Monthly Archives: december 2016

De hemel op aarde

In de week van 10 oktober werd op NPO Radio 4 weer eens de onverwoestbaarheid van de klassieke muziek aangetoond. Onder de naam Hart & Ziel wordt jaarlijks een klassieke ‘Top 300’ uitgezonden. Hoewel de formule gemakkelijk (en zelfs wat gemakzuchtig) lijkt, wordt het programma door velen ervaren als een feestje – ook door mij.

Dat laatste ligt ongetwijfeld aan de interactieve opzet en aan het feit dat mensen bij de toelichting van hun keuze hun enthousiasme kunnen uiten. Ze kunnen muziek laten horen waarvan ze blij worden – of exacter: die hen hoe dan ook ontroert, verstilt, raakt. Muziek die – zoals de metaforen ‘hart’ en ‘ziel’ suggereren – de weg naar binnen vrijmaakt of die je juist uit je koker bevrijdt en je boven jezelf uittilt. Je vraagt je al luisterende af, waarom luisteraars niet elke week de baas mogen zijn over de programmering. De radio is er immers toch voor de mensen?

Om op die laatste retorische vraag te antwoorden, leg ik maar meteen mijn ouderwetse kaarten op tafel. Ik vind dat de publieke media ook de taak hebben onze smaak en kennis te verheffen, te verdiepen en te verbreden. En daarmee heb ik juist niet mijn medemensen op het oog – voor u me voor snobist gaat verslijten – maar in de eerste plaats mijzelf. Die ‘verheffende’ functie is juist de reden dat ik naar Radio Vier luister als ik bezig ben en op reis ben. (In mijn vrije tijd ga ik heus wel zitten voor een liveconcert of een cd.) De zender brengt me op ideeën, legt onvermoede lagen in het repertoire bloot, daagt me uit om het onbekende te leren kennen en leert me het weerbarstige waarderen. Mijn smaak heeft zich ontwikkeld door de zender die – met alle schaduwkanten die hij ook heeft – enerzijds een warm bad van welluidendheid en herkenbaarheid is en anderzijds een verfrissende wandeling door een zonovergoten gletsjerlandschap.

De klassieke radiozender verrast en verbaast me dus. Bij verbazing hoort echter soms ook teleurstelling en een gevoel van plaatsvervangende schaamte. Juist tijdens de ‘Hart-en-ziel-week’ werd dit jaar mijn ruimdenkendheid op de proef gesteld. Waarom, bijvoorbeeld, kwamen Haydn, Beethoven en Brahms er zo bekaaid af? Ze stonden er wel in, maar haalden niet de top tien. Waarom wel de populist Simeon ten Holt? Waarom wel de knuffelcomponisten Fauré en Pärt – en dan uitgerekend vertegenwoordigd door de meest zoetige stukken uit hun oeuvre?

Dit hangt weer samen met een ander soort verbazing. Het werd ook al door de presentatoren opgemerkt: de voorkeur van de luisteraars voor religieuze muziek (vijf van de eerste tien) of muziek met een spirituele pretentie (twee van de eerste tien) is opvallend. Ongeseculariseerder kan de publieke omroep niet voor de dag komen. Op zich is dat geen slecht nieuws.

En toch knaagt er iets bij ’s lands voorkeur voor religieuze pathetiek, voor muziek die zichzelf tot spiritueel uitroept of muziek waar het spirituele er duimendik bovenop ligt. Deze roept een zekere achterdocht bij me op. Is hierbij geen sprake van een eigenmachtige bezwering van het transcendente, een bezwering die het Heilige eerder verjaagt dan oproept, die eerder zichzelf op de voorgrond plaatst, dan deemoedig een stap terug te doen ten gunste van de Ander?

Ach, ik ben te Barthiaans… In elk geval zou ik in de top tien van Hart & Ziel plaats willen maken voor componisten met minder pretenties: voor het humanisme van Beethoven (op zich al pretentieus genoeg natuurlijk), voor het melancholieke agnosticisme van Brahms – en vooral voor de aardse humor van Haydn. Uitgerekend diens twee bekende oratoria (De Schepping en De Jaargetijden) zijn door en door aards.

Ja, Haydn op één. Haydn die de muziek niet geforceerd naar iets ‘hogers’ laat verwijzen, maar die door, met en in zijn muziek zegt: “Het is maar muziek. Meer niet. Maar wat wil een mens meer? Muziek is toch al de hemel op aarde?”