiteit’ te reflecteren. Het gaat me dus te ver als Stegeman suggereert dat ‘witte’ contextuele theologie nog een volstrekt onontgonnen terrein is. Het moge waar zijn dat we nog meer hebben gezaaid dan geoogst. Misschien moet er ‘eindelijk’ een leerstoel witte theologie komen en moet er iemand node beginnen aan een handboek, dat vanuit dit zelfkritische perspectief alle grote thema’s (openbaring, schepping, God, Drievuldigheid, Christus, Geest, verlossing, kerk, eindtijd) grondig langs loopt. Maar nogmaals: de agenda is al lang en breed gezet. Dus schrijf dan gewoon dat boek.

Ten overvloede: ik ben het met de zelfkritische insteek van Stegeman fundamenteel eens. Theologie had een heeft altijd ook een cultuur(zelf)kritische rol. In elk geval is er een belangrijke stroom in de theologiegeschiedenis die deze rol altijd oppakte. Stegeman staat in die traditie. Dankzij deze stroom was het vaak mogelijk dat er verzet kwam tegen onderdrukking, terreur en tirannie  – en wel van binnenuit! Ik denk hier aan het theologische verzet vanuit het hart van het ‘witte’ protestantisme in het Derde Rijk en onder de Apartheid.

Merkwaardig genoeg zet Stegeman echter een stapje terug qua radicaliteit, als ik haar afzet tegen deze traditie. Deze kritiek van binnen uit (waarvan Karl Barth het iconische voorbeeld is) leefde van een compromisloze herbronning naar Gods eerste woord. Deze zelfkritiek had daardoor ook en vooral een verticale dimensie: het was de deemoed van de mens versus Gods oordeel. Van deze verticale dimensie was de horizontale zelfkritiek de onontkoombare implicatie. Stegeman begint daarentegen bij een sociologisch geïnformeerde, horizontale zelfkritiek, bij onze ‘eigen blinde vlekken’ . Ze blijft daarbij voor mijn smaak ook te lang staan, waardoor deze zelfkritiek dreigt te verzanden in een levenskunst van beleefdheid en correctheid, in een fletse ethiek van ‘luisteren’ en ‘op gelijke voet met elkaar omgaan’. Dit ethos blijkt overigens opmerkelijk genoeg niet van toepassing te zijn op onze omgang met ‘de geseculariseerde samenleving’, die van de protestantse Nederlander Stegeman wel degelijk een oorvijg krijgt, evenals als de ‘Staat Israël’. We stuiten hier op een zelf-tegenspraak die misschien het gevolg is van de halfslachtigheid van haar project *).

Het ‘halverwege steken blijven’ van Stegemans project is, los van deze ongerijmdheid, hoe dan ook onbevredigend. Door het ontbreken of niet uitwerken van de verticale dimensie van zelfkritiek zal het nooit mogelijk worden om met ‘anderen’ te komen tot een gezamenlijke  grondslag: tot de gedeelde basis van een universele of (zo men wil) existentiële menselijke zelfkritiek. Die zou overigens wel eens hard nodig kunnen blijken in de komende decennia. Maar goed, in zo’n universele stellingname gelooft Stegeman nu eenmaal niet. Tenzij, wat ik vermoed en hoop, als einddoel na de omweg van eenzijdige zelfkritiek.

Dat een dergelijke omweg zinvol is, staat voor mij buiten kijf, maar wat mij betreft dan als tussenfase en ingebed in een radicaler project. Het is onvoldoende om ons te laten leiden door het inmiddels gemeengoed geworden inzicht, dat alles een kwestie is van context en perspectief. Het gaat uiteindelijk om het doorbreken van de menselijke, eindige inkapseling, die ons maakt tot saboteurs van de Oneindige en diens plan van bevrijding. Horizontale zelfkritiek is een eerste stapje op deze uittocht – meer niet.

*)  In het geval van haar Midden-Oosten-standpunt lijkt er bovendien sprake van een preoccupatie, die er hier even niet toe doet, maar die wel vragen oproept. Zo rijst de vraag waarom een bepaalde soort van politieke partijdigheid wel ontheven is van zelfkritiek en mij wel machtigt om de staf te breken over anderen. Of de vraag waarom solidariteit en vereenzelviging met anderen niet zover mag, ja: moet gaan, dat ik ook plaatsvervangend zelfkritiek voor haar of hem beoefen.

Janneke Stegeman, Alles moet anders! Bevrijdingstheologie voor witte Nederlanders. Boekencentrum 2017. ISBN 9789023952091.