Monthly Archives: november 2016

Luisteren… en dan?

We moeten meer en beter  luisteren naar de achterban van populistische politici, zo wordt ons de laatste tijd steeds vaker onder de neus gewreven. De verkiezingsoverwinning van Trump heeft dit geluid versterkt. Het klinkt zowel uit de mond van de aanhangers van populisten als uit de mond van boetvaardige voormalige critici. Als vertegenwoordiger van datgene wat blijkbaar de ‘elite’ is, weet ik eerlijk gezegd geen raad met dit advies.

Om te beginnen – zo vraag ik me af – doen we toch niet anders dan ruimte geven aan de stem van bezorgd rechts? Godzijdank is in ons land de ‘achterban’ voldoende vertegenwoordigd, onder andere door een jaloersmakend grote fractie in ons parlement. Deze volksvertegenwoordigers nemen toch gewoon deel aan de politieke processen – en daarbuiten aan het maatschappelijk debat?  Zelfs in de programma’s van de vermaledijde ‘linkse’ publieke omroep schuiven ze geregeld aan in talkshows – tenzij ze natuurlijk zelf weigeren te komen, zoals kennelijk het geval is. Wat is er dan nog meer nodig? 

Natuurlijk moeten we de achterban van politici serieus nemen – maar wat betekent dit anders, dan dat er vrije verkiezingen plaatsvinden en dat de verkozenen mogen meedoen aan het politieke spel en het maatschappelijke debat? Of geldt dit alleen voor de andere partijen en hebben de populisten recht op iets extra’s? En wat is dat dan?

O, misschien worden ze geboycot?! Daarvan zie ik echter geen tekenen. Politici van de PVV of verwante partijen zijn, als gezegd, niet van het televisiescherm weg te branden. Vervolgens zijn er nog de commentatoren in talkshows en de columnisten van kwaliteitsbladen, die het opnemen voor de PVV. Uiteraard beweren en bezweren zij, dat ze slechts opkomen voor het goed recht van de PVV om zich te uiten. Begrijpelijkerwijs willen ze zich niet inhoudelijk branden aan partijstandpunten. Niettemin blijkt vaak bij het doorvragen of doorlezen (of als je hen volgt in de social media) dat ze gewoon standpunten van de PVV en haar zusterpartijen delen. Dat mag natuurlijk, maar zeg dan niet dat je club wordt genegeerd.

Maar wacht. Ik maak me er waarschijnlijk te makkelijk van af. Het gaat er natuurlijk niet om, dat we standpunten voor kennisgeving aannemen, maar dat we de laag daaronder aanboren en de motieven opdiepen. Dit wordt me echter wel erg moeilijk gemaakt door de dubbele boodschap van de klagers. Enerzijds wordt geroepen, dat je moet luisteren naar de emoties en ‘zorgen’ die er schuilen ‘achter’ het stemgedrag van mensen. Zeg dan echter niet van PVV-stemmers, dat het bange en boze mensen zijn uit bepaalde achtergestelde milieus, wier grieven je best wel serieus wilt nemen. Dan klinkt namelijk als weerwoord, dat je geen recht doet aan de rationaliteit van deze kiezers – waarbij wordt verwezen naar de evenwichtige demografische samenstelling van de groep, waarvan ook hoogopgeleiden deel uitmaken.

Los van het merkwaardige feit, dat de hoogopgeleiden erbij moeten worden gehaald om het denkniveau van de PVV-achterban te onderbouwen – hetgeen niet van veel respect getuigt voor de bewoners van achterstandswijken in deze achterban – roept dit verweer de vraag op, wat ‘meer en beter luisteren’ dan precies betekent. Als mensen rationeel kiezen voor de PVV, kiezen ze toch gewoon bewust voor het programma en de erin vervatte standpunten van die partij? En dat programma en die standpunten zijn toch gewoon bekend, duidelijk en ondubbelzinnig? Daarvan nemen we toch kennis en daarmee gaan we toch in discussie? Is dat dan geen luisteren? Wat is er dan meer nodig?

Ik vermoed eerlijk gezegd dat men met luisteren in dit verband gewoon bedoelt ‘gelijk geven’. Blijkbaar is kritiek niet gewenst. Blijkbaar kan men niet ermee leven dat onze samenleving is gebaseerd op een veelvoud aan opinies – en dus ook op de bereidheid je verlies te incasseren als je in de minderheid bent. Je mag van mij heus wel begrip en erkenning vragen, maar dat is iets anders dan gelijk eisen. (Je mag van mij  – om concreet te zijn – vergen dat ik de problemen in bepaalde wijken onderken – dat doe ik – maar dat betekent nog niet dat jouw ‘oplossingen’ de juiste zijn.) Er zijn overigens wel meer mensen en groeperingen, voor wie ik begrip heb, zonder dat ik het recht opgeef een (eventueel fel) oordeel te hebben over hun opvattingen en gedragingen – zoals DENK, het spiegelbeeld van de PVV, of andere slachtoffer-  en complotdenkers.

