Monthly Archives: juli 2016

Uit het lood gebracht

Mensen houden van symmetrie en evenwicht. Zo zijn wij ook in de wieg gelegd, blijkens de bijna volmaakte symmetrie van ons lichaam. Ik schrijf bewust ‘bijna’, want iedereen kent wel de oefening die erin bestaat, een foto te maken van één helft van ons gezicht en die dan te spiegelen. Dat levert een vervreemdend beeld op. Links en rechts wijken namelijk, hoe marginaal ook, van elkaar af. Onze inwendige organen ontberen de symmetrie overigens volstrekt en je mag al blij zijn als je hart op de goede plek zit, namelijk links. Onder de motorkap ziet het er altijd wat rommeliger uit. Bovendien: je lichaam mag er dan symmetrisch uitzien, maar het functioneert wel asymmetrisch. We gebruiken één hand om te schrijven en de mannen onder ons hebben een consequente voorkeur voor links of rechts als het de comfortabele ligging van hun edele delen betreft.

Maar goed: dat alles neemt niet weg dat onze ogen van symmetrie houden. Een te asymmetrisch gezicht, een scheve mond of schelende ogen roepen een ongemakkelijk en ontregelend gevoel op. Lichamelijke schoonheid vraagt om zo veel mogelijk symmetrie. Deze voorkeur uit zich ook in onze materiële cultuur. We ontwerpen pleinen en parken graag op een symmetrische manier. Paleizen en theaters, tempels en kerken zijn vaak ontworpen vanuit een strak geprojecteerde middellijn. Muziekkenners wijzen bovendien op gecentreerde structuren in de partituren van Bach. De voorkeur voor het gecentreerde bouwen lijkt overigens vooral in de religie en de esoterie te heersen. Het Goethianum in Dornach slaat wat dit betreft alles.

Ook onze motoriek zoekt naar balans. In de genoemde symmetrisch ontworpen ruimtes bewegen, staan of zitten we graag gecentreerd. Als we in een kerk gaan zitten om tot rust te komen, te mediteren of te bidden, nemen we graag een symmetrische lichaamshouding in, zoals ook de priester achter het perfect gecentreerde altaar symmetrische gebaren maakt. Daarbij maken we onszelf wijs, dat dit ons innerlijke evenwicht ten goede komt. Blijkbaar wil ook onze ziel – waar die ook zit – worden gecentreerd. Het streven naar symmetrisch handelen blijft echter niet beperkt tot rituele contexten. In het algemeen ‘doen’ we graag symmetrisch. Als we spreken met onze handen zijn links en rechts elkaars spiegelbeeld. Een kaarsrechte houding bij het zitten of staan ervaren we als comfortabel, ongeacht de setting.

En toch… het doorbreken van symmetrie lijkt wel een ding te zijn van de evolutie. Niet alleen is rechts- of linkshandigheid een eigenaardigheid van ons mensen als ‘hogere soort’. Ook naarmate we ons als homines sapientes cultureel verder ontwikkelen, gaat dat gepaard met asymmetrie. Tafelmanieren zijn streng op dit punt. En het besturen van een auto of het beoefenen van muziek kan bijna niet zonder een consequent onderscheid tussen links en rechts. Viool en piano kun je onmogelijk symmetrisch bespelen en een dirigent met symmetrische gebaren schept alleen maar verwarring.

De meesterwerken in de mode, de beeldende kunst en de architectuur lijken ook per definitie asymmetrisch. Bij de grote gotische, ogenschijnlijk perfect gecentreerde kathedralen is er alles aan gedaan om de symmetrie te doorbreken, te beginnen bij ongelijke ‘tweelingtorens’. De getordeerde sculptuur wordt gezien als een vooruitgang ten opzichte van het primitieve statische beeld. Een gebouw dat door zijn onevenwichtige ontwerp uitnodigt om er eindeloos omheen te lopen en er steeds nieuwe aspecten in en aan te ontdekken, zoals Dudoks Raadhuis in Hilversum, verkiezen gezonde mensen vele malen boven de kitsch van Steiners hobbithol in Dornach, dat na aanvankelijke verbazing slechts een schouderophalend gebaar opwekt – een volmaakt symmetrisch gebaar overigens. Onze ziel wordt blijkbaar toch graag uit het lood gebracht.

***

De bovenstaande column verscheen eerder op De Leunstoel. De afbeelding toont T. van de Vorsts ‘Lilith’ (1979), te zien in het Scheveningse museum Beelden Aan Zee.