Wat het luisteren tenslotte bemoeilijkt is, dat er vaak zo weinig te beluisteren valt. Als woordvoerders of beschermers van de PVV optreden in de media bestaat hun boodschap vooral in de autoreferentiële klacht dat er zo weinig wordt geluisterd. Verder dan het herhalen van deze meta-boodschap komen ze vaak niet. Als je wilt dat er naar je wordt geluisterd, help me dan en kom met de inhoudelijke uitspraken waarnaar ik moet luisteren – en blijf niet steken in het herhalen van de klacht dat er niet wordt geluisterd.

Kortom: ik wil luisteren en ik doe niet anders. Ik wil het gesprek voeren. Ik ben ook de laatste om processen te voeren. (In die zin was en ben ik ook tegen het strafproces tegen Wilders.) Als er echter meer nodig is, dan hoor ik graag een overtuigend antwoord op de vraag, waarin dat ‘meer’ bestaat.

Goddelijke muziek

Het gouden nazomerzonlicht scheerde over de grachten en klom op tegen de renaissancegevels. Uit de open ramen van een nobel huis klonken de al even gloedvolle klanken van barokviolen en gamba’s die Corelli speelden. Utrecht was eind augustus weer het thuis van het Festival Oude Muziek. De historische binnenstad, die eigenlijk in elk seizoen op haar best is, was een stukje hemel op aarde. Het was ook weer troostrijk voor melomanen als mij, dat de zalen voor de concerten nagenoeg vol zaten. (De aanblik van lege rijen bij concerten baart mij namelijk vaak nog meer zorgen dan die van lege kerken. Het geloof redt zichzelf uiteindelijk wel en vindt wel zijn weg – ook zonder volle kerken. Muziek lijkt echter vooral een kwetsbare onderneming van mensen.)

Indrukwekkend was onder andere de prestatie van de countertenor Philippe Jaroussky, die in Vredenburg-Tivoli 1700 luisteraars in zijn ban wist te brengen, bij hen een ongebroken concentratie afdwong en een uitzinnige slotovatie uitlokte. Hij verleidde als het ware zijn publiek – zoals we dat van hem gewend zijn. Anders dan de eerste generatie zangers met dit stemtype en deze zangtechniek, combineert hij namelijk de engelachtige klank van zijn bovenstem met lenigheid, wendbare uitdrukkingskracht en zelfs mannelijke sensualiteit. Jaroussky is geen quasi-castraat of een geslachtsloze cherubijn, doch eerder een met de zwaartekracht van al het aardse vechtende, gevallen engel. (Deze ambivalentie maakt hem ook zo geschikt voor het decadente Franse liedrepertoire uit het fin de siècle.)

Zoals veel hedendaagse ‘authentieke’ musici belichaamt Jaroussky de revolutionaire ontwikkeling die zijn muziekgenre heeft doorgemaakt in de afgelopen decennia. Was de ‘oude muziek’ aanvankelijk een academische, keurige en soms letterlijk calvinistische bezigheid, die de historische bronnen wilde opdelven en het eruit opwellende water wilde zuiveren: sindsdien is het een beweging waarin speelsheid, samenspel en speelvreugde de boventoon voeren – en waarin zelfs zoiets als cross-over mogelijk is. Noordwest-Europese protestanten als Gustav Leonhardt en de kostschoolcantor Eliot Gardiner deden een stapje terug ten gunste van in de zon gerijpte jong-wilde Fransen (zoals Jaroussky), zuiderlingen en Oost-Europeanen. Het accent is verschoven van verantwoorde reconstructie naar het – soms zelfs improviserend – tot leven brengen van muziek.

En zo krijgt het begrip ‘religieuze muziek’ – een genre dat in de oude muziek is oververtegenwoordigd – een nieuwe betekenis. Het religieuze gehalte van de oude muziek is niet meer beperkt tot het feit, dat componisten indertijd nu eenmaal gelovig waren en vaak religieuze teksten als ‘kapstok’ gebruikten. Het religieuze karakter heeft er precies mee te maken, dat de oude muziek de fase van de ‘historische reconstructie’ voorbij is. Zoals elke goede muziekuitvoering, doet de authentieke uitvoeringspraktijk de muziek herleven. Zij herschept. Meer nog: in haar openbaart de muziek zichzelf als iets goddelijks. Zodoende brengt zij ons in vervoering en voert ons weg ‘naar een betere wereld’, zoals een bekend Schubertlied zegt. Muziek verwijst niet naar religieuze inhouden uit verleden of heden, maar is een uitings- en belevingsvorm van religie tout court.

Misschien is het begrip ‘religieuze muziek’ dus wel een pleonasme. Als er goed muziek wordt gemaakt en als wij op de juiste manier ervan getuigen en ernaar luisteren, worden wij gedwongen om onze religieuze kaarten op tafel te leggen. Daar is niet veel voor nodig en het gaat vanzelf. Alleen al ademloos luisteren is amen zeggen.

***

De bovenstaande column verscheen eerder op De Bezieling.